Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

monsteren - (grondig onderzoeken, inspecteren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

monsteren ww. ‘grondig onderzoeken, inspecteren’
Mnl. monstren ‘inspecteren’ [1477; MNW]; vnnl. sullen monsteren het Scheepsvolck ‘zullen het scheepsvolk inspecteren’ [1585; WNT Supp. adjunctie].
Afleiding van → monster 2 ‘proef’.
Het woord werd veelal gebruikt met betrekking tot het aanwerven van de scheepsbemanning. Daarbij horen afleidingen als aanmonsteren ‘in dienst nemen of treden op een schip’ en afmonsteren ‘uit scheepsdienst ontslaan of treden’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

monsteren [keuren] {1376-1400} van monster1 [staaltje].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

monsteren ww. mnl., monsteren ‘monsteren, inspecteren, aanwerven’, mnd. munsteren ‘monsteren’, is een afl. van monster 1. — > ne. monster, mounster (sedert de 16de eeuw, vgl. Bense 238).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

monsteren o.w., van monster 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3monster ww.
1. Byeenbring, bymekaarmaak, werf, skaar of verenig, saamspan, of troepe in formasie laat aantree en inspekteer. 2. Takserend aankyk, inspekteer of vergelyk. 3. 'n Monster (2monster) neem of verkry.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. monsteren (al Mnl.), 'n afleiding van monster 'proef, staaltjie'. Bet. 3 het in Afr. self ontwikkel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

monsteren ‘keuren; zich voor één reis tot de zeedienst verbinden’ -> Deens mønstre ‘keuren; verzamelen; van een patroon voorzien; zich voor één reis tot de zeedienst verbinden’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors mønstre ‘keuren; verzamelen; zich voor één reis tot de zeedienst verbinden’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds mönstra ‘zich voor één reis tot de zeedienst verbinden’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins † mynsträtä ‘zich voor één reis tot de zeedienst verbinden’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

monsteren keuren 1376-1400 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut