Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

paraat - (gereed, startklaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

paraat zn. ‘gereed, startklaar’
Vnnl. paraet ‘terstond uitvoerbaar’ in de vaste verbinding parate executie ‘vonnis, beslag dat zonder verder proces kan worden uitgevoerd’ [1570; WNT], ‘vaardig, gereed’ (van personen) in de galg ... opgerecht en den scherprechter paraet [ca. 1675; WNT]; nnl. paraat ook ‘voor gebruik gereed, direct inzetbaar (van zaken)’ in paraat houden eenige kabeltouwen [1740; WNT], parate kennis ‘kennis die men steeds ter beschikking heeft’ [1909; Groene Amsterdammer], onze parate weermacht [1916; Archief Eemland].
Ontleend aan Latijn parātus ‘gereed’, het verl.deelw. van parāre ‘gereedmaken, voorbereiden’, van dezelfde wortel als parere ‘produceren, voortbrengen, baren’.
Latijn parāre ‘gereedmaken’ is verwant met parere ‘voortbrengen’ en verder met: Grieks porein ‘verschaffen’, péprōtai ‘het is voorbestemd’; Sanskrit pūrdhí ‘geef’; Oudiers ro-ír ‘verschafte’; (LIV 474, IEW 816-818). Hierbij horen ook enkele Indo-Europese woorden voor jonge dieren, zie → vaars.
Andere woorden die teruggaan op Latijn parāre of afleidingen daarvan, zijn bijv.apparaat, → part, → parade, → repareren, → repertoire en → separeren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

paraat [klaar] {1570} < latijn paratus [gereedstaand, klaar], eig. verl. deelw. van parare [voorbereiden, gereedmaken].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

paraat, peraat bn.: gereed, netjes gekleed, stokstijf. Zoals Ndl. paraat ‘klaar’ < Lat. paratus, volt. dw. van parare (zie paree).

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

paraat b.nw.
Gereed, voorbereid.
Uit Ndl. paraat (1570).
Ndl. paraat uit Latyn paratus 'klaar', die verlede dw. van parare 'gereedmaak, voorberei'.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

paraat (Latijn paratus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

paraat ‘klaar’ -> Negerhollands paraa ‘klaar’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

paraat klaar 1570 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal