Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

luchtkasteel - (irreëel toekomstbeeld)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

luchtkasteel de uitdrukking luchtkastelen bouwen [schoon toekomstbeeld dat men zich voorspiegelt] {1735} is een vertaling van een andere taal, vgl. latijn in aere aedificare, frans bâtir en l'air, italiaans far castelli in aria, engels to build castles in the air, hoogduits Luftschlösser bauen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

lugkasteel s.nw.
Onrealistiese of idealistiese toekomsverwagting.
Uit Ndl. luchtkasteel (1735), so genoem omdat die ongegronde verwagting gevisualiseer word as 'n kasteel wat as 't ware in die lug dryf en nie op iets konkreets rus nie. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

luchtkasteel irreëel toekomstbeeld 1735 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1444. Luchtkasteelen bouwen,

of ook kasteelen in de lucht bouwen, d.w.z. ‘vervuld zijn van ijdele droombeelden, hersenschimmen, zwanger gaan van grootsche, maar lichtzinnig gevormde, ondoordachte ontwerpen, die later “in rook opgaan”. Zich of ook anderen zonder genoegzamen grond eene schoone toekomst voorspiegelen, zich vleien met overdreven en ongegronde verwachtingen en fraaie plannen’; vgl. lat. in aere aedificare (Otto, 6); fr. bâtir en l'air; hd. Luftschlösser bauen; ital. far castelli in aria; eng. to build castles in the air; de. at bygge Luftcasteller. De uitdr. komt o.a. voor bij Sart. III, 7, 25: Ghy bouwt Kasteelen in de Locht; Pers, 844 b; Cats, II, 508 a; Hooft, Ged. II, 176, vs. 837; Westerbaen I, 482; De Brune, 18; 485. Zie het Ndl. Wdb. III, 780; Tuinman I, 257; Harreb. I, 384; Villiers, 75; Ndl. Wdb. VII, 1755.De Franschen zeggen in denzelfden zin faire (ou bâtir) des châteaux en Espagne, dat al zeer vroeg in het Nederlandsch voorkomt, nl. in den roman van de Rose, vs. 2432; Goedthals, 62; Prov. Comm. 77; Anna Bijns, N. Refr. 76: Mijn herte casteelen in Spaengen temmerdt; vgl. Wander III, 252; Erasmus, CLXXVI en het verouderde eng. castles in Spain.(Aanv.) Zie nog Ndl. Wdb. VIII, 3183.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut