Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ballast - (overbodige last)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ballast zn. ‘lading van weinig waarde die dient om een schip te verzwaren; (figuurlijk) overbodige last’
Mnl. So wie sout water innemet tot ballast ‘wie zout water als ballast in zijn schip neemt’ [1374-94; MNW innemen], ballast [ca. 1450; MNHWS], ballast van sande off steynen ‘ballast van zand of stenen’ [1477; Teuth.]. Het werkwoord ballasten ‘met ballast beladen’ komt in ca. 1450 voor en slaat op gebeurtenissen van 1349 (MNHWS). In de 17e eeuw komt ook enkele keren de vorm balglast voor (WNT).
Ontleend aan Middelnederduits ballast [1429; Schiller/Lübben], dat reeds eerder voorkomt in de afleiding ballaster ‘iemand die ballast in een schip brengt’ [1376; Schiller/Lübben]. De verdere herkomst is niet helemaal zeker, behalve dat het tweede lid → last is. Wrsch. is het eerste lid het oude Germaanse woord bal ‘slecht’ < pgm. *balwa-, zoals dat voorkomt in → baldadig (zie aldaar voor verdere etymologie), → balorig en → balsturig.
Een andere vaak geopperde hypothese is dat het Nederduitse woord een geassimileerde vorm is (-ll- < -lr- of -gl-) uit Oudzweeds barlastadher ‘met een blote last’ [ca. 1350; Schlyter 1877] en/of Ouddeens barlast ‘blote last’ [begin 13e eeuw; Schlyter 1877], baglast ‘id.’ (Kalkar 1976), met een eerste lid bar ‘bloot, leeg’. Scandinavische vormen met -ll- verschijnen echter pas laat: Oudzweeds ballast [1476] in het sterk Middelnederduits beïnvloede Stockholms tänkebok (Söderwall), en Ouddeens ballast [1594; Kalkar 1976]. Daarmee wordt deze hypothese minder wrsch. Bovendien is in de 13e en 14e eeuw ontlening vanuit een Scandinavische taal naar het Nederduits minder wrsch. dan omgekeerd. De oude Scandinavische vormen zullen dus wel ontleningen aan Nederduits ballast zijn, met volksetymologische aanpassing onder invloed van bar ‘bloot, leeg’ en bak resp. bag ‘achteraan’.
Vanuit het Nederduits is dit woord in nog meer talen terechtgekomen: Hoogduits Ballast, Fries ballêst, Engels ballast, en buiten het Germaans bijv. Frans ballast en Russisch ballast.
Lit.: E. Schröder (1917) ‘Ballast’, in: Niederdeutsches Jahrbuch 43, 123-127

EWN: ballast zn. 'lading van weinig waarde die dient om een schip te verzwaren; (figuurlijk) overbodige last' (1374-94)
ANTEDATERING: daer zij haer ballast up legghen 'waar zij hun ballast op leggen' [1343-60; iMNW rijs]
Later: ballasten ww. [ca. 1412; MNHWS] (EWN: ca. 1450)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ballast [last] {1390} < nederduits ballast, het eerste lid mogelijk < baar [bloot] (vgl. baarlijk), zodat de betekenis kan zijn ‘blote last’, vgl. zweeds barlast.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ballast [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: zie Ts 85, 228 [1969].

ballast znw. m. Deze scheepsterm treedt eerst in de 15de eeuw op en is waarsch. uit het skandinaafs overgenomen, vgl. ozw. barlast naast ballast en ode. baglast. Men zal wel van de vorm barlast moeten uitgaan, maar de verklaring daarvan is onzeker. — > ne. ballast (sedert de 16de eeuw; vgl. W. de Hoog, Studiën over de Ned. en Eng. Taal en Letterkunde 1909, 187); > fra. ballast (sedert de 17de eeuw; M. Valkhoff 53). spa. balasto, katal. balast (Valkhoff, Album Verdeyen 331).

Etymologien: 1. het 1ste deel is bar (zie: baar) in de zin van ‘leeg, bloot’, dan niet in de zin van ‘waardeloze last’, maar eerder van ‘last, waarvan het schip leeg is’. — 2. Verkorting van een ouder barmlast en dan bij on. barmr ‘schoot’ (AEW 27), vgl. oe. bearm scipes ‘ruim van het schip’ (eerder van barmr in de bet. rand’; vgl. Kluge-Mitzka 46); het bezwaar is dat barmr als ‘scheepsruim’ niet overgeleverd is en dat een zo vroege assimilatie barmlast > ballast niet waarschijnlijk is. — 3. Men kan als 1ste lid ook vermoeden germ. *balwa ‘slecht’ (zie: baldadig) en dan dus uitgaan van de bet. ‘waardeloze last’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ballast znw. Een scheepsterm, die in de 15e eeuw overgenomen is, wsch. evenals hd. eng. de. ballast uit het Ndd. De zweedsche vorm is barlast, evenzoo noorw. dial. en ode., een derde vorm is ode. baglast, waaruit oudnnl. baglast. Men ziet er òf een ospr. bal-last “slechte, waardelooze last” in (vgl. baldadig): dan zijn de zw. noorw. ode. woorden volksetymologisch veranderd; — òf bar-last “bare, bloote last, slechts last, d. i. waardelooze last” (zie baar V) òf (het minst wsch.) “achterlast” (zie achterbaks). Een definitieve verklaring zal dan mogelijk zijn, als uitgemaakt is, of ’t woord ospr. skandinavisch of ndd. is.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

ballast. Het feit, dat de oudste vindplaats van het woord in Zweden is (ozw. barlastadh deelw.) pleit voor scandinavische oorsprong. De overgang -rl- > -ll- kan in zweedse diall. hebben plaats gehad en de vorm ballast in het Ndd. zijn overgegaan. Het is daarmee niet uitgesloten, dat de. zw. ballast (deze vorm ook in het Zw., naast barlast) op zijn beurt weer aan het Ndd. is ontleend. Vgl. Edw. Schröder Ndd. Jahrb. 1917, 123 vlgg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ballast m., + Hgd. ballast, Eng. ballast, Fr. balast, De. baglast, Zw. barlast; in ’t Mhd. last, van waar Fr. lest. Een samenst. van last met bal als in baldadig; de andere vormen zijn volksetym. De eerste bet. is dan waardelooze last in tegenst. met lading. Het woord is van Ndd. uitgegaan.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1ballas s.nw.
1. Lading om diepgang aan 'n skip te verleen, of sandsakke aan boord van 'n lugballon. 2. Onderlaag van dwarslêers wat uit gruis, ens. bestaan. 3. (figuurlik) Waardelose, oortollige vrag.
Uit Ndl. ballast (al Mnl.).
Ndl. ballast uit Nederduits ballast (15de eeu), 'n samestelling van bal 'slegte' en last 'vrag', of Sweeds barlast, 'n samestelling van bar 'waardelose' en last 'vrag', so ook Noorweegse dialekte en Ouddeens.

3ballas s.nw. (vulgêr)
Testikels.
Afleiding van bal 'testikel', mntl. omdat die manier waarop testikels in die skrotum gedra word aan ballas (1ballas 1) herinner wat soms in mandjies gedra word.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bal’last (de, -en), starter bij een gasontladingslamp.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Ballast. Er zijn weinig woorden, waarvan zooveel afleidingen gegeven worden als van dit; men heeft:
1. bak-last [bag-last komt n.1. veel voor), waar bak = rug bet., vgl. bakboord, de zijde in den rug, van achteren.
2. balk-last = last onder de balken.
3. bal = slecht (zie baldadig), dus slechte last.
4. bal = zand, in ’t Keltisch en Iersch nog beal. Men sprak dan ook in Duitschland nog lang, tot 1600 toe, van lastzand of schipzand, in plaats van ballast.
5. bal staat voor bar (de r assimileerde tot l) en bar bet. dan bloot, naakt, dus een bloote, een looze last, in tegenstelling met een: goede, gevulde, werkelijke last, d.i. een last van goederen.
Inderdaad luidt het oudste woord, dat voor ballast gevonden is, bar-last (in ’t Deensch, ± 1400).
(Prof. Kluge houdt zich alleen aan de laatste verklaring.)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ballast ‘last’ -> Engels ballast ‘last ter stabibilisatie van een schip’; Duits Ballast ‘last’; Deens ballast ‘last; ervaring’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors ballast ‘last’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds barlast ‘zwaar materiaal waarmee een schip wordt belast voor stabiliteit’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans ballast ‘last op een schip’ (uit Nederlands of Nederduits); Tsjechisch balast ‘last op schip’ ; Slowaaks balast ‘last op schip’ ; Pools balast ‘zwaar materiaal waarmee een schip wordt belast voor stabiliteit’ ; Kroatisch balast ‘last, ook overdrachtelijk’ ; Macedonisch balast ‘last, ook overdrachtelijk’; Servisch balast ‘last, ook overdrachtelijk’; Sloveens balast ‘last; onverteerbaar materiaal in voedsel’; Russisch ballást ‘last’; Bulgaars balast ‘last, ook overdrachtelijk’; Oekraïens ballast ‘zwaar materiaal waarmee een schip wordt belast voor stabiliteit’ ; Azeri ballast ‘last’ ; Litouws balastas ‘zwaar materiaal waarmee een schip wordt belast voor stabiliteit; onderlaag ter versteviging van een spoorbaan’ ; Esperanto balasto ‘last’ ; Indonesisch balas ‘last’; Javaans bales ‘last’; Madoerees balas ‘last ter stabilisatie van een schip’; Papiaments balaster (ouder: balastu) ‘last’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ballast last 1390 [HWS] <Nederduits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut