Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

pro - (voor-)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

pro- voorv. ‘voor-’
Dit is oorspr. het Griekse en Latijnse voorzetsel, bijwoord en voorvoegsel pro, pro-, prō- (Latijn) resp. pró, pro- (Grieks), dat al dan niet via het Frans in vele Nederlandse woorden is terechtgekomen. In samenstellingen betekent Grieks pro- meestal ‘vooraan, naar voren’, zoals in probállein ‘naar voren brengen, voorstellen’ (zie → probleem), prophḗtēs ‘voorspeller’ (nnl. profeet), prógramma ‘openbare bekendmaking’ (nnl. programma), of temporeel ‘vooraf, eerder dan’ zoals in prólogos ‘inleidende tekst’ (zie → proloog). De meeste van deze woorden zijn ook door het Latijn ontleend en via deze taal in de westerse talen overgenomen. Het Latijnse pro- betekent in samenstellingen meestal ‘voor, vooraan, naar voren, van tevoren’, zoals in prōicere ‘vooruitwerpen’ (zie → project), prōmovēre ‘naar voren bewegen, bevorderen’ (zie → promoveren), prōtestārī ‘in het openbaar getuigen’ (zie → protesteren), prōvidēre ‘vooruitzien’ (zie → provisie).
Latijn prō en Grieks pró gaat terug op pie. *pro ‘voor, vooraan’ en zijn verwant met → vroeg. Zie ook → ver-.
Daarnaast is het Latijnse voorzetsel pro rechtstreeks overgenomen in enkele vaste uitdrukkingen, bijv. pro memorie [1564; iWNT artikel], pro Deo ‘kosteloos’ (vnnl. prodeo ‘kosteloos’ [1625; iWNT]). In de 20e eeuw ontstond het gebruik van pro- ‘gunstig gezind, vóór’ in combinaties als pro-Duitsch, pro-Engelsch ‘Duitsgezind, Engelsgezind’ [beide 1940; iWNT]. Later werd dit voorvoegsel ook als predicatief bn. gebruikt, zoals in ik ben pro ‘ik ben (ergens) voor’, en als zn. pro ‘argument dat ergens voor pleit, voordeel’, zoals in de pro's en de contra's ‘de voor- en tegenargumenten; de voor- en de nadelen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

pro [voor] {1564} < latijn pro [vóór in de betekenis met de rug naar iets toe, ten behoeve van, in plaats van, naar gelang van, op grond van, in verhouding tot], grieks pro [voor (van plaats), ter verdediging van, in de plaats van, voor (van tijd), de voorkeur gevend aan], verwant met latijn per [door], prae [vóór], grieks para [langs], peri [rond], nederlands voor.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

pro (Latijn pro)
pro- (Latijn pro-)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

pro ‘voorzetsel: voor’ -> Indonesisch pro, pro- ‘voorzetsel: voor’;? Menadonees bapro ‘een zijde kiezen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

pro voorzetsel 1564 [WNT artikel] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut