Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

haast - (spoed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

haast zn. ‘spoed’
Mnl. haest ‘spoed’ in bet haeste ‘met spoed’ [1220-40; CG II, Aiol]. Eerder al in de afleiding haestelijk ‘spoedig, snel’ [hastlike 1201-25; CG II, Floyr.].
Via Noord-Franse dialecten (waar a voor st verlengd werd) ontleend aan Oudfrans haste ‘haast, ijver’ [ca. 1135; Rey] (Nieuwfrans hâte), dat zelf weer van Germaanse oorsprong is en waarvoor men Oudfrankisch *haist reconstrueert. Nog eerder bestond al het Oudfranse werkwoord haster ‘haasten’ [1080; Rey] (Nieuwfrans hâter). Wrsch. een afleiding van de wortel van → heftig.
Oorspronkelijke vormen zijn in elk geval: oe. hǣst ‘geweld’; on. heifst ‘twist, strijd’; got. haifsts ‘id.’. De -f- is in het West-Germaans weggevallen, maar duidt erop dat deze woorden zijn afgeleid van de wortel van → heftig. De Nederlandse en de andere jongere Germaanse woorden (mnd. hāst, hast ‘haast’; mhd. hāst, verkort tot nhd. Hast ‘haast’; ofri. hāst ‘haast’; ne. haste) zijn ontstaan uit Oudfrans haste: voor het Engels en het Nederlands door rechtstreekse ontlening, en uit het Nederlands overgenomen in het Nederduits > Hoogduits, beide al vroeg [13e eeuw; Öhmann 1901], hoewel in de Hoogduitse schrijftaal Hast pas later inburgert [eind 16e eeuw; Öhmann 1901]. De Oudfriese vorm kan gezien de noordelijke ligging en de lange klinker heel goed net als de Oudengelse vorm oorspronkelijk zijn, maar ook net als het Middelnederduits uit het Nederlands zijn overgenomen.
haast bw. ‘aanstonds; bijna’. Mnl. haest ‘snel, spoedig’ in Hoe ben ic nu hier geraect dus haest? ‘Hoe ben ik hier zo snel gekomen?’ [1400-50; MNW], ‘aanstonds, weldra’ in Jc waen (‘hoop’) die kruuck die ons so dicken (‘dikwijls’) heeft bedrogen haest sel breken [1460-80; MNW-R]; vnnl. haast eeven sterk ‘bijna even sterk’ [1642; WNT]. Wellicht ontwikkeld uit de zeer frequente combinatie met haest door wegval van het voorzetsel. ♦ haasten ww. ‘spoeden, met haast iets uitvoeren’. [1265-70; CG II, Lut.K], Moyses haeste hem ende gaet [1285; CG II, Rijmb.]. Afleiding van het zn. haast. In het oostelijk Middelnederlands was ijlen (zie → ijl 1) gebruikelijker.
Lit.: E. Öhmann (1901), ‘Die deutsche Wortsippe Hast’, in: Zeitschrift für deutsche Wortforschung 16, 161-167

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

haast1 [spoed] {ha(e)ste, haest 1237} < oudfrans haste (frans hâte), dat weer uit het germ. komt, vgl. gotisch haifsts [twist] (vgl. heftig).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

haast

Het Nederlandse zelfstandige naamwoord haast en het Engelse haste zijn beide afkomstig van het Franse hâte, dat weer uit een ouder woord haste is ontstaan. De vraag of dit woord haast: spoed, snelheid hetzelfde is als haast: bijna moet bevestigend worden beantwoord. Er is namelijk behalve het zelfstandige naamwoord haast ook een bijvoeglijk naamwoord (en een bijwoord) haast in de betekenis: overijld, ras, vlug. Deze betekenis gaat gemakkelijk over in: over een korte tijd, weldra. Dit bijwoord van tijd wordt weer gemakkelijk een bijwoord van hoegrootheid. ‘Hij is haast veertien’ betekent immers: ‘hij is weldra veertien’, maar ook: ‘hij is bijna veertien’. Zegt men: ‘Kom je haast?’ of: ‘Komt er haast wat?’ dan ligt de betekenis eveneens tussen: spoedig en bijna. En tenslotte gaat dan haast precies hetzelfde betekenen als bijna.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

haast [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: zie Ts 85, 234 [1969].

haast znw. v., mnl. hast, haste, haest, haeste, m. v., mnd. hast m. v. ‘haast, opwinding, drift’ < ofra. haste, nfra. hâte. Dit woord komt echter weer < frankisch *haifst ‘heftigheid’, vgl. got. haifsts ‘twist’, waarvoor zie: heftig.

Het germ. *haifsti werd in het wgerm. vereenvoudigd tot *haisti, vgl. oe. hæst ‘heftigheid’, westfri. haest ‘haast’ en verder het bnw. ohd. heisti, ofri. haste, oe. hæste ‘heftig’. Het zou dus mogelijk zijn, dat nnl. haast ook uit het fries herkomstig zou zijn; misschien heeft zich dit woord met het ofra. haste gekruist in het ontstaan van nl. haast. — In elk geval moet men het bijw. haast wel afleiden uit ofri. hāste ‘vlug’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

haast znw., mnl. hast(e), haest(e) m. v. Dit woord en mnd. hast m. v. “haast, opwinding, drift” zouden wat den vorm betreft van een ofri. *hâst v. (alleen owfri. haest “haast” komt voor) kunnen komen, dat evenals ags. hæ̂st v. “heftigheid” op *haisti- < *χaifsti- (got. haifsts v. “twist”; zie verder heftig) kan teruggaan. [Van wgerm. *haisti- is ohd. heisti, ofri. hâste, ags. hæ̂ste “heftig” gevormd.] Maar veel aannemelijker is (o.a. wegens ’t voorkomen in ’t Zuidmnl.) de afl. van ndl. haast, mnd. hast (> nhd. de. zw. hast) uit ofr. haste (fr. hâte) “haast”, dat weer uit ’t genoemde wgerm. *haisti- ontleend is. Wsch. is ook mnl. haest bnw. “vlug, haastig”, waarbij ’t bijw. haest(e) “vlug, spoedig” (nnl. haast bijw. “bijna, weldra”), evenals mnd. hā̆ste (naast van ouds ndd. hē̆ste) “vlug, driftig” van fr. oorsprong: uit ofr. haste “vlug”. Ook owfri. haest znw. “haast” kan via ’t Ndl. uit ’t Fr. komen, ook al heeft hiernaast wgerm. *haisti- nog als ofri. *hâst bestaan; owfri. haestig “haastig” komt uit mnl. haestich (nnl. haastig), dat evenals mnd. hastich “haastig, driftig” van ’t znw. ha(e)st gevormd is, terwijl ’t ww. mnl. haesten (nnl. haasten) “zich haasten, tot haast aansporen, verhaasten”, mnd. hasten “zich haasten, tot haast aansporen” van ofr. haster (fr. hâter) komt. Ook eng. haste “haast”, to haste, to hasten “zich haasten, bespoedigen” komen uit ’t Fr. Voor de lange vocaal voor st vgl. beest.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

haast v., Mnl. haeste, gelijk Eng. haste, uit Ofra. haste (thans hâte); uit het Ndl. ging het woord over in ʼt Fri., Hgd. en Skand. hast. Ofra. haste is uit Germ. *haisti: Ohd. heisti, Ofri. hæ'ste= geweldig, Ags. hæ'st = geweld, On. heipt = toorn. Go. haifsts = twist, waarover verder bij heftig.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

haos (bijw.) bijna; Nuinederlands haest <1401-1450>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3haas s.nw.
Dringende snelheid in beweging of handeling.
Uit Ndl. haast (Mnl. haeste, haste, haest).
D. Hast (16de eeu), Eng. haste (1300).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

haas II: snelheid v. handeling; Ndl. haast (Mnl. ha(e)st(e), as b.nw. haest, tans in Ndl. en Afr. haastig) wu. Ndl. ww. (zich) haasten en Afr. (jou) haas; Hd. hast en hasten, Eng. haste en hasten, almal wsk. via Ofr. haste (Fr. hâte) blb. v. Germ. herk. in bet. “heftigheid” en ook verw. aan heftig.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

haast (Oudfrans haste)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

haast ‘spoed’ -> Duits Hast ‘spoed’ ; Deens hast ‘spoed’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors hast ‘spoed’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds hast ‘spoed’ (uit Nederlands of Nederduits); Creools-Portugees (Batavia) gas ‘snel’; Negerhollands hast ‘spoed’; Sranantongo hâsti ‘spoed’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

haast spoed 1237 [CG I1, 35] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut