Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

patroon - (munitie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

patroon 3 zn. ‘huls met projectiel en buskruitlading’
Vnnl. patroon ‘buskruitlading’ in de soldaaten mogen de patroonen ... niet gebruyken [1637; WNT]; nnl. ‘kogel en kruitlading in metalen huls’ in de kamer dient tot het opnemen van de patroon [1890; WNT].
Ontleend aan Duits Patrone ‘buskruitlading’, hetzelfde woord als → patroon 2 ‘model’. In het Duitse leger ontstond hieruit de betekenis ‘voorbeeldhoeveelheid kruit’, en daaruit ‘papieren huls met deze lading’, die in de loop van het schietwapen werd uitgeschud. De naam bleef bestaan toen patronen een afgesloten metalen vorm kregen.
Een recente samenstelling met een afgeleide betekenis is inktpatroon ‘huls met inkt (voor vulpen of printer)’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

patroon2 [munitie] {1637} is hetzelfde woord als patroon3 [model]; de betekenis ontwikkelde zich uit die van huls voor een bep. hoeveelheid kruit.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

patroon 3 znw. v. ‘huls van projectiel’ < fra. patron. Uit de bet. ‘voorbeeld, model’ ontstond in de taal van het leger die van ‘bepaalde hoeveelheid kruit’ en dan ook ‘papieren huls, die deze hoeveelheid bevatte’, die in de loop van de voorlader uitgeschud werd. De naam bleef ook sedert de projectielen een geheel andere vorm gekregen hadden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

patroon III (bij ’t schieten), nog niet bij Kil. Uit ofr. patron “patroon”, dat in deze bet. ook in andere talen overging (= patron, waarvan patroon I en patroon II).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2patroon s.nw.
Dop van papier of metaal met kruit en koeël.
Uit Ndl. patroon (1637). Hou oorspr. verband met patroon (sien 1patroon 1). Uit die bet. 'model' ontwikkel die bet. 'kruitmaat' waaruit 'papierhouer met 'n bepaalde hoeveelheid kruit' (1637) waaruit 'pro-jektiel met koeël' (1831).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

patroon ‘huls met projectiel en buskruitlading’ -> Schots † patroune; patron ‘(papieren) huls met projectiel en buskruitlading’; Indonesisch patron, patrum ‘huls met projectiel en buskruitlading’; Ambons-Maleis patron ‘ruwe patroontas’; Jakartaans-Maleis patróm, patrum ‘huls met projectiel en buskruitlading’; Javaans patlum, patrum ‘huls met projectiel en buskruitlading’; Keiëes patron ‘geweerpatroon’; Madoerees pattrom ‘huls met projectiel en buskruitlading’; Soendanees patrom ‘huls met projectiel en buskruitlading’; Singalees pataroma ‘huls met projectiel en buskruitlading’ (uit Nederlands of Portugees); Japans † patoron ‘huls met projectiel en buskruitlading’; Sranantongo patron ‘huls met projectiel en buskruitlading’; Surinaams-Javaans patrum ‘huls met projectiel en buskruitlading’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

patroon huls met projectiel en buskruitlading 1637 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1295. Hij heeft al zijn kruit verschoten,

d.w.z. hij heeft al zijne krachten verbruikt, verspild; eene sedert de 17de eeuw voorkomende uitdrukking; zie Winschooten, 128; Hooft, Ged. I, 286 (in eig. zin), en vgl. Halma, 293: Hij heeft al zijn kruid verschoten, alle zijne kragten gespild, il a consumé toutes ses forces. Synoniem is de uitdr. al zijne pijlen zijn verschoten, hij weet niets meer te zeggen (Van Dale), hij heeft zijn laatste bom afgeschoten (Harreb. III, CXV); zijn laatste patronen verschieten (Maasbode, 30 Jan. 1914, avondbl. p. 5 k. 2). Ook in het Friesch: hy het syn krûd of syn pylken forsketten; in het hd. sein Pulver oder seine Bolzen verschossen haben; eng. to have shot one's bolt; fr. avoir épuisé son carquois (pijlkoker). In Antw. hij heeft al zijn poeder verschoten (Joos, 98).(Aanv.) Vgl. fr. avoir tiré sa dernière cartouche.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut