Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

monster - (proefstuk)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2021

Monster

“Kinderen geen toegang. (...) Indien u een zwak hart hebt en geen schokken kunt verdragen, dan raden wij u ten sterksten af deze film te gaan zien.” Zo adverteerde bioscoop Kranggan in 1932 voor de film Frankenstein. In de paginagrote advertentie van Kranggan in het Soerabaijasch Handelsblad wordt het monster van Frankenstein omschreven als “luguber, weerzinwekkend, gruwelijk, grotesk”. Het griezelverhaal van een jonge natuurwetenschapper die uit delen van lijken een wezen samenstelt dat hij met behulp van elektriciteit tot leven wekt, gaat terug op Mary Shelleys roman Frankenstein, or The Modern Prometheus, die dit jaar zijn tweehonderdste verjaardag viert – reden waarom de Stripdagen Haarlem dit keer in het teken staan van Frankensteins creatie. En een goed moment om stil te staan bij de herkomst van het woord monster.

Teken van boven
Monster
gaat terug op het Latijnse monstrum, dat staat voor ‘waarschuwend voorteken, wonderbare gebeurtenis, wezen dat de wil der goden kenbaar maakt’. Het is een afleiding van het werkwoord monēre (‘waarschuwen’). Een monstrum is dus een wonderteken, en vandaar: een wonderlijke verschijning, een monsterlijk gedrocht. $In de Middeleeuwen kreeg het Latijnse begrip een christelijke lading. Jacob van Maerlant schreef omstreeks 1280 in zijn encyclopedie Der naturen bloeme: “Monstrum seghet dat latijn, dat in Dietsche [= Nederlands] mach wonder sijn.” Een monster was in de ogen van Maerlant en zijn tijdgenoten een vingerwijzing van God.
Zo’n wonderbaarlijke gebeurtenis kon het aanspoelen van een walvis op het strand zijn. In en pamflet uit 1608 over een bij Scheveningen gestrande griend staat dat God “wonderen, teeckenen, ende Cometen aen den hemel verthoont: Dat hy monstrueuse menschen, Dieren, op den Aertbodem, als oock wt [= uit] der zee laet voort comen.” Het gestrande kadaver werd gezien als slecht voorteken voor de ophanden zijnde wapenstilstand met Spanje.
Geleidelijk aan is in de betekenis van monster het accent verschoven van ‘vreemdsoortig verschijnsel’ naar ‘afzichtelijk wezen’. In samenstellingen als monsterverbond en monstercoalitie zien we een verdere betekenisontwikkeling: hier gaat het om samenwerking van partners die op het eerste gezicht niet bij elkaar passen.

Bewijsstuk
Behalve ‘gedrocht’ heeft monster ook de betekenis ‘voorbeeld, bewijsstuk, specimen’. In die betekenis, bekend sinds de veertiende eeuw, gaat het woord terug op het Latijnse werkwoord monstrare, dat ‘tonen, wijzen’ betekende. Dit monstrare is op zijn beurt – net als het monstrum van hierboven, dat uiteindelijk ‘afzichtelijk wezen’ is gaan ging betekenen – afkomstig van het werkwoord monēre (‘waarschuwen’). Een pamflet uit 1625 draagt de titel Een kleyn monstertjen. Het gaat niet over een klein gedrocht, maar over een staaltje mishandeling van remonstrantse predikanten, dat aan de kaak wordt gesteld als frappant voorbeeld van politieke misstanden.
Bij bodemmonster en voedselmonster gaat het om een kleine hoeveelheid die bestemd is voor testdoeleinden. In de handel is de term monster al eeuwen in omloop. Het vertaalwoordenboek Schat der Nederduytscher spraken (1573) van de Antwerpse uitgever Plantijn vermeldt als betekenis “het stucksken datmen toont van eenige koopmanschap”. De aanduiding monster zonder waarde was vroeger vaak op postpakketjes te vinden; hiermee werd aangegeven dat de inhoud niet bedoeld was voor de verkoop en daarom vrij van invoerrechten. Dezelfde betekenis ‘specimen’ vinden we in de uitdrukking een monster van geleerdheid (‘iemand die ontzettend geleerd is, een toonbeeld van geleerdheid’). Deze vorm van lofprijzing was voor tweeërlei uitleg vatbaar, zo blijkt uit de plagende toelichting die de letterkundige J. de Brune de Jonge toevoegde aan zijn karakterisering van de Leidse hoogleraar Gerard Vossius als “dat monster van geleertheid”: “Ongeletterden zullen zich misschien over dat woord van monster verwonderen; doch zy gelieven te weten, dat het zo wel in’t goede, als in’t quaade, gebruikt wort.”

Aanmonsteren
Van iemand die in dienst gaat als bemanningslid van een zeeschip, wordt gezegd dat hij ‘aanmonstert’. Vroeger sprak men ook van ‘monster doen’. Beide combinaties zijn afgeleid van monster in de betekenis ‘voorbeeld’. De monstering was oorspronkelijk het moment waarop de bemanning zich vertoonde om te worden geïnspecteerd.
De Vlaamse website www.monster.be richt zich op het koppelen van werkzoekenden en werkgevers. De naam heeft echter niets van doen met het ‘aanmonsteren’ van werkzoekenden. De Belgische jobsite is onderdeel van een Amerikaans bedrijf dat in de jaren negentig zo is genoemd omdat het publiceren van vacatures op internet toen werd gezien als een reusachtig goed idee, een ‘monster idea’.
In Nederland is de url www.monster.nl voorbehouden aan de Zuid-Hollandse gemeente Westland, waar het kustplaatsje Monster een deel van is. De naam heeft niets te maken met daar aangespoelde zeezoogdieren, maar gaat terug op het Latijnse monasterium, dat staat voor ‘klooster, grote centrale parochiekerk’. Monster bezat dan wel geen klooster, maar was een belangrijke bedevaartplaats, waar in de kerk relikwieën van de heilige Machutus te zien waren. De Nederlandse plaatsnaam heeft daarmee dezelfde etymologie als de Duitse stad Münster en het Londense district Westminster.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2018), ‘Monster’, in: Onze Taal 6, 29.]

Monster

“Kinderen geen toegang. (...) Indien u een zwak hart hebt en geen schokken kunt verdragen, dan raden wij u ten sterksten af deze film te gaan zien.” Zo adverteerde bioscoop Kranggan in 1932 voor de film Frankenstein. In de paginagrote advertentie van Kranggan in het Soerabaijasch Handelsblad wordt het monster van Frankenstein omschreven als “luguber, weerzinwekkend, gruwelijk, grotesk”. Het griezelverhaal van een jonge natuurwetenschapper die uit delen van lijken een wezen samenstelt dat hij met behulp van elektriciteit tot leven wekt, gaat terug op Mary Shelleys roman Frankenstein, or The Modern Prometheus, die dit jaar zijn tweehonderdste verjaardag viert – reden waarom de Stripdagen Haarlem dit keer in het teken staan van Frankensteins creatie. En een goed moment om stil te staan bij de herkomst van het woord monster.

Teken van boven
Monster
gaat terug op het Latijnse monstrum, dat staat voor ‘waarschuwend voorteken, wonderbare gebeurtenis, wezen dat de wil der goden kenbaar maakt’. Het is een afleiding van het werkwoord monēre (‘waarschuwen’). Een monstrum is dus een wonderteken, en vandaar: een wonderlijke verschijning, een monsterlijk gedrocht. $In de Middeleeuwen kreeg het Latijnse begrip een christelijke lading. Jacob van Maerlant schreef omstreeks 1280 in zijn encyclopedie Der naturen bloeme: “Monstrum seghet dat latijn, dat in Dietsche [= Nederlands] mach wonder sijn.” Een monster was in de ogen van Maerlant en zijn tijdgenoten een vingerwijzing van God.
Zo’n wonderbaarlijke gebeurtenis kon het aanspoelen van een walvis op het strand zijn. In en pamflet uit 1608 over een bij Scheveningen gestrande griend staat dat God “wonderen, teeckenen, ende Cometen aen den hemel verthoont: Dat hy monstrueuse menschen, Dieren, op den Aertbodem, als oock wt [= uit] der zee laet voort comen.” Het gestrande kadaver werd gezien als slecht voorteken voor de ophanden zijnde wapenstilstand met Spanje.
Geleidelijk aan is in de betekenis van monster het accent verschoven van ‘vreemdsoortig verschijnsel’ naar ‘afzichtelijk wezen’. In samenstellingen als monsterverbond en monstercoalitie zien we een verdere betekenisontwikkeling: hier gaat het om samenwerking van partners die op het eerste gezicht niet bij elkaar passen.

Bewijsstuk
Behalve ‘gedrocht’ heeft monster ook de betekenis ‘voorbeeld, bewijsstuk, specimen’. In die betekenis, bekend sinds de veertiende eeuw, gaat het woord terug op het Latijnse werkwoord monstrare, dat ‘tonen, wijzen’ betekende. Dit monstrare is op zijn beurt – net als het monstrum van hierboven, dat uiteindelijk ‘afzichtelijk wezen’ is gaan ging betekenen – afkomstig van het werkwoord monēre (‘waarschuwen’). Een pamflet uit 1625 draagt de titel Een kleyn monstertjen. Het gaat niet over een klein gedrocht, maar over een staaltje mishandeling van remonstrantse predikanten, dat aan de kaak wordt gesteld als frappant voorbeeld van politieke misstanden.
Bij bodemmonster en voedselmonster gaat het om een kleine hoeveelheid die bestemd is voor testdoeleinden. In de handel is de term monster al eeuwen in omloop. Het vertaalwoordenboek Schat der Nederduytscher spraken (1573) van de Antwerpse uitgever Plantijn vermeldt als betekenis “het stucksken datmen toont van eenige koopmanschap”. De aanduiding monster zonder waarde was vroeger vaak op postpakketjes te vinden; hiermee werd aangegeven dat de inhoud niet bedoeld was voor de verkoop en daarom vrij van invoerrechten. Dezelfde betekenis ‘specimen’ vinden we in de uitdrukking een monster van geleerdheid (‘iemand die ontzettend geleerd is, een toonbeeld van geleerdheid’). Deze vorm van lofprijzing was voor tweeërlei uitleg vatbaar, zo blijkt uit de plagende toelichting die de letterkundige J. de Brune de Jonge toevoegde aan zijn karakterisering van de Leidse hoogleraar Gerard Vossius als “dat monster van geleertheid”: “Ongeletterden zullen zich misschien over dat woord van monster verwonderen; doch zy gelieven te weten, dat het zo wel in’t goede, als in’t quaade, gebruikt wort.”

Aanmonsteren
Van iemand die in dienst gaat als bemanningslid van een zeeschip, wordt gezegd dat hij ‘aanmonstert’. Vroeger sprak men ook van ‘monster doen’. Beide combinaties zijn afgeleid van monster in de betekenis ‘voorbeeld’. De monstering was oorspronkelijk het moment waarop de bemanning zich vertoonde om te worden geïnspecteerd.
De Vlaamse website www.monster.be richt zich op het koppelen van werkzoekenden en werkgevers. De naam heeft echter niets van doen met het ‘aanmonsteren’ van werkzoekenden. De Belgische jobsite is onderdeel van een Amerikaans bedrijf dat in de jaren negentig zo is genoemd omdat het publiceren van vacatures op internet toen werd gezien als een reusachtig goed idee, een ‘monster idea’.
In Nederland is de url www.monster.nl voorbehouden aan de Zuid-Hollandse gemeente Westland, waar het kustplaatsje Monster een deel van is. De naam heeft niets te maken met daar aangespoelde zeezoogdieren, maar gaat terug op het Latijnse monasterium, dat staat voor ‘klooster, grote centrale parochiekerk’. Monster bezat dan wel geen klooster, maar was een belangrijke bedevaartplaats, waar in de kerk relikwieën van de heilige Machutus te zien waren. De Nederlandse plaatsnaam heeft daarmee dezelfde etymologie als de Duitse stad Münster en het Londense district Westminster.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2018), ‘Monster’, in: Onze Taal 6, 29.]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

monster 2 zn. ‘proefje, staal van een product’
Mnl. monster ‘proef van een product’ in eenen monster utegheset ‘een staal (van graan) apart gezet’ [1337; MNW], monster ende tooch houden ‘producten voor inspectie en verkoop uitstallen’ [1449; MNW]; vnnl. naeder monstere ‘overeenstemmend met het monster’ [1500-36; MNW], met monsterken coorne ‘met een monstertje koren’ [1587; Stall.], monster, toonstuck, proefstuck [1599; Kil.].
Ontleend aan Oudfrans monstre ‘staal, proefstuk’ [1120; FEW], (Nieuwfrans montre, o.a. ‘proefstuk; uitstalling’), afleiding van Oudfrans monstrer ‘tonen, voorstellen als’ [ca. 1135; TLF], ouder mostrer ‘tonen’ [900-50; TLF], (Nieuwfrans montrer ‘tonen’) < Latijn monstrāre ‘tonen’, zie → demonstratie; monstrāre is een afleiding van mōnstrum ‘aanwijzing, voorteken’, zie → monster 1.
Monster ‘proef, specimen, voorbeeld’ zal zeker de oorspronkelijke betekenis zijn in de vaste verbinding een monster van ‘een toonbeeld of extreem voorbeeld van’, bijv. in een monster van geleerdheid [ca. 1648; WNT monster I], hoewel het WNT deze verbinding behandelt bij → monster 1 ‘gedrocht’. Uitdrukkingen als een monster van losbandigheid [1874; WNT toedienen], een monster van opzichtigheid (gezegd van een hoed) ‘een buitengewoon opzichtige hoed’ [1919; WNT tondeldoos] zijn overigens ongetwijfeld wel beïnvloed door de betekenis van monster ‘gedrocht, wanstaltig wezen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

monster1 [proefstuk] {1337} middelnederduits munster, engels muster < oudfrans monstre [idem], van monstrer (frans montrer) [tonen] < latijn monstrare [idem].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

monster

Men kent het woord monster in twee betekenissen: het is of een staal, model, voorbeeld of een afzichtelijk, gedrochtelijk schepsel. De vraag of de beide woorden met elkaar verwant zijn, moet bevestigend beantwoord worden, maar men moet ver teruggaan om die verwantschap vast te stellen. Monster in de betekenis staal komt regelrecht van het Latijnse werkwoord monstrare dat: tonen, wijzen betekende. Dit monstrare is op zijn beurt weer afkomstig van een ander werkwoord: monere dat betekende: opmerkzaam maken, waarschuwen. Van monere is monstrum afgeleid. Een monstrum is dus een waarschuwing, een voorteken, een wonderteken, en vandaar: een wonderlijke verschijning, een monsterlijk gedrocht.

Van monster: staal, voorbeeld komt het werkwoord monsteren: keuren, inspecteren.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

monster 1 znw. o. ‘staal’, mnl. monster m. v., mnd. munster o. ‘monster, snit en kleur van kleren, versiering (bijv. aan tuig van vrachtpaarden)’, me. moustre (ne. muster) < ofra. monstre, gevormd bij lat. monstrāre ‘tonen’. Daarentegen gaat nhd. muster (ouder muster n., munstre v.), terug op ital. mostra ‘staal, monster’. — Zie ook: monsteren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

monster I (staal) znw.o., mnl. monster o.m.v. Evenals mnd. munster o. “monster, snit en kleur van kleeren, versiering (o.a. aan ’t tuig van vrachtpaarden)”, meng. moustre (eng. muster) uit ofr. monstre (nomen bij lat. monstrâre “toonen”). Denzelfden oorsprong heeft ’t gelijkluidende mnl. eng. woord in de bet. “monstering”. Hierbij weer ’t ww. mnl. monsteren (nnl. monsteren). mnd. munsteren “monsteren”. Nhd. muster o. is uit it. mostra (= ofr. monstre) ontleend. Hierbij weer mustern “monsteren”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

monster 1 o. (staal), , uit Ofra. monstre= = wat getoond wordt, ook het toonen, van Ofra. monstrer (thans montrer), Lat. monstrare = toonen, een afleid. van Lat. monstrum = monster 2 (z.d.w.). Vergel. Hgd. en Eng. muster.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2monster s.nw.
Proef of staaltjie van iets wat as verteenwoordigend van die geheel se aard beskou word.
Uit Ndl. monster (al Mnl.). Eerste optekeninge in Afr. by Mansvelt (1884) in die afleiding monstertji en in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. monster uit Oudfrans monstre 'proefstuk' uit Latyn monstrare 'toon'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

moester (DB), zn. o.: monster, proefstuk, staal. Mnl. monster, munster, Vroegnnl. monster, toonstuck, proefstuck ‘specimen’ (Kiliaan). Mnd. munster, D. Muster < Ofr. mostre < monstre < Ofr. mostrer < monstrer < Lat. monstrare ‘tonen’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

monster ‘klooster’ (Latijn monasterium); ‘ondier’ (Frans monstre); ‘staal’ (Oudfrans monstre)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Monster (staal: „monster zonder waarde”), van ’t Oudfr. monstre = wat getoond wordt, van monstrer = toonen (nu montrer) en dit van ’t Lat. monstrare = toonen; vgl. ons monsteren.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

monster ‘proefstuk, voorbeeld’ -> Deens mønster ‘voorbeeld, patroon’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors mønster ‘voorbeeld, patroon’; Zweeds mönster ‘proefstuk, voorbeeld’ (uit Nederlands of Nederduits); Indonesisch monster, moster ‘proefstuk, voorbeeld’; Javaans mostor ‘proefstuk, voorbeeld’; Papiaments mònster (ouder: monster) ‘proefwaar’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

monster proefstuk 1337 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal