Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

koter - (kind)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

koter2 [barg.: kind] {1860} < jiddisch koten [klein] < hebreeuws qāṭōn, qāṭān [idem].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

koeter, zn.: jongeman. Ndl. Bargoens koter ‘kind’. Uit Jiddisch koton ‘klein’ < Hebr. katan ‘klein’ (Endt). Br., Zeeuws en Haspengouws koeter betekent evenwel ‘koewachter’, vermoedelijk door associatie met koe.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

koter (Jiddisch koten)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

koter Bargoens: kind 1860 [WNT] <Jiddisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut