Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dressoir - (aanrechttafel, buffet zonder bovenbouw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dressoir zn. ‘aanrechttafel, buffet zonder bovenbouw’
Mnl. dretsoor ‘buffet, dientafel’ [ca. 1350; MNW dretsoor], tritsoor [1450-1500; MNW tritsoor], tresoor ‘id.’ [ca. 1480; MNW tritsoor]; vnnl. trijsoir ‘spijskast, keukenkast’ [1515; WNT trezoor], ten tresore te stane ‘aan het buffet te staan’ [1527; WNT trezoor], Tresoor, tritsoor ‘buffet’ [1588; Kil], tritsoor ‘buffet, tafel’ [1599; Kil.]; nnl. dressoor ‘dientafel, buffet’ [1876; WNT], dressoir ‘buffet’ [1877; WNT welgeschikt].
Ontleend aan Frans dressoir < Oudfrans dreçor ‘buffet, dientafel’ [1285; Rey]. De Middelnederlandse vorm is direct ontleend aan de Oudfranse vorm. Het Franse woord is een afleiding van het werkwoord dresser ‘klaarmaken, opdienen; rechtopzetten’, eerder al drecier, drechier ‘aan tafel bedienen, opdienen’, zie → dresseren; ook Oudfrans drecheron ‘soeplepel’. Een dressoir zou dan een pronkmeubel zijn waarop de borden rechtop tegen de achterwand werden gezet (Rey), of, wat gezien de oudste vindplaatsen veel waarschijnlijker is, een meubel waarop gerechten werden klaargemaakt, klaargezet en/of opgediend.
De Middel- en Vroegnieuwnederlandse vormen met t- zijn wrsch. ontstaan onder invloed van het woord tresoor ‘schatkamer, kast voor kostbaarheden’. In de 13e en 14e eeuw was een dressoir een verplaatsbaar dienmeubel, in de 15e eeuw werd het meer een luxe pronkstuk.
Lit.: M. Philippa (1999) ‘Huiselijke gemakken’, in: OT 68, 350-351

EWN: dressoir zn. 'aanrechttafel, buffet zonder bovenbouw' (ca. 1350)
ANTEDATERING: dretsoren 'kamertjes voor voorbereiden van maaltijd' [1301-25; iMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dressoir [buffet] {dretsoor, tretsoor 1350} < oudfrans dressoir, van dresser [rechtop zetten: men zette de borden rechtop tegen de wand] (vgl. dresseren).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

dressoir (zn.) buffet; Middelnederlands dretsoor <1350> < Frans dressoir.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dressoir (Frans dressoir)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dressoir ‘buffet (meubelstuk)’ -> Indonesisch drésoar ‘buffet (meubelstuk)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dressoir buffet 1350 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut