Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kalebas - (pompoen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kalebas zn. ‘pompoen’
Vnnl. kalebasse “(Latijn) cucurbita lagenaria” [1588; Kil.].
Ontleend aan Frans calebasse [calebace 1527; Rey], dat zelf ontleend is aan Catalaans carabassa of Spaans calabaza, ouder kalapazo [946; Rey]. De verdere herkomst is onzeker. Voorgestelde etymologieën zijn: a) voor-Romaanse substraatherkomst uit *calapaccia (Corominas); b) ontlening van het eerste deel van het woord aan Arabisch qarʿa ‘pompoenachtige’, waarbij het woordeinde is ontstaan uit Arabisch yābisa ‘droog’ (CEDEL) of misschien is gevormd onder invloed van Catalaans cabàs, Latijn cabas, Spaans cavazo [949; Rey], alle met de betekenis ‘korf’; c) verband met Perzisch kharbuz ‘meloen’ (BDE), maar dat lijkt niet wrsch., omdat men in dat geval een met calabaza vergelijkbaar woord ook oostelijker aan de Middellandse Zee zou verwachten.
Ook ontleend aan Frans calebasse: nhd. Kalebasse; ne. calabash.
Kalebas is een verzamelnaam voor diverse vruchtsoorten van de geslachten Cucurbita. Datzelfde geldt voor → pompoen. Pompoenen zijn in het algemeen, in elk geval in het Nederlands, eetbare soorten, terwijl kalebassen geschikt zijn voor het maken van gebruiksvoorwerpen. Deze vruchten zijn inheems in Midden- en Zuid-Amerika en dus pas sinds de 16e eeuw in Europa bekend. Ouder, afkomstig uit Midden-Azië en al in de Middeleeuwen in Europa bekend, zijn de flesvormige vruchten die de Latijnse naam lagenaria of cucurbita lagenaria droegen maar nu tot het afzonderlijke geslacht Lagenaria worden gerekend. In het Nederlands worden deze vruchten fleskalebas of ook kortweg kalebas genoemd, maar in het Middelnederlands nog cauwoerde, uit Oudfrans caourde, Nieuwfrans gourde ‘fleskalebas’, zie ook → courgette.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kalebas [vrucht] {kalebasse 1588} < frans calebasse < spaans calabaza [idem], wel teruggaand op perzisch kharbuzeh, kharbūzeh, via arabisch qarʽ yābis [(collectief) droge kalebassen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kalebas znw. v., sedert Kiliaen < fra. calebasse of < spa. calabaza van onzekere oosterse oorsprong (van perz. kharbuz ‘watermeloen’?).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kalebas znw., sedert Kil. Of direct of via fr. calebasse uit spa. calabaza. Wordt afgeleid uit perz. kharbuz(a) “watermeloen”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kalebas v., uit Fr. calebasse = 1. pompoen, 2. flesch, van Sp. calabaza, en dit van Ar. qerbah.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

kalebas’ (de, -sen), 1. verkorting van kalebasboom*: z.a. Doordat bij het ontbossen ten behoeve van de dorpsbouw geen bomen werden gespaard en binnen de dorpskern aangeplante boompjes (enkele exx. cocospalm, gujave*, kalebas, citrus* en kers*) overwegend nog klein zijn, ziet men - althans voorlopig - weinig van houtige gewassen (J.H.A. Boerboom & B.S. in Celos rapp. 51 (4): 8; 1971). -2. vrucht van de kalebasboom*. Op* Hanover staat een boom vol grote kalebassen midden in het dorp. - 3. halve, uitgeholde en gedroogde vrucht als 2, vrnl. in gebruik als nap. Kijk, daar ligt een kalebas. Ga er mee naar de rivier. Schep wat water voor mij. Ik heb dorst (A. de Vries 1957 (5): 24). - 4. vrucht van de Indiaanse kalebas* (z.a.). - 5. uitgeholde en gedroogde vrucht als 2 of 4, dienende als waterkruik. - 6. kapsel dat eruit ziet alsof men een kalebas* (3) op het hoofd heeft, dus al het haar op gelijke hoogte recht afgeknipt. - Etym.: AN k, = een kruipende plant (Cucurbita lagenaria, Meloenfamilie*), de vrucht van deze plant en een nap van de halve vrucht. Uiterlijk lijken de vruchten van AN en SN k. sterk op elkaar. Oudste vindpl. van 1 Teenstra 1835 II: 256; van 2 Herlein 1718: 127; van 3 Brouwn 1796; 1984: 71 (Calbas). S krabasi. - Opm.: Bij Stedman (1796: 160) zegt een vrouw over een van haar slavinnen: ’Sir, this is a callebasee.’ Een dergelijke uitdrukking is nu niet meer bekend. Van Lier (bij Stedman, p. 461) veronderstelt dat het betekende ’een kom die van hand tot hand is gegaan’, derhalve aansluitend bij bet. 3 hierboven. Samenst. ook: boskalebas*.
— : Indiaan’se kalebas’, (veroud.?) 1. type van de fleskalebas (Lagenaria vulgaris, Meloenfamilie*) met zeer grote vruchten in de vorm van een peer. - 2. vrucht van deze plant. De Boks* of Indiaansche Calabas, welke aan ranken langs den grond loopt, en door de Slaaven gebruikt wordt als de grootste soort, om Water naar de Tuinen te brengen (Hartsinck 1770: 54; oudste vindpl.). - Etym.: De plant en de vrucht lijken op AN kalebas, de vrucht ook op SN kalebas* (2). Indianen en Bosnegers* kweken de plant en maken van de vruchten waterkruiken. - Zie ook: poe* (I).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kalbas: by Trig as kalbas (lRo T DLT 244 s.v. komplot), by vRieb as kalbassen en as calbassen, vrug- en pln., vlgs. Mar (44-5) is die mak soort veral Lagenaria vulgaris, fam. Cucurbitaceae, en die wilde soort Hibiscus urens, fam. Malvaceae (118), vgl. verder WAT; Ndl. kal(a)-/kalebas (sedert Kil), soos Eng. calabash, uit Fr. calebasse of uit Sp. calabaza, misk. uit Pers. kharbuz, “waatlemoen”.

kalbassies: dim. mv., “swelling v. een of albei v. d. testiculi”, gew. beskou as ’n verdere stadium v. pampoentjies (q.v.), vgl. WAT s.v. kalbassie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kalebas (Frans calebasse)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kalebas ‘vrucht’ -> Creools-Portugees (Malakka) kalbás ‘vrucht’; Negerhollands kalǝbās, kalbās, kalbas ‘vrucht; penis erectus’; Sranantongo krabasi, krebasi ‘vrucht’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) kalabas, calabash ‘vrucht’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kalebas vrucht 1588 [Claes] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1017. Jan Kalebas,

In de zegswijze: een redeneering van Jan Kalebas, d.i. een dwaze, zotte, onlogische redeneering; vgl. Harrebomée I, 355 en III, LXV: Het is eene rekening van Jan Kalebas, d.w.z. de rekening is niet te ontwarren of te ontcijferen, hetzelfde als een rekening van Lutjebroek (Kmz. 173Mag ook vergeleken worden Harreb. III, V: Dat is eene uitrekening van Jan Prik?); dat is Fransch van Jan Kalebas, voor: dat is Fransch van niets, slecht Fransch, Fransch ‘met haar op’. Vgl. Dukro, 123: Jij bent 'n rekenmeester van Jan Kalebas; Schoolblad, XLIV, 361: Ik geloof, dat de heer Beiboer goed zou doen deze redenatie - van Jan Kalebas lijkt ze! - maar voor eigen rekening te nemen. Sedert de 17de eeuw schijnt deze benaming voor een windzak, een bluffer bekend geweest te zijn, blijkens Muller, Onze Gouden Eeuw, I, 84, waar we een spotprent vinden op de Spanjaarden, na de nederlagen bij Duins en in Braband, met het opschrift: Het droevich afscheit van Don de Calabassa uit Vlanderen na Spangien.

Een kalebas is een soort pompoen, die van binnen vol zaad zit. Vgl. Kil. calabasse, cucurbita ventricosa. Vandaar dat cucurbita (pompoen) bij de Romeinen ook gebruikt werd voor een domkop (Otto, 100). In 't Nieuw Grieksch beteekent κολοκυθια (pompoen), malligheid, gekheid, apekool. Het is daarom mogelijk, dat ook wij met Jan Kalebas oorspr. een leeghoofd, windzak, windbuil bedoelen, iemand van weinig beteekenis.Zie ook Tijdschrift XVII, waar Dr. A. Kluyver er op wijst, dat in het Italiaansch de woorden voor kalebas ook op het hoofd worden toegepast. Zoo bet. zucca een kalebas; zucca pelata, een kaalkop, en zuccata een stomp met het hoofd. Zouden we ook mogen denken aan den markies de Carabas uit Perrault's sprookje van de gelaarsde kat? Het Sp. calabaza luidt in het Catalaansch carabassa; in 't Sic. caravazza. Vgl. Jan Pompoen (Zuid-Afr.), een leeghoofd.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut