Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

katrol - (schijf van een takelblok)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

katrol zn. ‘schijf van een takelblok’
Mnl. wrsch. al in de persoonsnaam mikiel katerol [1305; Beele 1975, 277], dan een catarol of paleye, daer dat zeel ofte touw sal doorgaen ‘een katrol waar het touw doorheen loopt’, enen caterol, daermede dat men water up wiindet ‘een katrol waarmee men water optakelt’ [beide ca. 1460; MNW]; vnnl. caterolle ‘katrol’ [1573; Thes.], een caterolle metten paley-zeel ‘een katrol met een katroltouw’ [1582; WNT], katerol [1599; Kil.], catrol [1608; WNT].
Herkomst onduidelijk. Vermoedelijk een samenstelling uit → kat en → rol. Enkele kanttekeningen bij deze aanname zijn: a) het woord werd in het vnnl. meestal met c- geschreven, terwijl kat dan al een stabiele spelling met k- heeft; b) mnl. caterol is mannelijk, terwijl mnl. rolle vrouwelijk is; nnl. katrol is weer wel vrouwelijk; c) in een dergelijke samenstelling zou men de klemtoon op kat verwachten, maar misschien lag die daar vroeger wél. Onduidelijker is de semantiek: d) het eerste lid zou een overdrachtelijk gebruik van de dierennaam kat moeten zijn. Er bestond een mnl. catte ‘stormkat, belegeringswerktuig’ en de katrol kan een hulpmiddel zijn om zo'n werktuig te verplaatsen. In het Frans bestond chat ‘ijzer waar het koord van een schietlood door loopt’ en ‘katrol om emmers uit een put op te halen’ en in het Waals bestond cat dormant ‘windas om vrachten op te hijsen’, letterlijk ‘slapende kat’ (FEW). Niet wrsch. lijkt verband met kat ‘bepaald scheepstype’ dat al voorkomt als middeleeuws Latijn gatus [ca. 1175; Du Cange], catta en Oudfrans chat. Wel mogelijk is verband met het werkwoord katten (van een anker) ‘het anker binnenhijsen vanaf het wateroppervlak zonder dat de scheepswand geraakt wordt’; het daarvoor gebruikte werktuig heette kat, met onderdelen als kattakel, katblok, kathaak etc. (bijv. katte-block [1671; WNT]). Het probleem hierbij is dat deze woorden nog niet in het Middelnederlands zijn geattesteerd en dat ook hier de relatie met de dierennaam onduidelijk is.
Een alternatieve etymologie is echter niet voorhanden. Buiten het Nederlands is het woord onbekend. Ontlening aan dialectisch Frans cadrolle ‘id.’ (Vercoullie) is uitgesloten; de hierbij aangehaalde vindplaats staat geïsoleerd en is zeer laat (1889) en berust dus ongetwijfeld op ontlening aan het Nederlands.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

katrol [hijsblok] {caterol, catarol, catrol(le) 1300-1450} ook katershooft {1599} wordt algemeen gezien als een samenstelling van kat + rol, waarbij wordt gewezen op vlaams katrol [kater] en de scheepsterm het katblok, engels catblock.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

katrol znw. v., laat-mnl. catarol, caterol, catrolle, nnd. katrulle. De vormen bij Kiliaen katerrol, katerrolle, katershooft voor ‘katrol’, evenals nnl. nnd. katblok, ne. catblock ‘blok van de takel, voorzien van een haak om de ring van het anker te grijpen’, maken het waarschijnlijk, dat het woord is samengesteld uit kat + rol. Anderzijds kent het vlaams katrol voor ‘kater’, zodat de naam van het dier rechtstreeks zou kunnen zijn aangewend.

Het woord behoort blijkbaar tot de nederl. schipperstaal; het fra. cadrolle (de poulies), dat Vercoullie, Med. Vl. Akad. 1920, 961 aanvoert, zal aan het nnl. ontleend zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

katrol znw., laat-mnl. catarol, caterol, catrolle m. (v. o.?). = ndd. katrul(le). De afl. van kat (kat-rol?) of kater I is wsch.: 1. omdat een fr. of ander etymon niet aan te wijzen is, 2. wegens vla. katrol “kater”, 3. wegens ndl., ndd. katblok, eng. catblock “blok met haak om den ring van het anker te vatten, katrol”, Kil. katerrol, katerrolle, katershooft “katrol”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

katrol. Fr. cadrolle (de poulies), door Vercoullie Vla. Acad. 1920, 961 vermeld, behoeft geen aanleiding te zijn om ontl. uit het Fr. aan te nemen. Eerder is het blijkbaar in beperkte kring gebruikelijke fr. woord aan het Ndl. ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

katrol v., Mnl. catrólle, cataról, uit dial. Fr. cadrolle = vierschijfsblok, een afl. van Lat. quattuor= vier: z.d.w.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

katrol: “takelblokskyf”; Ndl. (sedert 16e eeu) katrol (Lmnl. catarol/caterol/catrolle, by Kil katerrol(le) naas katershooft); Ndl. en Ned. katblok en Eng. cat-block dui op ss. v. kat en rol, maar in Ndl. en in Vl. is die ml. v. kat resp. kater en katrol, sodat katrol ’n versluierde ss. v. kater en rol (soos by Kil) kan wees of net ’n sem. verskuiwing v. katrol, “katmannetjie” – wat die herk. ook al, is Fr. cadrolle en mntl. Ned. katrulle wsk. aan Ndl. ontln., misk. deur die seemt.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Katrol, hijschblok, ouder mnl. katerrolle. Waarschijnlijk niet uit kat(er) en rol, maar uit een afleiding van kater, vla. katrol (misschien verkleiningsuitgang), zoodat het blok vergeleken werd waarschijnlijk met den kop van een kat, zooals wel meer ronde voorwerpen, vgl. kattekop = pot, en over ’t algemeen ronde voorwerpen als benaming voor hoofd of kop, vgl. kanis, kersepit. Ook elders heeft die beeldspraak gewerkt, vgl. nd. katblok en eng. catblock, blokkatrol, cathead, kraanbalk.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

katrol ‘hijsblok’ -> Duits Katrolle ‘hijsblok’; Indonesisch katrol ‘hijsblok’; Javaans kastrol, katrol ‘hijsblok’; Madoerees kattrol ‘hijsblok’; Papiaments katròl ‘hijsblok’; Sranantongo katroru ‘hijsblok’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

katrol hijsblok 1460 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut