Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hes - (kledingstuk)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2019

Gele hesjes
Toen half november vorig jaar in Frankrijk in gele hesjes geklede demonstranten massaal de straat op gingen, vroegen veel journalisten zich af waar de demonstranten vandaan kwamen en wie verantwoordelijk was voor hun kledingkeuze. Tegelijkertijd rees bij lezers van de Etymologiebank de vraag waar het woord hesje vandaan kwam. Het antwoord op die laatste vraag was tot dusver onbeslist: er waren twee mogelijke verklaringen, die beide naar Duitsland verwezen, maar die allebei bleven steken in gebrek aan bewijs.

Hessenkiel
Volgens de eerste verklaring verwees hes naar de naam van een inwoner van het Duitse Hessen. Hes(je) zou dan een verkorting zijn van een oudere naam hessenkiel, maar, zo geven de verschillende etymologische woordenboeken aan, “zo’n woord is nergens geattesteerd”. De tweede verklaring is dat het woord is ontleend aan het Zuid-Duitse dialectwoord häsz (‘kledij’, ook ‘overkleed voor een man’).
Het woord hes is in het Nederlands bekend sinds halverwege de negentiende eeuw. Het oudste citaat in het historische Woordenboek der Nederlandsche Taal dateert van 1843 en luidt: “blaauwgeverwde katoenen hemden, zoogenaamde hessen (fr. blouses), worden in alle zeehavens verkocht”. Hes stond in die tijd dus voor een blauw, katoenen mannenhemd en het was synoniem aan het Franse blouse.
Inmiddels zijn veel bronnen digitaal beschikbaar gekomen, en daardoor is het mogelijk om oudere vindplaatsen van woorden te zoeken dan de etymologische woordenboeken vermelden. En ziedaar: in een krant uit 1832 blijkt de samenstelling Hessen-kiel wel degelijk te worden gebruikt – en het woord blijkt dus minstens tien jaar ouder te zijn dan hes.

Blauwkielen
De context is interessant vanwege de parallellen met de moderne gele hesjes. Het Algemeen Handelsblad citeert op 21 juni 1832 een artikel uit een Belgisch dagblad onder de titel ‘Vaarwel blaauwe kielen’, waaruit blijkt dat de Belgische minister van Oorlog Louis Evain de blauwe kielen als uniform wil afschaffen. Die blauwe kielen werden gedragen door de Belgische vrijkorpsen, de vrijwillige soldaten die in 1830 meededen aan de opstand tegen het Nederlandse gezag. Vanwege hun uniform kregen ze de bijnaam blauwkielen. Evain wilden door het afschaffen van dit kledingstuk een streep zetten onder het revolutionaire verleden.
Het artikel gaat dus over blauwe kielen, maar de journalist van dienst gebruikt als synoniem voor blauwe kiel: “Hessen-kiel”. De spelling met een hoofdletter bewijst dat het gaat om de landstreek Hessen. Maar waarom zijn blauwe kielen naar dit gebied in Duitsland genoemd? Daarvoor moeten we bedenken dat er al eeuwenlang een levendige handel bestond tussen Duitsland en Nederland, waarbij goederen werden vervoerd in grote karren met een breed wagenspoor. Dit type wagen kreeg halverwege de achttiende eeuw de naam hessenkar of hessenwagen, naar hun (vermeende) plaats van herkomst. Vanwege de brede sporen die ze in het landschap trokken, werden de handelswegen waarvan ze gebruikmaakten in Nederland aangeduid met hessenwegen. Het Nederlands kent de naam Hessenweg pas sinds 1747, en daarom is de wel geopperde verklaring dat er sprake is van een nooit aangetroffen dialectwoord hersenweg (‘paardenweg’; hers is een variant van ros) onwaarschijnlijk. Volgens het tijdschrift De Navorscher uit 1877 droegen de voerlieden van de hessenwagens over hun kleding “een blaauw linnen kiel (…), om zich tegen stof en ander vuil te beschutten”. Nederlandse moeders zagen het nut hiervan in: “Zij lieten (…) hunne zoontjens in de school en in den tuin zulke blaauw linnen hessenkielen dragen.” Later werd de hessenkiel, inmiddels verkort tot hesje en hes en vervaardigd van fijnere stof, de normale jongenskleding.

Vest
Zoals bij alle kledingstukken had de mode in de loop van de tijd invloed op de vorm, het gebruik en zeker ook de kleur van het hesje. Dat zie je ook aan de benamingen voor de gele hesjes in andere talen: het Duits heeft er de aanduiding gelbe Warnwesten of Gelbwesten voor, en het Engels yellow vests – beide talen gebruiken dus vest, een woord dat ook het Nederlands kent, maar waarmee een ander kledingstuk wordt aangeduid. Het woord is ontleend aan het Franse veste, maar die benaming gebruiken de Fransen niet; zij gebruiken voor de gele hesjes de term gilets jaunes. Dat gilet heeft het Nederlands ook uit het Frans geleend, maar in onze modeterminologie staat dat voor een mouwloos herenvest en niet voor een hesje. In alle landen dragen de demonstranten dus dezelfde gele hesjes, maar ze noemen die overal anders.
[Beelen, Hans en Nicoline van der Sijs (2019), ‘Gele hesjes’, in: Onze Taal 2/3, 30]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hes zn. (NN) ‘kledingstuk’
Nnl. hes in blaauwgeverwde katoenen hemden, zoogenaamde hessen, worden in alle zeehavens verkocht [1843; WNT], hes “jongenskiel” [1884; Kramers/Bonte]; in Koenen is de betekenisontwikkeling: “blauwe boerenkiel” [1901], “blauwe boerenkiel, jongensblouse” [1942], dan verschijnt het verkleinwoord hesje “blauwe jongensblouse” [1952], “soort blouse” [1960], “soort loshangende blouse” [1974].
Herkomst onzeker. Men neemt wel aan dat het een verkorting is van een samenstelling met de volksnaam Hes ‘inwoner van Hessen (Duitsland)’ als eerste lid, bijv. hessenkiel, maar zo'n woord is nergens geattesteerd. Een andere mogelijkheid is ontlening aan Duits dialectisch (Alemannisch en Schwabisch, zie Grimm) häsz ‘kledij’, ook ‘overkleed voor een man’, Middelhoogduits hæze. In beide gevallen moeten Duitse handelaren verantwoordelijk zijn geweest voor de invoering van het woord.
Net als bij veel andere namen van kledingstukken is ook de betekenis van hes aan verandering onderhevig geweest. Kenmerkend voor het moderne hesje (het verkleinwoord is gebruikelijker dan hes zelf) is in elk geval mouwloosheid. Een hesje is vaak een extra kledingstuk dat men aantrekt met het doel om voor een bepaalde functie goed op te vallen, bijv. in het verkeer.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hes [kiel] {1843} mogelijk uit de hd. volksnaam Hesse [Hes, bewoner van Hessen], in het lat. van Tacitus Chatti (mv.).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hes znw. v. ‘kiel’, eerst 19de eeuw < nhd. waarnaast wellicht oppernhd. häsz, hesz ‘plunje, kiel’ (WNT 6, 679). Het kan een verkorting zijn van veluws hessenkiel ‘blauwe kiel’, vgl. ook ouder-nnl. hessenkar ‘uit Duitsland afkomstige kar voor de invoer van glas- en aardewerk’. Dan is het de volksnaam Hessen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hes (kiel), eerst later-nnl. = de volksnaam Hes. Vgl. vel. hessenkiel “blauwe kiel”, verouderd nnl. hessenkar “uit Duitschland afkomstige wagen voor den invoer van glas- en aardewerk”, vel. hessenzweep.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hes v. (kiel), verkort uit hessenkiel, waarnevens ook hessenkar en hessenzweep, van den volksnaam Hes, Ohd. Haʒʒo, verschoven uit de Chatti van Tacitus.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hes (Duits Hesse)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hes kiel 1851 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut