Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

echter - vgw., (niettemin, evenwel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

echter vgw., bw. ‘niettemin, evenwel’
Onl. eft ‘echter’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. echter (bw. van tijd) ‘later, daarna, wederom’ [1265-70; CG II, Lut.K]; vnnl. echter (vgw.), ‘evenwel, toch’ [1641-42; WNT].
Oorspr. een afleiding van → af, evenals → achter. Het woord kwam in het Middelnederlands voor naast echt in dezelfde betekenis.
Os. eft ‘wederom, daarentegen’ (mnd. echter ‘wederom, achter’); ofri. eft ‘wederom, later’; oe. æft ‘wederom’ (ne. aft ‘achter’, after ‘na’); on. ept ‘wederom, daarentegen’; got. aftra ‘wederom, terug’; < pgm. *af-.
Echter betekende tot in de 17e eeuw meestal ‘later, daarna’, bijv. bij Vondel: Eerst onderling verzoent, echter met de Godtheit ‘komt eerst onderling tot verzoening en daarna met de godheid’ [ca. 1645; WNT]; deze betekenis komt in het huidige Nederlands niet meer voor, maar nog wel in het Engelse after. Daarnaast werd echter tot in de 17e eeuw gebruikt in de betekenis ‘wederom’, waaruit geleidelijk de betekenis ‘evenwel, toch’ is ontstaan. Deze laatste ontwikkeling wordt door FvW en door Toll. wel vergeleken met die van het Duitse voegwoord aber (naast abermals), dat oorspr. ook afgeleid is van af.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

echter* [niettemin] {echter, efter [later, daarna, opnieuw] 1284; als voegwoord 1641-1642} afgeleid van af, net als achter.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

echter bijw. voegw. ‘evenwel’, mnl. echter ‘later, daarna, wederom’ (ook nog oudnnl.), mnd. echter ‘later, daarna, wederom’. — Het woord staat naast mnl. echt ‘later, daarna’, os. eft, eht ‘wederom, daarentegen’, ofri. eft ‘later, wederom’, oe. eft ‘wederom’. Evenzo staat on. eptir ‘na’, naast ept (run. aft, ift, æft) en aptr ‘terug, wederom’; vgl. nog got. aftra ‘wederom, terug’. — Alle afleidingen van het voorz. af, vgl. ook: achter.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

echter bijw. en voegw. “evenwel”, mnl. en oudnnl. echter “later, daarna, wederom”. = mnd. echter “id.”, bijvorm (wsch. niet oud) van mnl. echt “id.”, os. eft, eht “wederom, daarentegen”, ofri. eft “later, wederom” (dat ook op een grondvorm zonder umlaut terug kan gaan), ags. eft “wederom”. Vgl. ook on. eptir “na”, waarnaast ept en oern. aft. Zie bij achter. Hd. aber heeft een gelijke beteekenis-ontwikkeling gehad. Ook dit is een afl. van af.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

echter bijw., Mnl. id., waarnevens Mnl. echt, Os. eft + Ags. Oft (z. achter).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

echter ‘nevenschikkend voegwoord’ -> Duits dialect † echter ‘nevenschikkend voegwoord’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

echter* nevenschikkend voegwoord 1641-1642 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal