Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

paars - (kleur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

paars zn. ‘kleur’
Mnl. perse ‘paarse (lakens)’ [1294; VMNW], perse saye ‘paarse wollen stoffen’ [1296; VMNW], peers bruxsch lakene ‘paars Brugs laken’ [1343-44; MNW], groen of blaeu of root of paers [ca. 1475; MNW].
Ontleend aan bn. Frans pers ‘blauwgrijs, donker-violet’ [ca. 1100; TLF], dat ontleend is aan middeleeuws Latijn persus, persum ‘donkerblauwe kleur’. Mogelijk is deze kleurnaam afgeleid van Persae ‘Perzen’ of Persia ‘Perzië’, bijv. vanwege de kleur van een bepaald soort kleding uit die streek. Een andere theorie is verband met Laatlatijn persica ‘perzik’, dat uiteindelijk ook weer van Persia afgeleid is, zie → perzik. In dat geval zou de violette kleur van de perzikbloesem een rol gespeeld kunnen hebben. Voor de ontwikkeling van pers naar paars in het Nederlands, zie → haard.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

paars [kleur] {pers 1296, paerssche 1484} < frans pers < middeleeuws latijn persus [blauw], persum [donkerblauwe stof, donkerblauwe kleur] < latijn persicus [perzikboom] (vgl. perzik).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

paars bnw., dial. ook pears, peers (zie voor de verschillende vormen P. J. Meertens Taaltuin 9, 1940-1, 157-160), mnl. pers, peers, paers < ofra. pers < mlat. persus ‘perzikkleurig’, oorspr. groenachtig blauw.

Voor het gebruik van paars naast purper, violet en andere termen zie de kaart van P. J. Meertens, Taalatlas afl. 4, 14.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

paars bnw., dial. peers (vgl. aarde), mnl. pers, peers, paers (ook persch geschreven). Uit fr. pers > mlat. persus, perseus, eig. “perzikkleurig”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

paars bijv., Mnl. peers, uit Fr. pers, van Mlat. persum (-us) = perzikkleurig.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3pers b.nw., s.nw.
Rooierig blou, of 'n rooierig blou kleur.
Uit gewestelike Ndl. pers of peers (al Mnl.). In teenstelling met huidige alg. Ndl. paars het die ee-vorme in o.a. Amsterdams tot in die laaste kwart van die 19de eeu bly voortleef as ouderwetse (nie plat) vorme. Die verskil tussen Afr. en huidige alg. Ndl. verklaar Scholtz (1963: 240) daaruit dat die Afr. vorme “in die 18de eeu vas geraak het en die uiteindelike resultate van die alg. Nederlandse, 'opbou'-tendensies (die volledige verdringing van éé-vorme) nie vertoon nie”.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

papegaai’ (de, -en), naam voor papegaaien van middelmatige grootte, met een betrekkelijk korte en stompe staart, w.o. de (groene) amazonepapegaaien (mason*, Amazona-soorten). Het vlees van raven* en papegaaien is taai, zodat men er soep van trekt (Geijskes 1954: 79). - Etym.: AN p. = verzamelnaam voor alle ’papegaai-achtigen’ (Psittacini), dat zijn zowel de SN papegaaien, als de grotere SN raven*, als de kleinere SN parkieten*. Oudste vindpl. Hartsinck 1770: 108. S popokai. - Zie ook: parkiet*, raaf*.
— : paarse papegaai, (veroud.) voornamelijk blauw, roodachtig en paars gekleurde papegaai* met een korte staart (Pionus fuscus). De paarse papegaai heeft een karmozijn rooden kop; het bovenlijf is van dezelfde kleur (Teenstra 1835 II: 425; enige vindpl.). - Syn. bruine margrietje*.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

paars (Frans pers)

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

De perzik is genoemd naar Perzië (in klassiek Latijn: Persis), waarvandaan de perzikboom in de eerste eeuw n.Chr. naar Italië is overgebracht. De Latijnse naam was dan ook persicum malum ‘Perzische appel’. Overigens is de boom oorspronkelijk misschien afkomstig uit China. Afleidingen van persicum zijn in de loop van de middeleeuwen — meereizend met de vrucht — in vele Europese talen opgenomen. De kleurnaam paars is ontstaan uit middeleeuws Latijn persus ‘perzikkleurig’, en gaat dus uiteindelijk eveneens terug op de geografische naam Perzië.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Paars, van ’t Lat. persus = perzikkleurig; zie Persik.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

paars ‘kleurnaam’ -> Noord-Sotho perese ‘kleurnaam’ ; Zuid-Sotho perese ‘kleurnaam’ ; Papiaments püs, pis ‘kleurnaam’; Sranantongo persi ‘kleurnaam’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

paars kleurnaam 1296 [CG I Brugge] <Frans

paars omschrijving van coalitie van sociaal-democraten en liberalen 1992 [De Coster 1999]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

paars (vermenging van socialistisch rood en liberaal blauw), als politiek begrip: regeringscoalitie van sociaal-democraten (PvdA), liberalen (VVD) en D66, en zonder het CDA. In 1994 trad het eerste paarse kabinet aan onder leiding van premier Wim Kok, in 1998 het tweede.

De jongerenorganisaties van PvdA, VVD en D66 lieten zich er deze week niet van weerhouden vooruit te blikken naar een mogelijke nieuwe politieke samenwerking. In een opmerkelijk eensgezinde presentatie kwamen ze tot de conclusie dat de tijd rijp is voor de zogenoemde ‘paarse coalitie’, het samenwerkingsverband tussen PvdA, D66 en VVD. (Het Parool, 28/03/92)
Paars als begrip komt ook terug in boektitels. Zo verschijnt onder auspiciën van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de VVD, later dit jaar ‘Tussen polarisatie en paars — honderd jaar verhouding tussen liberalen en socialisten in Nederland.’
Begin april komen NRC Handelsblad-redacteuren Cees Banning en Frank Vermeulen met het boek ‘In Paars’. De ondertitel ervan is ‘Toeval en toekomst van het links-rechtskabinet’, een term die tot nu toe alleen werd gebezigd door Telegraaf-commentator Kees Lunshof. (Elsevier, 04/02/95)
Economie en milieu hoeven elkaars vijanden niet te zijn, beloofden de coalitiepartners elkaar bij het aantreden van het kabinet. ‘Paars’ zou laten zien dat het milieu niet hoeft te lijden onder economische groei. (Trouw, 25/10/96)
Het streven naar ‘paars’ — het bijeenbrengen van de politieke uitersten in een coalitie — bleek uiteindelijk evengoed in de partijtraditie te passen als de polarisatie van voorheen. (NRC Handelsblad, 28/03/97)
Het CDA gokt op de periode ná Paars, op het post-liberalisme. (HP/De Tijd, 24/10/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut