Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kwartaal - (drie maanden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kwart zn. ‘een vierde deel’
Mnl. quarte, quart ‘vierde deel’ in van quarte cannen ‘van een kwart kan (inhoudsmaat)’ [1285-86; VMNW quartecanne], ij m. .j. quart ‘twee en een kwart gemet (oppervlaktemaat)’ [1301-25; VMNW]; vnnl. quaart ‘vierde deel’ in hy rabatteert in kontanct teghens acht en een quaart ‘hij geeft bij contante betaling een korting van 8,25%’ [1622; WNT], kwaartje ‘voorwerp dat gelijk is aan een vierde deel van een ander geheel’ in tonnetjes met halven, en kwaartjes [1693; WNT], kwart ‘vierde deel’ [1816; WNT].
Ontleend aan Frans quart ‘vierde deel van een geheel’ [ca. 1170; TLF], eerder al quarte ‘vierde’ [ca. 1100; TLF], ontleend aan Latijn quārta ‘vierde (deel)’, de vrouwelijke vorm van quārtus ‘vierde’, rangtelwoord bij quattuor ‘vier’, dat verwant is met → vier.
kwartaal zn. ‘drie maanden’. Vnnl. quartael ‘vierde deel van het jaar’ in in het eerste quartael [1685; WNT nedergericht]; nnl. quartaal ‘drie maanden’ in 'tvolgende quartaal [1782; WNT Supp. apparent], kwartaal ‘id.’ [1810; WNT]. Waarschijnlijk gevormd op basis van middeleeuws Latijn quartale ‘vierde deel van iets’. Er is ook een mnl. vorm quarteel [1468-97; MNW], uitsluitend in de betekenis ‘vierde deel (van een maat of hoeveelheid)’ ♦ kwartje zn. ‘vijfentwintig cent of centiem’. Vnnl. quaertjen ‘een vierde gulden’ in een quaertjen duerder [1646; WNT]; nnl. kwartje ‘25 cent’ in spelen om een kwartje [1840; WNT écarté]. Verkleinwoord van mnl. quart ‘vierde deel’, zie hierboven. Door de invoering van de euro raakt kwartje buiten gebruik.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kwartaal [drie maanden] {1685} < italiaans quartale < middeleeuws latijn quartale (anni) [het vierde deel van het jaar], van quattuor [vier].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kwartaal znw. o., eerst na Kiliaen < mlat. quartale (anni), vgl. nhd. quartal, nzw. kvartal.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kwartaal znw. o., nog niet bij Kil. Uit mlat. quartâle. Ook elders ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kartalen, kertalen, zn.mv.: gruizelementen. Mv. van kartaal < kwartaal ‘kwart, vierde deel’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kertalen, zn.mv.: kleine stukken, scherven. Misschien uit kwartalen ‘stukken van een vierde’?

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kwartaal ‘periode van drie maanden’ -> Indonesisch kuartal ‘periode van drie maanden’; Ambons-Maleis † kwartaal ‘periode van drie maanden’; Kupang-Maleis † kwartaal ‘periode van drie maanden’; Menadonees † kwartaal ‘periode van drie maanden’; Ternataans-Maleis † kwartaal ‘periode van drie maanden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kwartaal drie maanden 1685 [WNT nedergericht] <Italiaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal