Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

monitor - (beeldscherm; controlerende meetapparatuur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

monitor zn. ‘beeldscherm; controlerende meetapparatuur’
Nnl. monitor, eerst ‘waarnemer en adviseur’, ook als titel van geschriften, zoals De Monitor, weekblad voor het huisgezin en de school [vanaf 1870], dan ‘beeldscherm voor controle of observatie’ in ze gaat voor de camera staan, je kijkt op een monitor en ... [1961; WNT Aanv. trien], met behulp van een zestal monitors een volledig overzicht van het verkeersbeeld [1967; WNT Aanv. tunnel], ook wel ‘adviseur en begeleider’ [1970; Van Dale], dan ‘beeldscherm (bij een computer)’ in tv-monitor voor uitvoer van gegevens [1981; Boon], ‘beeldscherm van hartbewakingsapparatuur’ in aan de monitor liggen [1992; Van Dale].
In de moderne betekenis ‘computerscherm’ is monitor ontleend aan het Engels [1962; OED3], eerder al ‘toestel om controlemetingen te doen’ [1941; OED], ‘apparaat of scherm om filmopnames en radio- of televisieuitzendingen te controleren’ [1931; OED]. Ook in de oudere betekenis ‘iemand die waarneemt, adviseert en waarschuwt’ [1596; OED] is het wrsch. aan het Engels ontleend. Het Engelse woord is ontleend aan Latijn monitor ‘hij die herinnert aan, waarschuwt, adviseert’, een afleiding van monēre ‘herinneren aan, manen, waarschuwen’, verwant met → manen 2 ‘id.’, en zie ook → monster 1 en → monument.
In de betekenis ‘adviseur en begeleider’ is monitor inmiddels in Nederland vervangen door → mentor. Het Latijnse monitor is op de (Latijnse) school in de Lage Landen ook gebruikt: in 1847 vermeldt Kramers het in de betekenissen ‘raadgever, opziener, der jeugd, schoolhelper’.
Lit.: K.L. Boon (1981), Pascal voor iedereen, Deventer/Antwerpen, 15

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

monitor [televisieontvanger, beeldscherm] {na 1950} < engels monitor < latijn monitor [waarschuwer, adviseur], van monēre (verl. deelw. monitum) [iem. aan iets herinneren, waarschuwen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

monitor znw. m. ‘zeer laag op het water liggend, gepantserd oorlogsschip voor de kustverdediging’ < ne. monitor (voor het eerst in 1862 in Noord-Amerika gebouwd). De naam werd gekozen door de uitvinder kap. Ericsson.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

monitor ‘ouderejaars die jongerejaars helpt’ (Latijn monitor); ‘beeldscherm’ (Engels monitor)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

monitor [*monituh] 1. televisietoestel zonder afstemeenheid, zoals gebruikt in gesloten televisiecircuits e.d.; 2. beeldscherm behorend bij computer of ander apparaat, bijv. medische meet- en bewakingsapparatuur. Oorspr. een persoon, apparaat of instantie die de boel in de gaten houdt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

monitor ‘beeldscherm’ -> Indonesisch monitor ‘beeldscherm’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

monitor zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = beeldscherm, scherm. De beelden van elke camera ziet de tv-regisseur op een apart beeldscherm.
[alg.] = sleutelgatserie, inkijkserie.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

revolver [handvuurwapen] (1855). In 1855 is voor het eerst in een Nederlands woordenboek sprake van het Engelse leenwoord revolver. Twee jaar eerder spraken kranten van “het Americaansche pistool, revolver genaamd”. “Figuurlijk spreekt men nog wel van ‘iemand het pistool op de borst zetten’, maar in werkelijkheid gebruikt men in dat geval de veel jongere revolver”, aldus neerlandicus Jan te Winkel in Eene halve eeuw 1848-1898. Te Winkel vermeldt de revolver in een passage over nieuwe krijgswoorden: “Bij het krijgs- en zeewezen zijn evenzoo vele nieuwe woorden ingevoerd. Geheele wapens verdwenen of zijn van naam veranderd. “Lancier” is reeds een historische naam geworden, en om te weten wat een “kurassier” is, moet men reeds hoog bejaard, wat een “dragonder” is, niet al te jong zijn. De voorheen alleen uit Duitschland of Hongarije bekende naam huzaar is nu inheemsch geworden en bij den kleinsten straatbengel bekend. Daarentegen is over het woord “remplaçant” nu de doodsklok geluid. De tweede helft dezer eeuw heeft den naam achterlader aangenomen voor geweren, die den ouden “laadstok” overbodig maakten en den naam er van ten doode doemden. Figuurlijk spreekt men nog wel van “iemand het pistool op de borst zetten”, maar in werkelijkheid gebruikt men in dat geval de veel jongere revolver. De marine rust sinds het midden onzer eeuw allerlei nieuwe schepen, pantserschepen, uit: sinds den Amerikaanschen oorlog (1862) monitors, en vervolgens ramtorenschepen en torpedobooten. Ook heeft deze halve eeuw ons met dynamietbom en dynamietpatroon verrijkt, waarover zelfs in een land met zoo weinig mijnen als het onze druk wordt gepraat.”

personal computer (pc) [huiscomputer] (1981). In 1981 brengt IT-bedrijf IBM de eerste personal computer op de markt: een kleine computer voor eigen gebruik. Tot die tijd worden computers, doorgaans grote en dure apparaten, bijna alleen door bedrijven gebruikt. De pc verovert vrij snel zowel de persoonlijke als de zakelijke markt en verandert de werkverdeling in de wereld grondig. Een groot aantal leenwoorden, vrijwel allemaal uit het Engels, zijn aan de pc te danken, zoals chip, deleten, formatteren, hacker, hardware, laptop, microprocessor, printer, resetten, server, software, systeemanalist, updaten, whizzkid. Een deel van de computerterminologie wordt na een tijdje vernederlandst, denk aan beeldscherm, dat monitor vervangen heeft, besturingssysteem voor operating system, harde schijf voor hard disk, muis voor mouse, tekstverwerker voor wordprocessor, toetsenbord voor keyboard en uitdraai voor print-out.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

monitor beeldscherm 1961 [WNT trien] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal