Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lemma - (hulpstelling; trefwoord, woordenboekartikel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lemma zn. ‘hulpstelling; trefwoord, woordenboekartikel’
Nnl. lemma ‘hulpstelling in de wiskunde’ [1773; WNT Aanv.], ‘lijfspreuk, devies’ [1790; WNT Aanv.], ‘hulpstelling, opschrift’ [1824; Weiland], ‘trefwoord in een woordenboek’ [1847; Kramers], ‘woordenboekartikel’ [2002; Van Dale HN].
Ontleend aan Grieks lḗmma (genitief -atos) ‘aanname; dat wat genomen wordt’, afleiding van lambánein ‘nemen’. Ook klassiek Latijn lēmma is hieraan ontleend en kreeg de betekenissen ‘onderwerp van een geschrift; epigram; opschrift’. Hiervan is de betekenis ‘epigram’ in het Nederlands overgenomen als ‘lijfspreuk, devies’; de betekenis ‘opschrift, titel’ is als geleerde ontlening in diverse talen overgenomen voor ‘trefwoord, ingang in een woordenboek’.
Grieks lambánein ‘grijpen, nemen’ is verwant met lázesthai ‘id.’ en misschien met oe. læccean ‘id.’ (ne. latch on ‘begrijpen’); < pie. *(s)leh2gw- ‘nemen, grijpen’ (LIV 566).
De betekenis ‘lijfspreuk’ is verouderd. Gebruikelijk is het woord alleen nog in de wiskunde, voor ‘aanname, hulpstelling waarvan de juistheid in afwachting van nader bewijs wordt aangenomen’, en in de lexicografische betekenis ‘trefwoord’ en bij uitbreiding ook ‘heel woordenboekartikel’. Zie ook → dilemma.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lemma [trefwoord] {1847} < latijn lemma [thema, titel] < grieks lèmma [veronderstelling], van lambanein [vatten, krijgen, in zich opnemen, begrijpen] (vgl. syllabe).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

lemma s.nw.
Woord, woorddeel of woordgroep wat in 'n naslaanwerk opgeneem en verklaar of behandel word.
Uit Eng. lemma (1616).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lemma (Latijn lemma)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Lemma (< Gr. λῆμμα; < λαμβάνειν = nemen; lett iets, dat men aanneemt). In de Griekse wiskunde schijnen oorspronkelijk in den loop van een bewijs beweringen, die bewijs vereisten, zonder bewijs te zijn aangenomen met de bedoeling ze later aan te tonen; dergelijke beweringen heetten lemmata. De latere aanvulling van dergelijke lacunes leidde tot de samenstelling van verzamelingen van lemmata. Daardoor kreeg lemma de betekenis van (eventueel ook van te voren te bewijzen) hulpstelling.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lemma trefwoord 1847 [KKU] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut