Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

godverdomme - (tussenwerpsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

godverdomme tw. als vloekwoord
Nnl. godverdomme [1874; WNT god].
Traditioneel beschouwd als samentrekking van God verdoem(e) mij/me; die uitdrukking heeft echter de vorm van een zelfverwensing, terwijl men gewoonlijk van zich af vloekte. Godverdomme staat dus wrsch. eerder voor ‘god verdoeme u’, waarin verdomme teruggaat op de Hollandse dialectvorm verdommen van verdoemen, zoals blomme(n) naast bloemen staat. De interpretatie als zelfverwensing heeft wel volksetymologisch tot bijv. godsamme(krake) geleid.
Er bestaan talrijke klankvarianten van deze vloek, zowel gelijkwaardige als eufemistische of humoristische, bijv. het al genoemde godsamme(krake) en verder: goddomme, potverdomme, potverblomme, en verkortingen in varianten als verdomme, verdulleme, verdikkeme, etc. Zie ook → godverdorie.
Lit.: Van Sterkenburg 1997, 214-233

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

God (ver)doem(e) mij, godverdomme. De oorspronkelijke betekenis van deze eed is ‘God moge of God moet mij verdoemen (als ik de waarheid niet spreek)’. Het betreft dus een zelfverwensing. Vele voorbeelden van zelfverwensingen zijn ons overgeleverd uit de Middelnederlandse periode, bijvoorbeeld God, hi moete mi verdomen. Tegenwoordig is de woordgroep altijd samengetrokken tot godverdomme, goddomme, goddome. In Zuid-Nederland ook god za ’t verdomme en gadome.
Sanders schetst in nrc/h. van 22 december 1997 dat het nog niet zolang bekend is dat godverdomme van oorsprong een zelfverwensing is. Een en ander blijkt het gevolg van een moraaltheologische discussie die aan het begin van deze eeuw in Nederland en Vlaanderen is gevoerd, met als belangrijkste deelnemers monseigneur G.J. Waffelaert en professor O.E. Dignant in België, en pater J. Aertnys in Nederland. Inzet van de discussie was de vraag of godverdomme nu godslasterlijk was of niet. En zo nee, wat het dan wel was. Als je met godverdomme God verdoemde, de verdoemenis wenste aan God, dan was het voor de christen een doodzonde. De commissie wist gelukkig aan te tonen dat het geen godslastering was, maar een verwensing en dus geen doodzonde. Aldus Sanders. Voor de Bond tegen het vloeken is dit de meest beruchte vloek in ons taalgebied. Vaak spreekt men daar van het gvd-woord. In nrc/h. van 19 september 1998 vertelt J. Tjaardstra uit Apeldoorn over dat gvd-woord de volgende anekdote, die zich afspeelde in de jaren vijftig in Belgisch-Kongo: “Op de scheepswerf Chanic in de hoofdstad Leopoldstad (nu Kinshasa) was een conflict ontstaan tussen de Vlaamse werknemers en de (francofone) leiding. De Kongolese arbeiders betuigden hun sympathie met de Vlamingen met de woorden ‘Nous autres Congolais, nous sommes pour les Kottferdommes!’”. Het element verdomme is een eufemistische verzachting van de vorm verdoeme, die een samentrekking is van verdoeme (de conjunctief) en mij (de vierde naamval van ik) of een verkorting van godverdomme.
Na de Middeleeuwen is de formule niet of nauwelijks opgetekend. In de spreektaal is zij, wat wij noemen, hoogproductief. Het is dé krachtterm om hevige emoties uit te drukken, d.w.z. schrik, woede, verontwaardiging, ontgoocheling, frustratie, radeloosheid, verdriet of verbazing.
Als ingehouden vloek c.q. uitroep komt in ons enquêtemateriaal ook godverdo voor.
Talloos zijn de verbasteringen van het werkwoord. Ik noem zonder uitputtend te willen zijn: godverdijme (misschien uit God vermaledije mij) en godverdikkeme. In het zuiden van ons taalgebied komen ook godverdeime, godverdemme, godverdekke, godverdoke en godvernonde voor. De laatste vorm is waarschijnlijk samengegroeid uit godverdomme en het Franse nom de dieu. In Vlaanderen gebruikt men meestal alleen nonde. Andere verbasteringen van het werkwoord dat met God gecombineerd voorkomt, zijn: goddamme, goddeure, goddore, godverdeure, godverdore, goddorie, goddosie, god(ver)doorje, god(ver)doosje, godore, godorie, godoorje. Al deze vormen zijn mogelijk terug te voeren op God verdore u ‘dat God u moge verdwazen’. Verminkingen hiervan treffen wij in getsiederrie en getsiedorie, getverderrie, gadverdarre, gadverdarrie, gadverderrie. Andere verbasteringen uit het hedendaagse materiaal die niet in de woordenboeken voorkomen, zijn: godverdamme, godverdee, godverderrie, god(ver)dikke, godverdikkeme, godverdikkie, godverdimme, godverdokke, godverdenonde. De Baere (1940: 159) kent ook nog godverkromme, godverstomme, godverslomme, godverblomme.. Niet alleen talrijk zijn de verbasteringen van de werkwoordelijke constituent, ook het deel dat daaraan voorafgaat, komt in ons materiaal vaak misvormd voor. Daarbij wordt ook vaak slechts het voorvoegsel of een deel van het werkwoord gebruikt: gaddamme, gadver, gadverdamme, god(ver)deme, gadverdemme, gadverdikkie, gadverdomme, gedomme, gat voor gimme, getver, getverdamme, getverdemme, getverdikkie, getverdomme.. De laffe smaak van de verbastering van God proeven wij verder in: metverderrie, motver, motverdikkeme, motverdomme, motverdorie, potdikkeme, potdomme, potdorie, potdosie, potdulle, potjandoosjes, potjandorie, potjandosie, potjandriedikkie, potjandriedubbeltjes, potsamme, pottedorrie, potver, potverblommekes, potverbrillepap, potverd., potverdekke, potverkoffie, potverdepotver(depotver), potverdikke, potverdikkeme, potverdikkie, potverdimme, potverdomd, potverdomme, potverdonderdag, potverdorie, potverdrie, potverdriedubbeltjes, potverdubbeltjes, potverdulle, potverdulleme, potverdumme, potvergeme, potverjandorie, potverjandriedubbeltjes, potverju, potverjume, potvermille, potvernonde, potverpielekes, potverpiemeltjes, potversnitjekus, potvervandriedubbeltjes, potvervierdubbeltjes, snotdomme, snotdorie, snotdosie, snotjandoppie, snotsie, snotter, snotters, snottomme, snotver, snotverdee, snotverderrie, snotverdikke, snotverdikkeme, snotverdikkie, snotverdimme, snotverdomme, snotverdoppie, snotverdorie, snotverdrie, snotverdubbe, snotverdulleme, snotvergeme, snotverpielekes, snotversnaatje, snotversnooie, snotversnuppie. Uit Merijntje Gijzen van A.M. de Jong noteerde ik ook nog snotverpennekes. En een correspondent uit Lexmond kent snot zal me pissen.
In het enquêtemateriaal is de elliptische vorm godver hoogfrequent. In het WNT is hij niet vermeld. Diezelfde variant wordt, al dan niet misvormd of verkort, op bonte wijze versterkt: ammedegodver, gadverdegadver, getverdegetver, gloeiende godver, gloeiende godverdomme, god gloeiende godver, god gloeiende godverdomme, god god verd., godverhemelote godverdomme, god zal je vergodverdomme, godgodgodverdomme, godgodverdegodgloeiendegodverdomme, godverdegodver, godverdegodver...domme, godverdegodverdeshit, godverdegodverdomme, godverdekutkutkut, godvermieljaardeju, godverdemieljaarde, godverdenonde, godverdenondejudejudejudeju, godverdeshitshitshit, godverdommegodverdomme, godverdommegodverdommejezusgatver, godverdomme, godverfuck, godvergloeiendegodverdomme, godvergodver(godver), godvergodververdomme, godverhemelstegodverdomme, godverjeetje, godverju, godverkankertyfusteringzooi, godverkut, godvermiekendeju, godvermieleju, godvermieljaar, godvernon, godvernonde, godvernondeju, godvernondemieljaar, godvernondemieljaardeju, godvervlamsteju.. Het element verdomme kan versterkt worden door god en/of door de bepaling gloeiende, die de heftigheid van de emotie en/of de taboedoorbreking extra kracht bij moeten zetten. In ons materiaal vonden wij versterkingen van het type god gloeiende godverdomme. En ook een superversterker als godgodverdegodgloeiendegodverdomme konden wij noteren. Van deze vloek is ook een werkwoord gemaakt, met het voorvoegsel ver-, dat in zware verwensingen gebruikt wordt, type god zal je vergodverdomme! Ook versterkingen als godgodgodverdomme, godverdegodverdomme, godverdommegodverdomme, godverdommegodverdommejezusgatver, gotverhemelstegodverdomme en de blasfemische mars godverdommejezuschristuskanker-tyfusteringzooi verzamelden wij uit het actuele taalgebruik. Een enkele maal werd de woordgroep gekruiste godverdomme opgegeven. Gekruiste versterkt de vloek. Of wij van het werkwoord kruisen of kruisigen uit moeten gaan, is niet met zekerheid uit te maken. In het enquêtemateriaal komt ook voor gevlamde godverdomme. Ik vermoed dat gevlamd en gloeiend de vurigheid en hartstochtelijkheid van de vloek willen uitdrukken.
Humoristisch bedoeld lijken de klanknabootsende substitutievloeken godzalmestompen, god verbiedt het vloeken en godnakende blote kont. Als vervloeking komt ook voor krijg de godgloeiende godverdomme! De betekenis is ‘ik ben ziedend op je, barst maar, donder op’. Volgens Sanders wordt de vloek uitgebreid tot krijg de godgloeiende godverdomme en een kromme! (de Volkskrant 19 december 1997). Een correspondent uit Kaatsheuvel maakt mij attent op de vloek loop naar de godverdomme!, met als antwoord ik ben juist geweest en jij moest komme! Ook zegslieden uit Sittard en Rijswijk kennen deze vloek. Een versterking van godverdomme is het volgende rijm: godverdomme// kut met komkommer,// kut met sla,// vreten maar!. Hoe het vloeklexicon er in verbasterde vorm bij een afzonderlijke auteur uit kan zien, wordt duidelijk als men alleen al kijkt naar de verbasteringen van God in vloeken die A.M. de Jong zijn personages in de mond legt in de vier eerste delen van Merijntje Gijzen en in De martelgang van Kromme Lindert. Naast godvernondeju en god(ver)domme komen de volgende verbasteringen met god- voor: gadamme; gaddeke(n); gaddikke; gaddomme(n); gadnondedoeme; gadnondeju; gadsakke(r); gadsamme(n)emele; gadsammen; gadver; gadverdekke(n); gadverdikke; gadverdommen; gadvergeme; gadverju; gadvernondeju; gadverpielekes; gadvers; gadverse(n). → godver.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

godverdomme ‘krachtige vloek’ -> Indonesisch gotperdom, hotperdom, paradam, parodom ‘vloek, minder sterk dan in Nederlands’; Ambons-Maleis kotpord'om ‘vloek, minder sterk dan in Nederlands’; Javaans godhemané ‘vloek, minder sterk dan in Nederlands’; Keiëes yotverdom ‘een uitbrander krijgen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

godverdomme* tussenwerpsel: vloek 1874 [WNT God]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut