Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kasuaris - (loopvogel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kasuaris [vogel] {kasuarius, kasuwaris 1847} < maleis kasuari, kesuari, suari [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kazuaris of kasuaris znw. m. < lat. casuaris, verlatijnsing van mal. kasoewari.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kazuaris znw. Met verlatiniseering van den uitgang uit mal. kasoewari.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kazuaris. De niet verlatijnste uitgang nog in de haagse straatnaam Casuariestraat. Uit het Ndl.: hd. kasuar m.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kasuaris m., uit Mal. kasoewari, van waar ook Hgd. casuar, Fr. casoar en Eng. cassowary.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

kazuaris [bepaalde vogel]. Kazuaris is een bekende vogel uit Nieuw-Guinea en de Molukken, in gestalte op de struisvogel lijkende, maar geheel vleugelloos en bedekt met lange, grove, op haar gelijkende veren. Valentijn, III, 1, p. 298: ‘De naam van dezen vogel is door gansch Indië de Kasuwaris.’ Hij is van Papoease oorsprong en luidt, volgens Sal. Muller, Reizen in den Indischen Archipel, I, p. 120, volgens de uitspraak van de westelijke Papoea’s Kasoewari.

Met de naam van de kazuaris hangt die van de Casuarinen samen, Oost-Indische bomen, zo genoemd omdat de naaldvormige takjes die, oppervlakkig beschouwd, de bladeren schijnen te vervangen, door onze voorouders met de haarachtige veren van de kazuaris vergeleken werden (Javaans tjemôrô, Maleis tjemara, wij zouden zeggen: paardenstaartboom). Zie Valentijn III, 1, p. 222; Pijnappel, Geographie van Nederlandsch-Indië, p. 25. In ’t Nederlands schrijft men echter beter kazuaris-boom, zoals voortdurend geschiedt in ’t Amboinsch Kruydboek van Rumphius, bijvoorbeeld deel III, p. 87: ‘naam in ’t Lat. Casuarina [...] op ’t Duytsch Casuaris-boom van de gedaante der bladeren.’ [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kasuaris (Maleis kasoewari)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kasuaris ‘loopvogel’ -> Engels cassowary ‘loopvogel’ (uit Nederlands of Frans); Duits Kasuar ‘loopvogel’; Frans casoar ‘loopvogel’; Javaans kaswari ‘loopvogel’; Keiëes kaswar ‘loopvogel’; Japans † kazuaru, kazuwaru, kazowaru ‘loopvogel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kasuaris loopvogel 1763 [HOU I, 5, 310] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal