Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

be- - (voorvoegsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

be- voorv.
Onl. bi-, be- [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. be- [1200; CG II, Servas], minder vaak bi-.
Een inheems voorvoegsel, ontwikkeld uit het voorzetsel → bij 1.
Os. bi-, ohd. bi- (nhd. be-); ofri. bi-, be- (nfri. be-); oe. bi-, be- (ne. be-); got. bi; < pgm. *bi- (beklemtoond) ‘om, bij’.
In onovergankelijke werkwoorden met be- is de betekenisbijdrage van dit voorvoegsel volledig vervaagd, bijv.bederven, → behoren, → bevallen. Deze woorden zijn meestal al vóór of in de Middelnederlandse periode ontstaan en vormen een omvangrijke maar afgesloten groep. Kleiner in aantal en minstens even oud zijn enkele woorden waarin be- is versmolten met het hoofdwoord, bijv.bang 1, → biecht, → blijven, → buiten, → erbarmen. Productief is be- nog wel in het afleiden van overgankelijke werkwoorden, a) van zn. en bn., met betekenis ‘voorzien van’, bijv. beglazen, benadelen, bekorten, bevuilen; b) van werkwoorden, en dan dikwijls zodanig dat een voorzetselbepaling vervangen kan worden door een lijdend voorwerp, bijv. iemand begluren naast naar iemand gluren, of een paard berijden naast op een paard rijden.
In een aantal werkwoorden wordt be- in het Vroegnieuwnederlands gecombineerd met → -igen in plaats van het regelmatige -en, bijv. beëdigen (zie → eed), bemoedigen (zie → moed), beschadigen (zie → schade). De oorzaak hiervan ligt in de diverse ooit naast elkaar bestaand hebbende woordparen als beangsten (van angst) en beangstigen (van angstig), waardoor be-en en be-igen min of meer synoniem werden. Deze werkwoorden ontstonden meestal naast een ouder synoniem zonder voorvoegsel, zoals bij bovengenoemde voorbeelden eden, moeden, schaden, alle reeds Middelnederlands.
Een aparte groep van zeer oude woorden die oorspr. met be- zijn gevormd bestaat uit de voorzetsels/bijwoorden → binnen, → buiten, → boven, → beneden, → benevens, en enkele verouderde woorden zoals bachten ‘achter’, bezuiden, etc.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

be-* [voorvoegsel waarmee overgankelijke ww. worden gevormd] {in bv. bekeran [terugwijken] 901-1000, oudnederlands bi-, be-, middelnederlands be-} oudfries, oudengels bi-, be-, oudsaksisch, oudhoogduits, gotisch bi-, zwakbetoond naast de volle vorm bij.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

be- praefix, mnl. be-, onfrank. bi-, be-, os. ohd. bi-, ofri. be-, bi-, oe. bi-, be-, got. bi-; in het on. vinden wij het nog maar bewaard in het ww. bnūa, waarvan alleen overgeleverd is praet. bneri. — In toonloze positie verzwakt uit bij. — Soms versmolten met het hoofdwoord zoals in bang, blijven en in de verbindingen binnen, buiten en boven.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

be- prefix, mnl. be-. = onfr. bi-, be-, ohd. bi- (nhd. be-), os. bi-, ofri. be-, bi-, ags. be-, oud-ags. bi- (eng. be-), got. bi-. Zwaktonig. Oorspr. één met bij I. Ook in blijven, bang, binnen, boven, buiten.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

be-. Het On. kent dit prefix niet. Uit het Mnd. is het in het De. en Zw. overgegaan.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

be- praefix, in al de Germ. talen uitgenomen het Skandin.: in de oudere bi, in de nieuwere be, is een proklitische bijvorm van bij (z.d.w.); vertoont zich gesyncopeerd als b in vele woorden, waarin men het op een eerste zicht niet altijd erkent, als in bang, barmhartig, biecht, blijven, blusschen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

to be or not to be (Engels to be or not to be)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

be- ‘voorvoegsel waarmee overgankelijke werkwoorden worden gevormd’ -> Deens be- ‘voorvoegsel waarmee werkwoorden worden gevormd’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors be- ‘voorvoegsel waarmee werkwoorden worden gevormd’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds be- ‘voorvoegsel waarmee werkwoorden worden gevormd’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut