Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kartel - (overeenkomst, verdrag)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kartel 1 zn. ‘overeenkomst, verdrag’
Vnnl. cartel ‘verdrag over de uitwisseling van personen, bijv. krijgsgevangenen’ in een Cartel of Accord, wegens de Wisselinge en Rançoeneringe van wedersijdts Gevangenen van Oorlogh [1619; WNT], ‘schriftelijke uitdaging tot een duel’ in eenige bootschap, billet ofte Cartel van wegen den Beroeper aenden beroepenen ‘... van de uitdager aan de uitgedaagde’ [1657; WNT beroeper]; nnl. kartel ‘verdrag tussen ondernemers om onderlinge concurrentie te vermijden’ [1898; Groene Amsterdammer], Kartell-partij ‘politieke partij bestaande uit samenwerkende kleinere partijen (in de Duitse politiek)’ [1890; Groene Amsterdammer], (BN) kartel ‘samenwerkingsverband tussen politieke partijen bij verkiezingen’ [1908; WNT].
In de 17e-eeuwse betekenissen ontleend aan Frans cartel ‘verdrag over de uitwisseling van krijgsgevangenen’ [1704; Rey], eerder al ‘uitdagingsbrief’ [1527; Rey], ontleend aan Italiaans cartello ‘uitdagingsbericht’ [16e eeuw; Rey], algemener ‘bekendmaking, affiche’, verkleinwoord van carta ‘document, oorkonde’, ontwikkeld uit Latijn charta ‘id.’, zie → kaart. Eind 19e eeuw, toen de eerdere betekenissen wrsch. al verouderd waren, opnieuw ontleend in de huidige betekenis ‘verdrag tussen ondernemers’, nu via Duits Kartell ‘id.’ [1879; TLF].
In het Duits noemde men in de periode 1887-1890 naar analogie van een verdrag tussen ondernemers ook de brede coalitie van conservatieve en nationaal-liberale partijen in de Duitse rijksdag een Kartell. Deze betekenis bleef in het Duits niet bestaan, maar werd wel overgenomen door het Frans en het BN voor hun eigen politiek, Frans cartel [1924; Rey], BN kartel ‘samenwerkingsverband van politieke partijen bij verkiezingen, (NN) lijstverbinding’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kartel [aaneensluiting van producenten] {1824} < hoogduits Kartell [idem] < frans cartel [uitdaging tot een duel, uitwisselingsverdrag] < italiaans cartello [affiche, etiket, naambord, kartel, trust], waarnaast cartella [kaart (van systeem), biljet, aandeel in NV, ledenlijst], verkleiningsvormen van carta [papier, kaartje] < latijn carta (vgl. kaart). Het woord was al eerder uit het fr. geleend als cartel [uitwisselingsverdrag van krijgsgevangenen] {1690}.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kartel (Duits Kartell)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Kartell. Zie Trust.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kartel ‘aaneensluiting van producenten’ -> Indonesisch kartél ‘aaneensluiting van producenten’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kartel aaneensluiting van producenten 1824 [WEI] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut