Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

derhalve - (daarom)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

derhalve bw. ‘daarom’
Mnl. of vnnl. derhalven ‘daarom’ [1425-1575; MNW werden], derhalven ‘zodat’ [1524; WNT voltrekken].
Gevormd uit der, genitief meervoud van het aanwijzend voornaamwoord → d(i)e, en het achtervoegsel → -halve ‘wegens, van de kant van’, dat ontstaan is uit het zn. halve ‘zijde, kant, opzicht’, zie ook → behalve. De grondbetekenis is dus ‘wegens die dingen’.
Mnd. der halven ‘daarom’ (nhd. deshalb ‘id.’).
In het Vroegnieuwnederlands kwamen als varianten ook dierhalve en met de genitief van het enkelvoud des- en dieshalve voor, die dus ‘wegens dat’ betekenden.

EWN: derhalve bw. 'daarom' (1425-75*)
ANTEDATERING: mnl. alle derhalven dan dat ('om alle welke redenen') hij sijen seele verdoembt eewelijcken [1446; iMNW halve I]
{* De eerste attestatie in het EWN moet gedateerd worden: 1501-1700. Dat is de datering van de gebruikte handschriften.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

derhalve* [op die grond] {1524} van middelnederlands der, verbogen vorm van de + het zn. halve [zijde, kant, richting], vgl. in allen halven, van minen halven; met middelnederlands halve zijn verwant oudsaksisch halƀa, oudhoogduits halba, oudfries halve, oudengels healf, oudnoors halfa, gotisch halba; het woord behoort bij half en betekent ‘het stuk dat het gevolg is van snijden’, verwant met latijn scalpere [snijden, kerven].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

derhalve bijw. Eerst nnl., opgekomen naast deshalve(n), dat bij Kil. en ook mnl. voorkomt. Vgl. -halve.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

derhalve bijw., + Hgd. derhalben: z. halve.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

derhalve* bijwoord van hoedanigheid: op die grond 1524 [WNT voltrekken]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal