Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

capriool - (bokkensprong, gekke streek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

capriool zn. ‘bokkensprong, gekke streek’
Mnl. caprioel, capriool ‘geitje, ree’; vnnl. cambriolen (mv.) ‘rare sprongen’ [1624; WNT], capriolen ‘sprongen van ruiter en paard’ [1671; WNT weder II)].
Mnl. caprioel, capriool ‘geitje, ree’ is ontleend aan middeleeuws Latijn capriola ‘geitje’, verkleinwoord van Latijn capra ‘geit’. In de betekenis ‘bokkensprong’ is capriool ontleend aan Middelfrans capriole ‘malle sprong’ [1550; Rey] (Nieuwfrans cabriole) < Italiaans capri(u)ola ‘reegeit, bokkensprong’ < Laatlatijn capreola ‘wilde geit’, een afleiding van klassiek Latijn capra ‘geit, gems’, de vrouwelijke vorm van caper ‘bok’. Zie ook → cabriolet.
Latijn caper is verwant met Oudnoords hafr ‘bok’, Oudengels hæfer ‘id.’, Grieks kápros ‘wild zwijn’, Oudiers gabor ‘bok’, maar reconstructie van een pie. wortel is bijna onmogelijk. Het is mogelijk dat het woord ontleend is uit een oosterse taal, zo bijv. Hebreeuws ṣāfīr ‘bok’. Gezien de geringe verspreiding kan het ook om een substraatwoord gaan.

EWN: capriool zn. 'bokkensprong, gekke streek' (z.j.)
ANTEDATERING: Die wilde caprioels 'de wilde reeën' [1485; iMNW]
Later: desen dans gheschiet met cromme spronghen, / En cabriolen hooch [1611; Venator, 23v]; de capriolen van een kappoen 'de capriolen van een kapoen' [1616; Bredero, 121] (EWN: 1624)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

capriool [bokkensprong] {1624} < frans cabriole, capriole [idem] < italiaans capri(u)ola [reegeit, bokkensprong], van capra [geit] < latijn capra [idem] → keper.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

kapriolen

Het Italiaanse woord capro betekent: bok. Onder capriola verstaat men in die taal letterlijk: bokkesprong. Wij hebben dat woord overgenomen en gebruiken het tegenwoordig alleen in het meervoud in de zegswijze: kapriolen maken, zowel letterlijk, bijvoorbeeld van kalveren in de wei, als figuurlijk. Dan bedoelen wij er hetzelfde mee als met de uitdrukking: kromme sprongen maken, dat wil zeggen: zich alle mogelijke moeite geven om zich uit de moeilijkheden te werken. Het Frans kent cabriolet voor een licht rijtuigje met één paard bespannen, waarschijnlijk om de bewegingen die zo’n wagentje maakte.

Het enkelvoud kapriool of cabriool werd vroeger gebruikt voor wat wij nu een kuitenflikker noemen, maar ook voor een dans in het algemeen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kapriool znw. v. ‘bokkesprong’ < fra. cabriole of ital. capriola < lat. capreolus ‘wilde geit, reebok’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kapriool v., gelijk Fr. cabriole, uit It. capriola = geitesprong, van It., Lat. capra = geit: z. keper.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kabberjoel, zn.: bokkensprong, rare streek, uitvlucht. Met verzachting p/b en metathesis uit capriool < Fr. capriole < cabriole < It. capriola.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

cabriool, zn.: luchtsprong, bokkensprong, capriool. Fr. cabriole, later capriole < It. capriola ‘reegeit, bokkensprong, kuitenflikker’, capriolo ‘reebok’.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kaperjol s.nw. (dikw. in die mv. kaperjolle) Selde ook kapriol.
1. Sprong deur 'n bok in die lug uitgevoer. 2. Lewendige, verspotte beweging wat aan dié van 'n bok herinner. 3. Speelse, dikw. onbesonne handeling of optrede. 4. Ontwykende optrede van iemand wat in 'n hoek gedryf word. 5. Lighartige flankeerdery.
In bet. 1, met metatesis, uit Ndl. capriool (1624). Bet. 2, 3, 4 en 5 het in Afr. self ontwikkel.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kaperjol: – kapriol – (Afr. sprt. vermy gew. verbg. ioe, vgl. o.a. swetterjoel en vitterjoel teenoor swetrioel en vitrioel), meest. mv., “vrolike bewegings”; Ndl. cabriool/capriool/kapriool (Mnl. caprioel nog in bet. “bokkie”) in huidige bet. blb. sedert l7e eeu, vgl. ook Eng. capriole, verk. tot caper(s), die Ndl. vorme m. inl. b wsk. via Fr. cabriole (Prov. dial.) en dié m. inl. p via It. capriola, dim. v. capra, vr. v. Lat. caper, “bok”, eint. “bokkesprong(e)”.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

capriool (Frans capriole)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

capriool bokkensprong 1624 [WNT] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1085. Capriolen maken,

d.w.z. bokkesprongen, kattesprongen (18de eeuw), kluchtige bewegingen maken; 17de eeuw: een bepaalden dans, een kuitenflikker maken; ook wel cabriolen genoemd (fr. cabriole), eene afleiding van het ital. capriola, bokkesprong. Bij Vondel I, 179, vs. 10: Die maeckten meen'gen spronck en luchte kabriol; De Brune, Wetst. I, 197: Eenige woeste capriolen en geitesprongen; Sewel, 378; Halma II, 108: Cabriole, kruldans, krulsprong, een losse sprong in 't danssen; Ndl. Wdb. III, 1966. In Kl. Brab. cambriolen maken; Antw. Idiot. 1626: cabriolen maken, van zijnen neus maken, beslag maken; fr. faire des cabrioles; hd. Kapriolen machen (17de eeuw Kapriolen schneidenSchultz, 329.); eng. to cut capers.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal