Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kantine - (schaftlokaal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kantine zn. ‘schaftlokaal’
Vnnl. cantine ‘eenvoudig winkeltje voor militairen’ in de Cantijnen, ten behoeve ende profyt van onsen volcke van Oorloghe [1676; WNT]; nnl. te leveren uyt de Cantinen den wyn ende bier ten behoeve van de siecke ende gequetste soldaeten [1702; WNT], ‘veldfles; het bier- of wijnhuis in vestingen, de tapperij in werk- en verbeterhuizen’ [1847; Kramers], ‘schaftlokaal voor soldaten’ [1927; WNT tompouce], cantine ‘schaftlokaal (van bedrijven en instellingen)’ [1951; WNT Aanv. vogel]; vanaf 1954 (WL) is de officiële voorkeurspelling kantine.
Ontleend aan Frans cantine ‘eet- en drinkgelegenheid in een kazerne, gevangenis, tehuis e.d.’ [1845; Rey], eerder al ‘winkeltje waar militairen tabak, wijn en bier kunnen kopen’ [1720; Rey], nog eerder ‘winkeltje waar militairen tabak kunnen kopen’ [1740; Rey], ontleend aan Italiaans cantina ‘(wijn)kelder, provisiekamer’ [1250-1300; Battaglia]; dit Italiaanse woord is wrsch. een afleiding van canto ‘hoek’, zie → kant 1, met een betekenisontwikkeling via ‘afgelegen hoekje’ naar ‘berghok’. Het Nederlandse woord is bijna een halve eeuw eerder geattesteerd dan het Franse, maar moet daar toch aan ontleend zijn; ook Engels canteen ‘soldatenwinkeltje’ [1744; OED] en Duits Kantine in de betekenis ‘soldatencafé’ [19e eeuw; Pfeifer] zijn ontleend aan het Frans. Een tweede Franse betekenis, die van ‘veldfles’ [1680; Rey], is ouder en verouderd, en in het Nederlands buiten de woordenboeken (zie Kramers) niet gevonden. Hoe en wanneer de Franse betekenissen precies zijn ontstaan is niet duidelijk.
Aanvankelijk bestond een cantine dus vooral in een militaire omgeving. Uit de context in het oudste Nederlandse citaat is niet duidelijk wat er in de kantines verkocht werd, maar gezien de betekenissen in de oudste Franse attestaties zal dat niet veel meer zijn geweest dan tabak en alcoholische dranken. Pas in de tweede helft van de 20e eeuw verbreedde de betekenis zich tot ‘schaftlokaal, eet- en drinkgelegenheid in bedrijven en openbare instellingen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kantine [schaftlokaal] {1676} < frans cantine < italiaans cantina [wijnkelder, provisiekamer], van canto [hoek (van kamer of straat), zijde, plaats] (vgl. kant, kanton).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

cantine v., uit Fr. cantine, van It. cantina, dimin. van canto (Ofra. cant) = hoek, hetzelfde als ’t Germ. kant (z.d.w.). Voor de ontwikkeling der bet., vergel. winkel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

ketine zn. v.: verversingstent op boerenkoopdagen. Afgesleten vorm, met klinkerverdoffing en n­-elisie, uit kantine < Fr. cantine < It. cantina ‘wijnkelder’, afl. van canto ‘hoek’.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kantien s.nw.
1. Verkoopslokaal in 'n kaserne, kamp of ander inrigting waar die soldate, personeel of ander groeplede teen billike pryse drank, lewensmiddele, ens. kan koop. 2. Kroeg. 3. Blik met 'n hingsel wat as emmertjie gebruik word.
In bet. 1 uit Ndl. kantine of cantine (1676). In bet. 2 wsk. uit gewestelike Ndl. kantine of cantine. In bet. 3 uit Eng. canteen (1744) 'fles met seildoek oorgetrek waarin soldate of kampeerders water of ander vloeistowwe dra'.
Fr. cantine, It. cantina.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kantien: groterige blik as emmer gebr. (bv. blikkantien); drinkplek, kroeg; (veral militêre) lokaal v. drank en voedselware; kissie m. tafelgerei; Ndl. cantine/kantine (sedert 17e eeu), soos Eng. canteen, uit Fr. cantine, It. cantina, “kelder”; herk. hoërop onseker.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kantine (Frans cantine)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kantine ‘schaftlokaal’ -> Indonesisch kantin ‘schaftlokaal’; Javaans kantin ‘schaftlokaal’; Minangkabaus kantine ‘schaftlokaal’; Sranantongo kantine ‘schaftlokaal’; Surinaams-Javaans kèntin ‘schaftlokaal; bar; recreatiezaal’ <via Sranantongo>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kantine schaftlokaal 1676 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal