Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gewezen - (voormalig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gewezen bn. ‘voormalig’
Vnnl. gewesen ‘voormalig’ in de gewesen Kerkenraad van Utrecht [1590; de Vreese 1894], den Gewesene Koning [1611; id.], een geweze Jodin, kristin geworden [1644; id.]. Daarnaast in dezelfde betekenis geweesde in den geweesden eighenaer [1631; id.], geweesde slaven [1660; id.].
Ontleend aan Duits gewesen ‘voormalig’, verl.deelw. van het in het Duits inmiddels verouderde werkwoord wesen ‘leven, zijn’, zie → wezen 2. Ook in het Middelnederlands bestond ghewesen als verl.deelw. van het sterke werkwoord wesen (klasse V), maar het was toen al grotendeels vervangen door de zwakke vorm gheweest. Dit zwakke verl.deelw. is enige tijd naast gewezen als bn. ‘voormalig’ gebruikt, maar is in die functie weer verdwenen.
Lit.: W. De Vreese (1894), ‘Gewezen’, in: TNTL 14, 287-289

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gewezen bnw. Deelwoord — als zoodanig verouderd — van wezen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gewezen bijv., eigenlijk regelmatig st. v.d. van wezen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal