Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kiosk - (winkeltje voor kranten, tijdschriften, rookwaren e.d.)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kiosk zn. ‘winkeltje voor kranten, tijdschriften, rookwaren e.d.
Vnnl. kiosk betekent in 't Turksch een overdekte galdery ‘... een overdekte zuilengang’ [1698; WNT]; nnl. de Turksche kiosk ‘soort (open) tuinhuis’ [1807; WNT], kiosk ‘krantenhuisje’ [1877; Groene Amsterdammer].
In de huidige betekenis ontleend aan Frans kiosque ‘krantenhuisje’ [1848; TLF], een Franse betekenisuitbreiding, naar analogie van de vorm van het gebouwtje, van ‘paviljoen, tuinhuis in oriëntaalse stijl’ [1654; Rey]. Dit woord, eerder al in de vorm chiosque [1608; TLF], is ontleend aan Italiaans chiosco ‘id.’ [1594; DELI], dat via Turks köşk ‘paviljoen, villa’ (moderne spelling, maar uitspraak met palatale k-) is ontleend aan Middelperzisch kōšk ‘hoog, ruim en mooi gebouw, meestal gelegen in een tuin; villa, paviljoen’ (Nieuwperzisch kūšk). In de oorspr. betekenis ‘oriëntaals paviljoen’, met de oudste attestatie in een reisbeschrijving van Cornelis de Bruyn (1652-1717), is het woord wrsch. rechtstreeks aan het Turks ontleend of misschien via het Italiaans.
In het Turks wordt k- voor frontale klinkers zoals -ö- gepalataliseerd en klinkt dan ongeveer als /kj/. Ook in het Italiaans klinkt chiosco ongeveer als /kjosko/. In het Frans en het Nederlands heeft men spellinguitspraak toegepast en in het Nederlands valt de klemtoon bij veel sprekers zelfs op de eerste lettergreep.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kiosk [verkoopstalletje] {1698} < frans kiosque [paviljoen, koepel, kiosk] < turks kioshk [paleis, landhuis, paviljoen] < perzisch kūshk [paleis].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kiosk znw. v. over fra. ciosque < turks kjošk, kjöšk ‘paleis, villa, paviljoen’ < perz. gōšä ‘hoek’ (Lokotsch Nr. 732).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kiosk znw. Internationaal woord, op turksch kiöšk “tentje, tuinhuisje op zuilen” teruggaande.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kiosk v., uit Turk. kiöšk = tuinhuisje op palen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kiosk s.nw.
Klein geboutjie of onderdeel van 'n gebou, gewoonlik op 'n plein of aan die straatkant, waar o.a. koerante, tydskrifte, rookgoed en verversings verkoop word.
Uit Ndl. kiosk (1698) of Eng. kiosk (1865).
Ndl. kiosk uit Fr. kiosque uit Turks kiūshk. Eng. kiosk uit Turks kiūshk.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kiosk: tuinhuisie; verkooplokaaltjie; Ndl. kiosk (blb. 17e eeu), Eng. kiosk (1625), Fr. kiosque, uit Tur. kiushk/kiouchk, “pawiljoen”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kiosk (Frans kiosque)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Kiosk (Turksch). Oorspronkelijk was dit de Turksche naam voor een tuinhuisje van ronden of vierhoekigen vorm. Later verstond men er ook onder: het uitbouwsel aan de oostersche paleizen in den vorm van een kiosk. Dit uitbouwsel was van voren open en aan de zijden door traliewerk afgeschoten.
In Engeland werden ook zulke tuinhuisjes gebouwd en van daar uit ging deze gewoonte op het vasteland over. Tegenwoordig heet een kiosk meestal een gebouwtje op de straat of een plein ten verkoop van dagbladen, melk, limonade, enz.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Kiosk
Het Turksche kieusjk (كوشك), bij Meninski: een prachtig huis, paleis, vooral in een fraaien tuin. Bij Ibn-Batoeta staat het eveneens (natuurlijk als een vreemd woord) in den zin van groot paleis (III, p. 212,271), maar het duidt ook een minder trotsch gebouw aan; zoo bij Pananti (Mijne lotgevallen in de Barbarijsche roofstaten, II, p. 37): ”De Mooren brengen eenige uren van den dag in zekere koffijhuizen door, welke kiosk heeten en kleine gebouwen zijn, die een fraai uitzigt naar alle kanten hebben, als zijnde slechts van boven gedekt, om de zonnestralen af te keeren.” Wij gebruiken dus het woord niet verkeerd, als wij een in den Oosterschen smaak gebouwd tuinhuis zoo noemen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kiosk ‘verkoopstalletje’ -> Indonesisch kios ‘verkoopstalletje’; Balinees kios ‘verkoopstalletje’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kiosk verkoopstalletje 1885 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut