Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kantelen - ((doen) omkeren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kantelen ww. ‘(doen) omkeren’
Nnl. kantelen ‘omslaan (van een schip)’ [1802; WNT], ‘doen omkeren of omslaan’ in [het gewicht van de zeelui] kantelt ... de lichte sloepen [1808; WNT].
Frequentatieve afleiding van → kanten in de betekenis ‘op zijn kant zetten, kantelen’, zoals in vnnl. indien die Coopman dat Hout van onderen begeert te besien, ende dat doet kanten (‘op zijn kant laat zetten’) omme te weten of 't onder soo goet is als boven [1541; WNT].
Een vergelijkbare Nederduitse afleiding is in het Nederlands ontleend als → kenteren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kantelen [omkeren] {1782} een iteratief met de betekenis ‘telkens op zijn kant zetten’, vgl. kant en kenteren.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kantelen ww., eerst na Kiliaen, is een iteratief met de bet. ‘telkens op zijn kant zetten’. — Zie: kant 1, kanten 1 en kenteren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kantelen ww., nog niet bij Kil. Van kant I. = oostfri. kanteln, -ern (kentern), fri. kantelje “kantelen”. Zie kenteren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kinteren (O, DB), ww.: kantelen, kenteren. Afl. van kant ‘zijde’, eig. ‘over zijn kant gaan’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kantelen ‘omkeren’ -> Russisch kantovát' ‘omkeren; (Bargoens) zich in een strafinrichting aan werk onttrekken’; Papiaments kènter (ouder: kentel) ‘omkeren’; Sranantongo kanti ‘omkeren’; Saramakkaans kándi ‘omkeren, gaan liggen’ <via Sranantongo>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kantelen omkeren 1782 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal