Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

onderwerp - (zaak waarover men spreekt of schrijft; item)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

onderwerp zn. ‘zaak waarover men spreekt of schrijft; item’
Vnnl. onderwerp ‘grammaticaal subject’ in Cato is wys, Wysheid is loflyck. Hier zyn de namen Cato ende Wysheid het onderwerp of de stoffe des ghezegs [1585; iWNT], ‘zaak waarover men spreekt of schrijft’ in het Onderwerp van een reeden [1691; Sewel EN].
Samenstelling van → onder en de stam van → werpen, als leenvertaling van Laatlatijn subjectum ‘onderwerp, dat waarover iets gezegd wordt’, uit algemener ‘basis’ en letterlijk ‘het ondergeschikte, het onderworpene’, de zelfstandig gebruikte onzijdige vorm van het verl.deelw. van subicere ‘onderwerpen, ten grondslag leggen’, gevormd uit → sub- en iacere ‘werpen’, zie → jet.
De Romeinse filosoof Boëthius (ca. 480-525) introduceerde de begrippen subjectum ‘onderwerp’ en praedicatum ‘gezegde’ als leenvertaling van resp. Grieks hupokeímenon ‘dat waarover iets gezegd wordt’ (bij hupó ‘onder’, keĩsthai ‘liggen’) en katēgoroúmenon ‘dat wat uitgesproken wordt over het onderwerp’ (bij katēgoreĩn ‘spreken; beschuldigen’). Het woord praedicatum is in het Nederlands ontleend als → predicaat, met de leenvertaling → gezegde. De logisch-filosofische taalbeschouwing bleef zich naast de woordgrammatica ontwikkelen in allerlei vormen en richtingen, zoals de middeleeuwse speculatieve grammatica, de 17e-eeuwse grammaire raisonnée met logisch-rationele grondslagen, en de 19e-eeuwse logische analyse die via het werk van Karl Ferdinand Becker (1775-1849, Organismen der Sprache) en Taco Roorda (1801-1874, Over de deelen der rede) de grammaire raisonnée voortzet in verschillende wetenschappelijke tradities en invalshoeken.
De schoolgrammatica met het onderwerp en gezegde zoals wij die nu kennen, is vooral het werk van taalkundigen als C.H. den Hertog (1846-1902), die de taalkundige theorieën samensmeedde tot werkbare vormen in de schoolgrammatica en ze ook verbond aan de oude woordgrammatica. Voor de leek is het onderwerp de persoon of instantie waarover de zin iets zegt. Taalkundig is het onderwerp echter niet semantisch te definiëren, slechts formeel: het is de woordgroep die de vorm van het vervoegde werkwoord, de persoonsvorm, bepaalt.
7nderwerp was aanvankelijk alleen een filosofische en taalkundige term, maar werd later in dezelfde betekenis ‘dat waarover gesproken of geschreven wordt’ ook in de algemene taal gebruikelijk, wat internationaal eveneens gebeurde met subject.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

onderwerp* [zaak waarover men spreekt] {1585 als taalkundige term; in algemene betekenis 1784-1785} leenvertaling van latijn subiectum (vgl. subject).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

onderwerp znw. o. is in de 16de eeuw opgekomen als vertaling van lat. subjectum.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

onderwerp znw. o. Vert. van lat. subjectum (gr. hupokeímenon). Al in 1585. Reeds eenmaal mnl.; maar met onzekere bet.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

onderwerp o., vertaling van Lat. subjectum.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

onderwerp s.nw.
1. (taalkunde) Woord of frase in 'n sin waarvan die gebeure in die gesegde uitgaan. 2. Saak waaroor 'n mens dink of praat.
Uit Ndl. onderwerp (1585 in bet. 1, 1784 - 1785 in bet. 2).
Ndl. onderwerp in bet. 1 is die vertaling van Latyn subjectum.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

onderwerp (vert. van Latijn subiectum)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

onderwerp ‘zaak waarover men spreekt’ -> Fries ûnderwerp ‘zaak waarover men spreekt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

onderwerp* als grammaticale term: zinsdeel dat in persoon en getal met vervoegde werkwoord overeenkomt 1585 [WNT]

onderwerp* zaak waarover men spreekt 1784-1785 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut