Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

perzik - (eetbare vrucht (Prunus persica))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

perzik zn. ‘eetbare vrucht (Prunus persica)’
Mnl. perseke, persike ‘vrucht’ in perseke ‘perzik’ [1240; Bern.], in de samenstelling persikstenen ‘perzikenpitten’ [1300-50; MNW holeworte], perschen ‘perziken’ [1397; Debrabandere 1994], ‘perzik, perzikenboom’ in daar persicken wassen ‘waar perziken groeien’ [1477; Teuth.]; vnnl. persick ‘perzik’, persickeboom ‘perzikenboom’ [1599; Kil.].
Vroege West-Germaanse ontlening aan Laatlatijn persica, persicum ‘perzikenboom, perzik’, verkortingen van klassiek Latijn arbor Persica ‘perzikenboom’ en Persicum mālum ‘Perzische appel’, dat zelf ontleend is aan Grieks Persikòn mẽlon ‘id.’, letterlijk ‘Perzische appel’. Hierin is het eerste woord een afleiding van Persís ‘Perzië’, zie ook → paars; voor het tweede woord zie → meloen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

perzik [vrucht] {perseke 1201-1250, naast persicboem ca. 1330} < latijn (malum) Persicum [Perzische (appel)] < grieks persikos, persikon, mèlon Persikon [idem] (vgl. persienne, pees3).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

perzik znw. v., evenals mnd. persik, mhd. pfersich (nhd. pfirsich), oe. persic, moet blijkens de hd. klankverschuiving een oude ontlening zijn < vulg. lat. persica, de naam voor deze over Perzië, oorspr. uit China stammende, naar Europa verspreide vrucht. — > russ. pérsik (sedert begin 18de eeuw, vgl. R. v.d. Meulen, Verh, AW Amsterdam 66, 2, 1959, 68).

Het is merkwaardig dat ondanks de vroege overname het woord zo laat optreedt, in het mhd. eerst in de 12de eeuw. In het mnl. vinden wij perseke = Teuth. persika, uit persica, en perse, perze, met verlies van de k (naar analogie van kers?). Uit de verbinding mnl. persekerboom zal vla. perseker te verklaren zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

perzik znw. Evenals mhd. (12. eeuw) pfërsich (nhd. pfirsich) m., mnd. përsik, ags. përsoc m. “perzik” uit lat. persicum (waarnaast vulgairlat. persica, fr. pêche > eng. peach) “id.”, letterlijk “Perzische (vrucht)”. Blijkens de hd. pf is de ontl. oud (vgl. bij peer); wsch. moeten wij van een rom. spreektaalvorm uitgaan. In ’t Mnl. komt de vorm persec, persic buiten samenst. niet voor, wel: 1. perseke (o.a. gloss. bern.) = Teuth. persike, misschien direct uit rom. persica, misschien met jongere -e, 2. (vla.) pers(e)ker m., dat wsch. een ndl. vervorming van persic is (aangezien de bet. “perzikboom” bij perseker zeldzaam en laat voorkomt, is beïnvloeding door fr. pêcher “id.” niet aannemelijk), 3. perse v. (nog in zuidelijke diall.; Kemp. ook spers), wsch. een vervorming van persec (naar kers I?). Wegens de r kan aan ontl. uit ofr. pesche (fr. pêche) “perzik” niet gedacht worden. Desnoods zouden wij bij mnl. peseker, paseker “perzik” aan fr. invloed kunnen denken. Veeleer echter hebben ook deze vormen zich onafhankelijk hiervan in ndl. diall. ontwikkeld. Eer uit ’t Fr. zuidoost-Kemp. pês “perzik”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

perzik v., gelijk Hgd. pfirsich en Fr. pêche (van waar Eng. peach), uit Lat. persicum, de vrucht van de arbor persica, d.i. Perzische boom.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

pees (zn.) perzik; < Frans peche.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

pes, pees, peetsj, pezel, zn.: perzik. Ook Br. pers, pes, Ovl. peze, paze, pars, paas. Pes door assimilatie rz > z, s uit Mnl. perse, perze ‘perzik’, Vnnl. perse, persick, perse-boom, persick-boom (Kiliaan). Korte vorm voor perzik, misschien beïnvloed door kers. Peetsj kan rechtstreeks uit W. of Fr. pêche.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

pers, spers, pors, (s)pus, pees, pieetsj, pes, pezze, zn.: perzik. Vgl. Ovl. peze, paze, pars, paas: ‘perzik’. Pes, pezze door assimilatie rz > z uit Mnl. perse, perze ‘perzik’, Vnnl. perse, persick, perse-boom, persick-boom (Kiliaan). Korte vorm voor perzik, misschien beïnvloed door kers. Spers door s-anticipatie, wellicht uit de kindertaal. Samenst. sperzemboom ‘perzik(en)boom’.

pork, purk, zn.: kleine perzik met wrange smaak. Uit Mnl. perke ‘perzik’ met klinkerronding na de bilabiale p.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

perkel zn.: perzik. Ook Vlaams. Mnl. perker ‘perzik’, Vnnl. persic oft peerkel ‘une pesche’ (Lambrecht), perckel, peerckel ‘perzik’ (Kiliaan). Perkel door dissimilatie uit perker, ook met invloed van -el-diminutiva.

perze, pèze, pas zn.: perzik. Mvl. perse, perze ‘perzik’, Vnnl. perse, persick ‘perzik’, perseboom (Kiliaan). Korte vorm naast Mnl. perseke < Lat. (malum) Persicum, (mala) Persica ‘Perzische appel’. Pas door assimilatie rs > s uit parze < perze. Samenst. pazzenoot ‘perzikpit’.

puzzik, pozzeke zn. m. : perzik. Door ronding van de e na de bilabiale p en ass. rz > zz uit perzik.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

pars (W), zn. v.: perzik. Gewone ar/er-var. van Mvl. perse, perze 'perzik' (zie peze). Afl. parzing, parzeleer (W). Samenst. parzewol 'dons van beginnende baard', zoals de donzige schil van een perzik. Zie ook peze.

perkel (G, M, ZV), kaperkel, zn. m.: (wilde) perzik. Ook Wvl. Mnl. perker 'perzik', Vnnl. persic oft peerkel 'une pesche' (Lambrecht), perckel, peerckel 'perzik' (Kiliaan). Perkel door dissimilatie uit perker, ook met invloed van -el-diminutiva.

peze (A, ZO), paze (L), paas (B), zn. v.: perzik. Door assimilatie rz > z uit Mvl. perse, perze 'perzik', Vnnl. perse, persick, perse-boom, persick-boom (Kiliaan). Afl. pezelere (ZO), pazeleer (B) 'perzikboom'. Zie ook pars.

pezerik (G, L, ZO), peesderik, zn. m.: perzik. Door metathesis (rz/zr) uit perzik, ook beïnvloed door peze.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

perske s.nw.
Sappige somervrug.
Uit gewestelike Ndl. perseke (al Mnl.).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. in die samestelling perskesmeer (1934).

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

pieëtsj, peersj, pes perzik (Leuven, Zuid-Limburg). = 16e-eeuws perse, perze. Verkorting van perzik, misschien analogisch naar kers.
Jongeneel 49, Dorren 136, Goemans 349.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

perkel (DB, B, O, WVD: NO), zn. m.: wilde perzik. Mnl. perker ‘perzik’, Vroegnnl. persic oft peerkel ‘une pesche’ (Lambrecht), perckel, peerckel ‘persicum’ (Kiliaan). Perkel door dissimilatie uit perker, vgl. perseker, prumerboom. Ook met invloed van de -el-diminutiva.

persche, zn. v., uitspr. pesjhe tgo. peiske (K), peische (R): perzik. Mnl. perseke < Mlat. persica ‘Perzische (vrucht)’. 1397 Catelinen vanden Venne van perschen, peeren ende noten, Kortrijk (OWW). De klankevolutie als volgt: perzike >perske > (door rs/s-assimilatie) peske; in Nwvl. en Wwvl. evolueerde sk tot sjh, dus pesjhe. In het Kortrijks bleef de sk en werd de r gepalataliseerd (vgl. meis < meers, keisse < keerse), vandaar peiske.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

perske: vrug- en pln. (Prunus persicae, fam. Amygdalaceae/Prunaceae); Ndl. perzik (Mnl. perseke/persike/persec- in ss.), OFri. persk/perske (tDK II 715), Hd. pfirsich, uit Ll. persica/pesca uit Lat. persicum (afl. v. eien. Persië) – Eng. peach wsk. via Fr. pêche uit Ll. pesca, en Ndl./Afr./Hd. via Ll. persica, d. Afr. vorm meer bep. uit dial. Ndl.; in Afr. ook (bv. by Elf-Vil) perskie (wsk. ten onregte as dim. beskou), terwyl sperskie(s) m. anl. s- deur baie sprekers as substandaard beskou word en vgl. word m. sturksvy(e) v. turksvy(e).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

perzik (Latijn (malum) Persicum)

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

De perzik is genoemd naar Perzië (in klassiek Latijn: Persis), waarvandaan de perzikboom in de eerste eeuw n.Chr. naar Italië is overgebracht. De Latijnse naam was dan ook persicum malum ‘Perzische appel’. Overigens is de boom oorspronkelijk misschien afkomstig uit China. Afleidingen van persicum zijn in de loop van de middeleeuwen — meereizend met de vrucht — in vele Europese talen opgenomen. De kleurnaam paars is ontstaan uit middeleeuws Latijn persus ‘perzikkleurig’, en gaat dus uiteindelijk eveneens terug op de geografische naam Perzië.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Perzik, uit ’t Lat. persicum, d.i. vrucht van de arbor persica = Perzische boom. Zie ook Paars.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

perzik ‘vrucht’ -> Deens † persken, persiken ‘vrucht’ (uit Nederlands of Nederduits); Russisch pérsik ‘vrucht; boom’; Oekraïens pérsik ‘vrucht; boom’ <via Russisch>; Noord-Sotho perekisi ‘vrucht’ <via Afrikaans>; Tswana perekisi ‘vrucht’ <via Afrikaans>; Xhosa pesika ‘vrucht’ <via Afrikaans>; Zuid-Sotho perekisi ‘vrucht’ <via Afrikaans>; Indonesisch pérsik ‘vrucht’; Munsee-Delaware pi:lkǝš ‘vrucht’; Unami-Delaware pílkǝš ‘vrucht’; Mahican péněgěsak ‘perziken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

perzik vrucht 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal