Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cadet - (officier in opleiding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cadet zn. ‘officier in opleiding’
Vnnl. cadet “jongere zoon, heertje” [1539; WNT], “jonger zoon/laatstghebooren” [1669; Meijer], cadets (mv.) ‘jonge (adellijke) vrijwilligers bij het leger’ [1686; WNT]; nnl. cadet ‘officier in opleiding (vrijwilliger)’ [1723; WNT], cadetten (mv.) ‘leerlingen der Militaire Academie’ [1868; WNT].
Ontleend aan Frans cadet ‘jonge adellijke vrijwilliger, jongere broer’ [1466; Rey] < Gascons capdet ‘hoofd, chef’ < Provençaals capdel < Latijn capitellus ‘hoofdje’, verkleinwoord van caput ‘hoofd’ zie → hoofd, zie ook → cadeau, → kadetje.
De (uit het Nederlands inmiddels verdwenen) betekenis ‘jongere zoon’ is secundair en kon ontstaan doordat in de 15e en 16e eeuw de jongere, niets ervende, broers uit adellijke Gasconse families dikwijls als vrijwillig officier in de legers van de Franse koningen dienden.

EWN: cadet zn. 'officier in opleiding' (1539)
ANTEDATERING: een groot cadet 'een groot sinjeur' [ca. 1515; Mariken, 101]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cadet [leerling van militaire school] {1500 in de betekenis ‘jongere zoon, een heertje’} < oudfrans cadet [jongere broer, militair student, in argot: achterste]; de vorm cadet [jongere broer] verving in de 18e eeuw gascons capdet < provençaals capdel [hoofd, aanvoerder, chef; hoofdletter] < vulgair latijn ∗capitellus < latijn capitellum [lett.: hoofdje; kapiteel], verkleiningsvorm van caput (2e nv. capitis) [hoofd]; het was gebruik dat jongere broers in adellijke Gasconse families in de 15e en 16e eeuw als officier dienden in het leger van de Franse koningen; de betekenisontwikkeling tot ‘achterste’ is niet duidelijk (vgl. cadeau, caudillo, kadetje).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cadet znw. m., sedert c. 1500 ‘jong adellijk vrijwilliger, edelman’ < fra. cadet (15de eeuw) < gaskons capdet ‘hoofdman’ (eig. gaskonse officieren aan het Parijse hof) < lat. capitellum ‘hoofdje’ (Gamillscheg 167).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

cadet znw., sedert ± 1500 = “jong adellijk vrijwilliger, edelman, (vooral schertsend) een heel heer”. Uit fr. cadet, dat op een afl. van lat. caput “hoofd” teruggaat. Ook in andere talen. Zie kadetje.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

katit, zn.: kranige vent. Dial. vorm van kadet. Zie kadee.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kadet: “seun wat militêre opleiding op skool kry” (WAT); Ndl. cadet/kadet (blb. sedert 16e eeu) uit Fr. cadet (Gas. capdet) uit Ll. capitellum, dim. v. Lat. caput, “hoof” (eint. “offisiertjie”).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cadet (Frans cadet)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cadet ‘student aan militaire school; juniorlid van een sportvereniging’ -> Indonesisch kadét ‘student aan militaire school; junioren(niveau)’; Javaans kadhèt ‘student aan militaire school’; Menadonees kadèt ‘student aan militaire school’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cadet student aan militaire school 1868 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal