Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

onder - (op een lager gelegen plaats); (lager dan; te midden van)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

onder bw. ‘op een lager gelegen plaats’; vz. ‘lager dan; te midden van’
Onl. under (vz.) ‘lager dan’ in undir tungon minro ‘onder mijn tong’ [10e eeuw; W.Ps.], ‘te midden van’ in under unsculdigin ‘te midden van onschuldigen’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. onder hare houede ‘onder hun hoofden’ [1236; VMNW], onder de guldebroeders ‘te midden van de gildebroeders’ [1277; VMNW], onder minen ar- ‘onder (het bewind van) mijn heer’ [1277; VMNW].
Os. undar (mnd. under); ohd. untar (nhd. unter); ofri. under (nfri. ûnder); oe. under (ne. under); on. undir (nzw. under); got. undar; alle ‘onder’ en (in de Oudgermaanse talen m.u.v. got.) ‘tussen’; < pgm. *under-. Daarnaast nog een korte vorm on. und ‘onder’.
In pgm. *under- zijn twee Indo-Europese voorzetsels samengevallen. Enerzijds is dat pie. *ndh(er)- (IEW 771), waaruit: Latijn īnfrā ‘onder’, īnferus ‘zich beneden bevindend’; Sanskrit adhá ‘onder’, ádhara- ‘de onderste’; Avestisch aðairi ‘onder’; Armeens ənd ‘onder’; Tochaars A añč. Anderzijds is dat pie. *h1n-tér, naast ablautend *h1entér ‘binnenin’ (IEW 313), waaruit: Oudnoords iðr, iðrar ‘ingewanden’ (pgm. *inþerō-, uit de voltrap); Grieks éntera ‘id.’; Latijn inter ‘tussen’, Oskisch anter ‘id.’, Umbrisch ander ‘id.’; Sanskrit antár ‘id.’; Oudkerkslavisch ǫtrĭ ‘binnenin’ (Russisch nutró ‘ingewanden; instinct; binnenkant’); Oudiers eter ‘tussen’. Dit tweede voorzetsel is de comparatief van *h1en ‘in’, zie → in.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

onder* [beneden] {oudnederlands undir 901-1000, middelnederlands onder} oudsaksisch, gotisch undar, oudhoogduits untar, oudfries, oudengels under; buiten het germ. latijn inferus, infra, avestisch adhara, oudindisch adhara-; deze vormen zijn van een stam oudnoors und, oudindisch adhas; de betekenis van ‘onder’ is dus eig. meer ‘naar beneden’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

onder voorz. bijw., mnl. onder, onfrank. under, undir, os. undar, ohd. untar (nhd. unter), ofri. oe. under, on. undir, got. undar. — oi. antar, lat. inter, osk. anter, oiers ēter (< *enter), osl. ątrĭ, alb. nder ‘tussen, onderʼ. — Idg. *ṇter is een comparatief-formatie bij *en ‘inʼ, waarnaast de volle vorm *enter staat in gr. éntera = on. iðrar (< *inþerōz) ‘ingewandenʼ en on. innri ‘meer binnenwaartsʼ (IEW 313).

Van germ. *unðar- is met een n-suffix afgeleid mnl. onderen m. ‘voormiddagʼ, os. undorn ‘middagʼ, ohd. untorn ‘middag, middagetenʼ, ofri. undern, unden ‘voormiddagʼ, oe. undern, on. undorn ‘voormiddag (om negen uur)ʼ, got. undaurnimats ‘tussenmaaltijd, ontbijtʼ. De formatie beantwoordt geheel aan lat. internus en duidt dus oorspr. ‘tussentijdʼ aan, en wel eigenlijk die tussen zonsop- en ondergang, dus de middag. Toen dit woord daarnaast was opgekomen, kreeg het woord *undurni een andere bet. en wel eensdeels die van voormiddag, anderdeels die van namiddag, zoals mhd. untern, undern ‘namiddagetenʼ.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

onder voorz. bijw., mnl. onder. = onfr. under, undir, ohd. untar (bijw. untar(i)) (nhd. unter), os. undar, ofri., ags. (eng.) under, on. undir, got. undar “onder”, waarnaast undaro “id.” (het eerste als voorz.; ’t tweede als bijw. en voorz.). Met comparatief-suffix; evenzoo van dezelfde basis de bnww. lat. inferus, oi. ádhara- “meer naar onder gelegen”, waarbij lat. infrâ “beneden”; hierbij wellicht ook gr. atherízō “ik versmaad, veracht”, ospr. “ik houd voor *átheros d.i. lager staande”. Zonder dat suffix on. und “onder”, ohd. undenân “onderaan” (nhd. unten), oi. adhaḥ bijw. “onderaan”, misschien ook arm. ǝnd met de bet. “onder”. Germ. unðar- is misschien niet alleen een voortzetting van dit idg. endher- (ṇdher-) (-or-): met ’t oog op de dubbele bet. van germ. unðar-, “sub” en “inter”, kunnen we vermoeden, dat daarmee een ander woord is samengevallen, met idg. t, verwant met ier. eter, osk. anter, lat. inter “tussen, onder”, oi. antár “id., in”. Aangezien dit echter een afl. van idg. *en is (zie in), waarnaast vormen met schwundstufe sporadisch zijn, mag dit niet voor zeker gelden; ook obg. ątrĭ “binnen” heeft echter opvallend vocalisme.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

onder. Bij germ. *unðar- ‘inter’ sluiten zich aan met een -n- suffix (vgl. lat. internus met -no- bij inter) mnl. onderen m. ‘voormiddag’, ohd. untorn, untarn m. ‘middag’, os. undorn m. ‘voormiddag’, ofri. unde(r)n ‘id.’, ags. undern m. ‘(9 uur in de) voormiddag’, on. undorn m. ‘de tijd midden in de voormiddag of namiddag’, got. undaúrni-mats m. ‘ontbijt’, die van een grondbet. ‘tussen-tijd’ uitgaan.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

onder 1 bijw. en voorz. (beneden), Mnl. id., Os. undar + Ohd. untar (Mhd. unter, Nhd. id.), Ags. under (Eng. id.), Ofri. id., On. undir (Zw. en De. under), Go. undar + Skr. adharas, Lat. inferus = laag gelegen, infra = beneden.

onder 2 bijw. en voorz. (tusschen), in al de Germ. talen homon. van onder 1, maar waarschijnlijk niet hetz. woord + Skr. antar, Lat. inter, Oier. eter = tusschen, een afleid. van den zw. graad van ʼt voorz. in met hetz. suffix als in achter, neder, enz.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

oonder (bijw.) beneden; Aajdnederlands under <901-1000>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

onder voors.
Benede, laer as.
Uit Ndl. onder (al Mnl.), oorspr. 'n vergrotende trap met die bet. 'meer na benede'.
D. unter, Eng. under, Goties undar.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

on’der vz., (ook:) gebruikt m.b.t. een verblijfplaats die geen wanden of niet geheel gesloten wanden heeft, zodat er meer sprake is van alleen een dak; i.h.b. in combinatie met kamp* (2) en overdekte markt. De mannen onder het kamp* begonnen de touwen van hun drums strak te zetten en de vrouwen schraapten hun keel (Bradley 1975: 40). Ik zwéér je. Iedereen onder de markt zegt het (Helman 1954a: 27). - Etym.: Oudste vindpl. De West-Indiër 10-7-1889, volgens Hira 225 (onder de markt).

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Onder bw., voors. Reeds Changuion, Proeve XVIII, het opgemerk dat in Afrikaans onder gebruik word “als bijw. altijd waar men in Holl. beneden zou zeggen.” Vgl. Mansvelt 115 vermeld: “ONDER vervangt geheel de plaats van beneden, omlaag, niet boven, enz.” – Opprel § 80c): “Voor bǝnēdǝ wordt hier steeds ondǝr gezegd: Wǝ weunǝ onder in slaepǝ bōvǝ;” Van Weel § 224: “Ndl. beneden komt weinig voor; dit wordt meestal vervangen door òᵃngǝr.”

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Onder. In ’t Idg. bestonden twee voorzetsels, die in ons onder zijn opgelost, nl. 1°. endher (Lat. infra, vgl. inferior = beneden) en 2°. enter (Lat. inter = tusschen, te midden van). – „Onder den boom zitten”, is dus het eerste woord, en: „wat zich onder den draf mengt, enz.” het tweede.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

onder ‘voorzetsel’ -> Indonesisch onder ‘assistent districtshoofd (in de koloniale tijd)’; Ambons-Maleis ondor ‘onderdoen voor’; Madoerees ngondār ‘voorzetsel’; Negerhollands onder, ondǝ, ondu, undǝ, undu ‘voorzetsel’; Berbice-Nederlands ondro ‘voorzetsel’; Sranantongo ondro ‘voorzetsel’; Aucaans ondoo ‘voorzetsel’.

onder ‘bijwoord van plaats’ -> Sranantongo ondro ‘bijwoord van plaats’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

onder. Het voorzetsel onder is overgenomen door het Sranantongo als ondro: ondro wan afdaki betekent 'onder een afdak' (zie ook af), ondro makandra betekent 'onder elkaar' (zie ook mekaar), ondrogron is 'onder de grond', ondro en prèis 'onder de waarde (verkopen)' en tot slot is go na ondro 'naar onder gaan, omlaaggaan' - hier heeft onder/ondro de functie van bijwoord. Door, onder en naar behoren tot de weinige Nederlandse voorzetsels die door andere talen zijn overgenomen en daarbij de functie van voorzetsel hebben behouden. In het Sranantongo wordt ondro overigens ook gebruikt als werkwoord met de betekenissen 'onderdoen' (mi no e ondro gi yu 'ik doe niet voor je onder') en 'onderdanig doen'.

In het Russisch is onder, of eigenlijk onderen, ook geleend, maar dan als bijwoord in de verbinding van onderen, een uitroep om uit de weg te gaan wanneer iets naar beneden komt. Het Nederlandse van onderen is in het Russisch geleend als polundra, palundra 'opgepast'. Het woord is als scheepsterm geleend en voor het eerst in 1806 in een geschreven bron aangetroffen. Het negentiende-eeuwse Russische woordenboek van Dal' geeft als grappig voorbeeld: palundra! sam leču! zakričal matros, padavšij s marsu 'Van onderen! Daar vlieg ik zelf!, schreeuwde de matroos die uit de mars viel'.

Het Nederlandse woord heeft in het Russisch een forse klankverandering ondergaan. Om te beginnen is de eerste n in van onderen in het Russisch veranderd in een l ter onderscheiding van de tweede n. De Nederlandse beginklank klonk als /f/ - in het Russisch is ook de vorm falunder aangetroffen. Omdat in het Russisch de f vrij zelden voorkomt, en dan alleen in leenwoorden, is falundra veranderd in palundra. Tot slot is de eerste a veranderd in o. Dit kwam doordat de klemtoon op de u lag: volgens de normale uitspraakregels van het Russisch worden een onbeklemtoonde o en a vlak vóór de beklemtoonde lettergreep op dezelfde manier uitgesproken, ongeveer zoals bij ons /a/ klinkt. Hierdoor is men palundra gaan schrijven als polundra: de twee vormen klinken in het Russisch identiek. Het Russische woord polundra is overgenomen door het Oekraïens.

De slavist Van der Meulen vermeldt dat men polundra ook gebruikt bij het heien; het is hier een vrouwelijk zelfstandig naamwoord geworden, met als bijvoeglijk naamwoord polundrennyj: de gewone Russische uitdrukking voor het inheien van palen waarbij men het heiblok door middel van de heimachine in de hoogte trekt en op de paal laat vallen, is bit' svai ('palen inslaan') s polundry of polundrennym koprom (kopjor is 'heimachine'); deze zegswijze is uiteraard ontstaan doordat men bij het neervallen van het heiblok van onderen! riep.

Ook in het Indonesisch komt het Nederlandse onder voor, maar in deze taal is dit de verkorting van een samenstelling als onderbaas, onderdirecteur, onderofficier, want in het Indonesisch betekent onder 'assistent' - het woord is overigens aan het verouderen. Hiervan afgeleid is onderan voor 'onderdistrict'. Daarnaast heeft het Indonesisch een aantal Nederlandse samenstellingen met onder overgenomen, zoals onderbouw 'takken van een politieke organisatie', onderdil 'onderdeel', onderdistrik, onderhoud, ondernéming, onderok 'onderrok', onderstand 'ondersteuning' en ondersten 'financiële ondersteuning voor gepensioneerde militairen'. Het Muna (zie herendienst) heeft onderok overgenomen uit het Indonesisch; de Munasprekers vatten echter de eerste klinker op als hun lidwoord o, vandaar dat bij hen onderrok is geleend als ndoro. In het Ambonees betekent ondor 'onderdoen voor' - het is wellicht ontleend aan een zinsnede als 'hij doet (niet) voor hem onder', waarin alleen het scheidbare gedeelte van het werkwoord is overgenomen. Voorts heeft het Ambonees onders'up/ onders'uk 'onderzoeken' aan het Nederlands ontleend.

Tot slot zijn ook in het Papiaments enkele Nederlandse samenstellingen met onder geleend: ònderlèger 'onderzetter' en (net als in het Indonesisch) ònderstant 'bijstand, bijstandsuitkering'. In het Standaardnederlands is onderstand een verouderd woord, maar in Vlaanderen wordt het nog gebruikt.

Grappig is dat het Russisch net als het Indonesisch een verkorting van een Nederlandse samenstelling met onder heeft gemaakt: onderofficier is in het Russisch namelijk under geworden. Het woord dateert van 1720, dus uit de tijd van Peter de Grote; in diezelfde periode is ook de volledige vorm underoficer aangetroffen. Zowel under als underoficer zijn tegenwoordig in het Russisch grotendeels vervangen door het Duitse unter en unter-oficer. Overigens is het niet onmogelijk dat de verkorting onder voor een onderofficier of een onderbaas al in het Nederlands is gevormd; we spreken immers ook van opper voor opperman of opperwachtmeester. Wellicht zei men in het verleden bijvoorbeeld 'vraag het maar aan de onder'. Het WNT vermeldt dit gebruik echter niet, misschien omdat het typische groepstaal zou zijn.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

onder* voorzetsel 0901-1000 [WPs]

onder* bijwoord van plaats 1330 [MNW]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2584. Er den wind onder hebben,

d.w.z. ontzag hebben, prestige hebben; eig. gezegd van bladeren, die door den wind opgejaagd en weggewaaid worden, voor den wind wegvliegen; vgl. Harreb. II, 470: De wind zit eronder, het gaat voorspoedig; Jong. 22: Ja, Moffen Mina had er den wind onder, nou, asjeblieft! De Amsterdammer 22 Nov. 1914 p. 10 k. 3: Gelukkig dat te Amsterdam ten minste een deken is die er nog een beetje den wind onder houdt en dat de Amsterdamsche rechters niet allen zoo dom zijn als zij er uitzien; Nederland, 1914, II, bl. 26: Je hebt er den wind onder!

1345. Iets onder de leden hebben,

van eene ziekte gezegd, de kiem met zich omdragen, waarin men leden opvatte in den zin van de gezamenlijke lichaamsdeelen, het lichaam. In de middeleeuwen in het Volksboek van de Seven Wisen, 57 v: Dat ick een hemelijcke siecte onder mine leden hebbeMnl. Wdb. IV, 311, alwaar ook gewezen wordt op Proza-Reyn.2 119: Hij genas van alre siecten die hi onder hem hadde.; Scaecspel, 132: Vrouwen dicwijl heymelicke zuucten onder haer leden hebben; zie ook Hooft, Ned. Hist. 66: Draaghende 't landt de scheurzucht aldus onder de leden, quam entlyk 's Koninx antwoordt; Harrebomée. II, 22: Hij heeft het onder de leden; Sjof. 268: Hij had bepaald een kwaal onder z'n leje; Falkl. IV, 89: 'k Had 't al 'n poos onder me lejen - sukkelen met me maag; Ndl. Wdb. VIII, 2011. In het Westvl. in de leden hangen, d.i. eene ziekte reeds met zich omdragen (De Bo, 407 b; Mnl. Wdb. IV, 980); in Twente: iets in de hoed (huid) hebben; fri. whet under de lean habbe; V. Schothorst, 164.

2526. Onder water zijn,

d.w.z. weg zijn; aan het zwieren zijn; eig. van een duiker, die eenigen tijd onzichtbaar is. Hier toegepast op een dronkaard, die te veel van het nat houdt; vgl. Belg. Mus. 6, 191: Die te sere dronken sijn ende die eens rijcs mans kindekijn dicke leert te water gaen, daer leidt seldentijt coren (?) aen; Trou m. Bl. 10: Ghy sijt gaeren bijden watere (tegen een drinkebroer); Winschooten, 348: Wel te Waater willen, wel onder Waater willen; gaarn met sijn neus in het nat sijn: natgierig sijn; W.D. Hooft, Verl. Soon, 7; 37; Spaan, 150; Huygens, VII, 215:

 Dat Heer-Oom in 't gelagh wel onder water will,
 En maeckt in Roomertjens noch Roomers geen verschill,
 Sal, meent hij, sijn lang leven sijn.
 Mijn' Heeren, lett eens, seght de Pater,
 Slecht Hout vergaet niet onder water,
 Ben ick vergancklick onder wijn?

Halma, 768; Hij gaat gaarne te water, hij houd veel van 't nat, il aime le piot; Harreb. II, 440 a; III, CXXXIII; S.M. 37: Ze maken samen 'n reissie - och grut, mens! je begrijpt 'k had in 't geheel geen erg, maar nou - zoo'n veertien dagen onder water; Jord. II, 466: Toch hoorde hij van allen kant dat ze in de sloep meegedronken had. Bovendien bleef ze onder water; Nw. Amsterdammer, 2 Jan. 1915 p. 3 k. 2: Nadat ik 2 maal 24 uur onder water was gebleven, belandde 'k weer in Artis Pictura; Van Lennep, 258: onder water zijn, dronken zijn; fri. under wetter wèze, niet bij zijn zaken zijn. Vgl. gron. doen, dronken, eig. ondergedompeld (Tijdschr. 34, 5).

2639. Onder zeil gaan,

d.w.z. vertrekken; ook: naar bed gaan, 't anker gaan windenOp Goeree en Overflakkee; zie N. Taalgids XIII, 132.; inslapen; eig. gezegd van een schip, dat de zeilen hijscht om te vertrekken (eertijds t' seil gaen) en dan onder de zeilen ligt (vgl. fr. être sous voile); hd. unter Segel gehen, abfahren; eng. to get under sail. Zie Winschooten, 249; Huygens, Oogentroost, 724 en Brandt, De Ruiter, 134: Den volgenden morgen deed de Ruiter sein om onder seil te gaen en elk lichtte zyn anker; Köster Henke, 49: iemand onder zeil brengen, in slaap maken; B.B. 57: De kapitein geeuwt even, terwijl hij al half onder zeil is; blz. 62: Jozef is eenigszins verontwaardigd over zijn auditorium, dat zij bij zoo'n mooi stukje onder zeil kunnen gaan; Sprotje II, 109: Ze zei 's avonds dat ze naar kooi ging of onder zeil. Met iemand onder zeil gaan, met iemand in het huwelijksbootje stappen; zie W. Leevend I, 210; Br. v. Abr. Bl. II, 50; Van Eijk I, 161; Harreb. II, 497 a; P.K. 98: Toen ik met m'n Jans onder zeil ging, was ik machtig blij, dat 'k een bovenhuis met drie kamers had; vgl. ook het oostfri. hê geid tô seil, hij gaat slapen; hê geid under seil, er geht unter Segel; fig. er geht unter; fri. hy giet under seil, hij gaat slapen. Zie no. 2298.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut