Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

lynx - (katachtig roofdier (Lynx lynx))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

lynx zn. ‘katachtig roofdier (Lynx lynx)’
Mnl. eerst het Latijnse woord linx “ein dir” [1240; Bern.], dan linx ‘viervoetig roofdier’ in linx siet clare ‘de lynx ziet scherper (dan de mens)’ [1287; VMNW]; vnnl. lincx ‘katachtige’ [1637; WNT los II].
Ontleend aan Latijn lynx ‘lynx’, dat ontleend is aan Grieks lúnx ‘id.’.
Grieks lúnx is verwant met pgm. *luhsu- ‘lynx’, waaruit: mnl. los ‘lynx’ [1479; MNW] (nnl. los is verouderd); os. lohs; ohd. luhs (nhd. Luchs); oe. lox. Daarnaast staat de vorm pgm. *luha- of *lunha- (ozw. (nzw. lo(djur)). Het Griekse woord is tevens verwant met: Litouws lūšis ‘lynx’; Oudkerkslavisch rysĭ ‘id.’ (met wisseling r/l, zie → kalf); Oudiers lug ‘held’; Armeens lusanunk' (mv.) ‘lynxen’. Traditioneel voert men deze woorden terug op de wortel pie. *leuk- ‘helder; schijnen’, zie → licht 1, vanwege de scherpte van het zicht van de lynx. De lange -u- in het Baltisch en de nasaal in het Grieks en het Baltisch kunnen dan echter niet verklaard worden, evenmin als de nasaal in sommige van de verwante woorden (Grieks, Litouws, misschien Oudzweeds). Wrsch. zijn al deze Europese woorden voor dit inheemse dier ontleend aan een voor-Indo-Europese substraattaal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

lynx [katachtig roofdier] {linx 1201-1250} < latijn lynx < grieks lugx [lynx, los].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

lynx znw. m., geleerde ontlening < lat lynx voor het nnl. los 1.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† lynx znw. Geleerde ontlening uit gr.-lat. lynx, waarover zie bij los I.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

links II: diern., ook bek. as los (v. los II), roofdier (Felix lynx, fam. Felidae); Ndl. lynx (na Kil), Eng. lynx, Fr. lynx uit Lat. lynx, Gr. lunx, hou wsk. verb. m. Gr. leussein, “sien” – die links het skerp oë.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

lynx (Latijn lynx)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

lynx katachtige 1287 [CG NatBl] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut