Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

granaat - (ontplofbaar projectiel)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2018

Granaten

“Je haar golft als een kudde geiten (…) Je tanden zijn als witte schapen (…)”. De dichter van het bijbelboek Hooglied put zich uit in niet-alledaagse vergelijkingen om de schoonheid van zijn geliefde te beschrijven. Haar lach vergelijkt hij met een vrucht: “Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach.” De vruchten van de granaatboom bieden met hun scharlakenrode schil en donkerrode, sappige vruchtvlees inderdaad een schitterende aanblik.
De herkomst van de fruitbenaming ligt in het Latijn. De Romeinen duidden de vrucht aan met malum granatum. Malum is het Latijnse woord voor ‘appel’, en granatum komt van granum (‘korrel’). De letterlijke betekenis van granaatappel is ‘korrelige appel’ – omdat het vruchtvlees bestaat uit talrijke pitten, die eruitzien als korrels.

Graniet
Het woord granaatappel is daarmee verwant met graan, dat eveneens teruggaat op het Latijnse granum. Ook is er een link met graniet. Het stollingsgesteente werd in het Latijn ‘marmor granitum’ genoemd: ‘gekorreld marmer’, vanwege het korrelige uiterlijk, tot stand gekomen doordat de mineralen in het magma door langzame afkoeling kristallen hebben gevormd.
Granum en marmor granitum staan ook aan de basis van granita, de van oorsprong Italiaanse benaming voor een halfgevroren dessert of tussengerecht op basis van suiker, water en verschillende smaakmakers. Anders dan bij ijs worden de ingrediënten niet geroerd, maar af en toe omgeschept, waardoor de typerende korrelige kristallen ontstaan.
Op zijn beurt heeft het woord granaatappel aan de wieg gestaan van weer andere nieuwvormingen. De halfedelsteen granaat heeft zijn naam te danken aan de rode kleur, die doet denken aan de vrucht. En ook noemen we een ontplofbaar projectiel een granaat, omdat het vulsel van dit wapentuig lijkt op de pitten in de granaatappel. In het maritieme woordenboek Seeman (1681) verklaart de Leidse schoolmeester Wigardus à Winschooten de naam dan ook als volgt: “naademaal deese Vrugt veel Korrelkens heeft, die ieder in haar huisjen sijn opgeslooten, soo werden de Vuurwerken, die men Granaaten noemd, (om de gelijkheids wil) daar naa genaamd.”

Kanarie
Uit het Frans stamt het woord grenadine, de limonadesiroop die wordt gemaakt uit het sap van granaatappels: in het Frans had het Latijnse granatum de vorm grenat aangenomen. Ook de benaming grenadier heeft een Franse herkomst. Oorspronkelijk was dit een soldaat die geoefend was in het werpen van handgranaten. Grenadiers waren te herkennen aan de berenmuts die ze droegen in plaats van de gebruikelijke hoeden met rand; zo’n muts zorgde niet voor hinder bij het weggooien van de granaten. Toen handgranaten op het slagveld in onbruik raakten, nam grenadier de betekenis ‘keursoldaat van de infanterie’ aan. De naam leeft voort in het huidige legeronderdeel Garderegiment Grenadiers en Jagers.
In het Surinaams-Nederlands heeft grenadier een bijzondere betekenis ontwikkeld, namelijk die van een bepaalde soort inheemse kanarie, die in Nederland bekendstaat onder de naam cayenne-organist (Euphonia cayennensis). De krijgshaftige benaming heeft te maken met het fraaie verenkleed van het mannetje: blauw, met aan weerszijden van de borst een goudgele vlek. Die borstvlekken deden denken aan de epauletten op het uniform van de grenadiers, en zo is het diertje aan zijn Surinaamse naam gekomen.

Schelden
De uitroep duizend bommen en granaten! brengen we vooral in verband met kapitein Haddock, de temperamentvolle zeebonk uit de Kuifje-stripverhalen van de Belg Hergé. Het is de Nederlandse vertaling van het door Hergé bedachte Franse mille millions de mille sabords de tonnerre de Brest! (letterlijk: ‘duizend miljoen van duizend geschutspoorten van donder van Brest’). Haddock was in de jaren veertig echter niet de eerste die de Nederlandstalige verwensing in de mond nam. “Maar bij God, duizend bommen en granaten, ik wil niet dat zij u ter dood brengen”, staat een eeuw eerder, in 1842, te lezen in een vervolgverhaal in de Javasche Courant. Al in 1892 omschreef het Woordenboek der Nederlandsche Taal de uitroep als een “bastaardvloek”. Maar ook al was hij niet de initiator van de hartekreet, kapitein Haddock ging wel heel creatief met het bestaande materiaal om. Verspreid in de Kuifje-albums vinden we varianten als “duizend atoombommen en raketgranaten”, “duizend miljoen bliksembommen en dondergranaten”, “duizend miljard donderbomgranaten”, “duizend miljard granaatbommen en bomgranaten”. Dat is andere koek dan de tedere poëzie van het Hooglied, maar ook wie zo kan schelden, mag met recht een taalliefhebber heten.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2016), ‘Granaten’, in: Onze Taal 11, 25.]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

granaat 1 zn. ‘ontplofbaar projectiel’
Vnnl. granaden, granaten (mv.) ‘ontplofbare projectielen’ [1594; van der Sijs 1994], bars barstende granaeten ‘luid ontploffende granaten’ [1627; WNT].
Hetzelfde woord als het eerste lid van → granaatappel; het projectiel is zo genoemd naar het vulsel dat lijkt op de grote hoeveelheid pitjes in de granaatappel en omdat het omhulsel bij het ontploffen in kleine stukjes uiteenspat; ook de buitenkant van een granaat zou op een granaatappel lijken. Misschien in deze betekenis ontleend aan Hoogduits Granate [ca. 1600; Pfeifer].

granaat 2 zn. ‘mineraal, halfedelsteen’
Mnl. fine ghernaten ‘mooie granaten’ [1285; CG II, Rijmb.], garnate ‘edelsteen’ [ca. 1330; Claes 1994a], robinen ende garnaten ‘robijnen en granaten’ [1462; MNW]; vnnl. een granaet ‘een edelsteen’ [1534; Claes 1994a].
Ontleend aan Oudfrans grenat ‘granaatsteen’ [ca. 1265; Rey], eerder al het bn. granat ‘donkerrood (van edelsteen)’ [ca. 1130; Rey]. Deze betekenis is mogelijk ontwikkeld uit grenate ‘van de granaatappelboom’ in pome grenate, zie → granaatappel, dat werd opgevat als een aanduiding van kleur (Rey). Zie ook → graniet.

granaatappel zn. ‘vrucht van de granaatappelboom (punica granatum)’
Mnl. zowel samenstellingen met pume als het simplex: pume ghernaten ‘granaatappels’ [1287; CG II, Nat.Bl.D], plant dar in die garnaten ‘plant daar de granaatappel, de granaatboom in’ [1290-1310; MNW-P], pumegarnaten [1300-50; MNW-R], bloemen vander prumen gernate ‘bloemen van de granaatappel’ [1351; MNW-P], dan ook samenstellingen en omschrijvingen met appel zoals garnate-appele [1380-1400; MNW-P], appelen van gernaten [1458; MNW-P]; vnnl. granaetappelen [1534; Claes 1994a], ook het simplex: granaeten (mv.) ‘granaatappelbomen’ [1608; WNT].
Samenstelling van granaat en → appel, halve leenvertaling van Frans pume grenate ‘granaatappel’ [1165; Rey], ook als simplex grenate ‘granaatappel’ [ca. 1314; Rey] (Nieuwfrans grenade), via Noord-Italiaans pom granat, pum grana voor algemeen Italiaans melo granato ‘granaatappel’ < Latijn mālum grānātum, letterlijk ‘vrucht met korrels’, omdat de granaatappel bestaat uit vele korrels of pitjes; bij grānum ‘korrel’, zie → graan.
In het Middelnederlands komen naast vormen als pume grenaat ook zeer dikwijls vormen als prume gernaat voor, door volksetymologische associatie met prume ‘pruim’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

granaat [granaatappel, ontploffend projectiel, edelsteen] {garnate, gernate [granaatappel, granaatsteen] 1287, grenate [granaatappel] na 1412, granaden, granaten [ontploffende projectielen] 1594} < oudfrans grenate < latijn pomum granatum [boomvrucht, granaatappel], van granum [korrel, pit] (vgl. graan1, graniet); de granaat als munitie ontleent haar naam aan de granaatappel, die immers talrijke zaden bevat. De granaatsteen is naar de granaatappel genoemd vanwege de rode kleur.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

granaat znw. v., mnl. garnâte ‘granaatappel; soort edelsteen’ < ofra. grenat, grenate of rechtstreeks uit < mlat. granatum (afl. van granum ‘korrel’). De tegenwoordige vorm staat onder invloed van de lat.-romaanse vormen. — De bet. projectiel met springlading ontstond door de vergelijking met de vrucht, die een groot aantal pitjes bevat.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

granaat znw., mnl. garnâte m. “granaatappel”, ook reeds = “een soort edelsteen”; de bet. “projectiel” is jonger. Uit ofr. grenat, grenate (fr. grenat, grenade) of direct uit mlat. granâtum (van grânum “korrel”). Nnl. gra- door hernieuwde aansluiting aan de lat.-rom. vormen. Ook in andere talen ontleend.

granaatappel znw. Evenals mnl. appelgarnâte m., mhd. (nhd.) granâtapfel m., mnd. appelgrat gedeeltelijk ontleend, gedeeltelijk vertaald uit lat. malum, of pomum granatum of zijn fr. equivalent; ook mnl. pûmegarnâte komt voor.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

granaat 1 v. (appel), uit Sp. granada, van Lat. granatam (-a) - zaadrijk, vr. zelfst. gebr. bijv. afgel. van granum = graan (z.d.w.).

granaat 2 v. (kogel), hetz. w. als granaat 1., wegens de gelijkenis: was met kruit gevuld, gelijk de granaat met korrels.

granaat 3 m. resp. o. (steen), van Mlat. granatum, onz. zelfst. gebr. bijv. (z. granaat): hij wordt in korrels gevonden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

granaat s.nw.
1. Tipe eetbare vrug. 2. Tipe edelsteen. 3. Tipe ammunisie.
Uit Ndl. granaat (Mnl. garnate in bet. 1 en 2, 1594 in bet. 3), in bet. 1 so genoem omdat die vrug talryke rooi eetbare pitte bevat, in bet. 2 omdat die edelsteen, soos die vrug, 'n donkerrooi kleur het, en in bet. 3 omdat die ammunisie uitmekaarspat as dit ontplof, en die skerwe soos die pitte van die vrug versprei.
Ndl. granaat uit Oudfrans grenate uit Latyn granatum, met lg. van granum 'korrel, pit'.
D. Granate, Eng. grenade, Fr. grenade.
Vgl. graan, graniet.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

granaat (Frans grenade)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Granaat (Lat. granatum = gekorreld) is een holle kogel, gevuld met kruitkorrels, die als een bom dienst moet doen. Oorspronkelijk werden de granaten met de hand geworpen door de zoog. grenadiers. “Granada” (in Spanje) beteekent: granatenland.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Graan van ’t Lat. granum = korrel, Fr. grain, waarvoor bij ons grein (apotheeksgewichtje). Van ’t zelfde granum komt granaat = appel vol korrels (Granada = het land der granaten), ook: kogel vol korrels, evenals het edelgesteente, dat in korrels voorkomt. – Ook graniet: korrelige steen, behoort hier thuis.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

granaat ‘ontploffend projectiel’ -> Engels † granat ‘ontploffend projectiel’; Indonesisch granat ‘ontploffend projectiel; (Bahasa Prokem) autogangster’; Jakartaans-Maleis geranat, granat ‘ontploffend projectiel’; Javaans gernat, gurnat ‘ontploffend projectiel’; Madoerees harnat ‘ontploffend projectiel’; Minangkabaus karanat ‘ontploffend projectiel’; Soendanees gurnat ‘ontploffend projectiel’.

granaat ‘granaatsteen’ -> Engels garnet ‘kristallijne delfstof; rode edelsteen’; Sranantongo granaki ‘granaatsteen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

granaat ontploffend projectiel 1594 [Schulten Tw. 9] <Frans

granaatappel vrucht van de granaatboom 1534 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut