Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

prij - (kreng)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

prij [kreng] {pride, prië [prooi, aas, kreng] in de persoonsnaam Wllelmus Pride 1210-1240, pryen 1485} ook als scheldwoord middelnederduits pri(d)e < latijn praeda [buit] (vgl. prooi).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

prij znw. v. ‘aas, kreng; kwaadaardige vrouw’, mnl. prīde v. ‘prooi, aas, dood dier’ evenals mnd. prīde, prīe ‘aas, lijk’ < vulg. lat. prēda < lat. praeda ‘buit’. — De overgang van ē > ī vinden wij ook in pijn. — Een andere ontlening uit hetzelfde woord is prooi. — Th. Frings Germ. Rom. 1932, 187 wijst er nog op, dat in Normandië het Romaanse woord zowel de bet. ‘aas’, als die van ‘vrouwmens’ heeft.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

prij znw., jonger-mnl. prîe, mnl. prîde v. “prooi, buit, aas, dood dier”. = mnd. prî(d)e “aas, cadaver”. Ontl. uit later-lat. prêda > lat. praeda “buit”. Voor de î vgl. pijn I. Lat. prêda > ofr. preie, proie (fr. proie), waaruit eng. prey “buit, prooi”, mnl. prō̆ye v. (nnl. prooi) “id.”. [Later-mnl. komt prō̆y(e) ook = “troep, bende” voor, evenzoo mnd. proie v., proi o.]

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

prij v., Mnl. pride, uit Lat. prædam (-a): z. preeuwen en prooi.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

prij (zn.) 1. lichaam 2. kreng; < Aokens Prie.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

prie, prij, zn.: kreng, feeks; lichaam, lijf; dier. Ongediftongeerde var. van prij, met de oorspr. pejoratieve betekenis. Zie prij.

prij, zn.: flinke vrouw, stevig gebouwde vrouw, meisje. Melioratief naast prij ‘feeks, kwade vrouw’ < Mnl. pride ‘kreng’ < Lat. praeda ‘prooi’. Zie ook prie.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

prie zn. v.: kwaadaardig paard, kwade vrouw. Ook Ovl. prij(e). Een prij is een ‘dood dier, kreng’, vandaar overdr. voor ‘kwaad paard; verachtelijk wezen, ontuchtige vrouw’. Mnl. pride, Mnd. pride ‘prooi, aas, kreng’, Vnnl. prië ‘charrogne (kreng)’ (Lambrecht), prije ‘cadaver’ (Kiliaan) < Lat. praeda, prêda ‘prooi’ > Mfr. preie, Fr. proie > Ndl. prooi. Vgl. karooie (FV) ‘kwaad paard’ < carogne ‘kreng’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

prij(e) (Al, Nukerke, Zt), prië (ZV-west), zn. v.: kwaadaardig paard (Nukerke, Zt, ZV), vuile vrouw (Al, uitspr. proi). Prij(e) is een 'dood dier, kreng', vandaar overdr. voor 'kwaad paard; 'verachtelijk wezen, ontuchtige vrouw'. Mnl. pride, Mnd. pride 'prooi, aas, kreng' < Lat. praeda, prêda 'prooi' > Mfr. preie, Fr. proie > Ndl. prooi. Vgl. karooie (FV) 'kwaad paard' < carogne 'kreng'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

prij (Latijn preda)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Prij, eig. dood beest, aas; dan hatelijke benaming voor een vrouw, veelal met bv.nw. als vuil, oud enz. Het is overgenomen uit het fra. proie, in den ouderen vorm preie, uit lat. praeda, buit. Later werd het op nieuw overgenomen als prooi. Bij Vondel: “Als men (van honger) ’t leder van de schoenen, katten, prijen heeft geknauwt” (1,704). “Der prijen stanck” (1, 485). Huygens gebruikt het als scheldwoord, maar minder sterk dan nu: “Moy Annetje is maer een dubbelhertigh prijtje.” Nu zelfs wel liefkoozend gebruikt tegen kinderen, zooals ook diefje, smeerlapje, vuilikje.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut