Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mazzel - (geluk), (het beste)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mazzel zn. (NN) ‘geluk’, tw. ‘het beste’
Nnl. (Bargoens) mazzel ‘geluk, winst’ [1824; Weiland], massel ‘geluk, lot’ [1847; Kramers], mazzel ‘winst’ in dat er alleen aan het buitenland nog mazzel is ‘... nog iets valt te verdienen’ [1897; Groene Amsterdammer], als verkleinwoord mazzeltje ‘gelukje, meevaller’ in wat 'n mazzeltje! [1906; WNT Aanv.], als afscheidsgroet eerst in de vaste verbinding mazzel en brooge of mazzel en brooche ‘(ik wens je) geluk en zegen’ [1906; WNT Aanv.], later ook alleen de mazzel [1944; pers.waarn.], mazzel, de mazzel ‘bonjour, tot ziens; doe goede zaken’ [1950; Van Dale].
Ontleend aan Jiddisch mazzel < Hebreeuws mazzāl ‘gesternte, geluk’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mazzel [geluk] {1926-1950} < jiddisch mazzel [idem] < hebreeuws mazzāl [gesternte, geluk].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

massel of mazzel, znw. m. (barg.) ‘voordeel, winst’ < jiddisch mazol ‘toeval, geluk, buitenkansje’ (Moormann 1, 334).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† mazzel, massel znw. (buitenkansje, goed zaakje). Laat-nnl. uit het Joods-Bargoens: hebr. mazol ‘gesternte; geluk, buitenkans’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mazzel (Jiddisch mazzel)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Massel of mazzel, voordeel, winst, buitenkansje, zaken, negotie, in ’t barg, ook gestolen buit; dat is een masseltje; masselen doen, maken = (goede) zaken doen, van hebr. mazol, eig. sterrenbeeld, dan invloed van de sterren, toeval, geluk, buitenkansje.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mazzel geluk 1847 [KKU] <Jiddisch

mazzel als tussenwerpsel: afscheidsgroet 1980 [Onze Taal dec. 1980, 115] <Jiddisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut