Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

baantje - (betrekking)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

baantjie s.nw.
Betrekking, amp, possie.
Uit Ndl. baantje, wsk. so genoem n.a.v. die omswerwinge of weg wat iemand in sy professionele lewe beleef of baan.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

baantje ‘betrekking’ -> Duits dialect Baantje, Bantje, Baanchen, Baantjen ‘betrekking’.

Hosted by Meertens Instituut