Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

rechts - (tegenover de linkerzijde); (rechtshandig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

rechts bw. ‘tegenover de linkerzijde’; bn. ‘rechtshandig’
Mnl. rechtes, rechts ‘precies, juist; ongetwijfeld, terecht’ in Die rechtes hem uermeten woude Noch an din man ‘die met recht aanspraak wilde maken op die man’ [1265-70; VMNW], een ader ... die rechts scheghen haer herte stont ‘een ader die precies langs haar hart liep’ [1276-1300; VMNW], sacht ... rechts alse samijt ‘net zo zacht als fluweel’ [1276-1300; CG II], ‘rechtshandig’ in die rechts ind luchts beide is ‘die zowel rechts- als linkshandig is’ [1477; Teuth.]; nnl. rechts ‘naar of aan de rechterzijde’ in Hy mendent (‘mende het’) paart dan slincx Dan rechts, dan syelincx ‘hij stuurde het paard dan naar links, dan naar rechts, dan opzij’ [ca. 1615; iWNT nopen], Die slincks en rechts het al aen flarden rijt ‘die het aan alle kanten helemaal aan stukken scheurt’ [1631; iWNT slinks], ‘zich aan de rechterzijde bevindend’ in Grijp mijn slincks en rechtse Pingen ‘pak mijn linker- en rechterpink’ [1635; iWNT ping I].
Afleiding met bijwoordelijke → -s van het bn.recht 1 ‘precies, juist’ of van het daarvan afgeleide bijwoord mnl. rechte ‘precies’. Later ook als bn. gebruikt.
Nog tot in de Vroegnieuwnederlandse periode sloot de betekenis van rechts volledig aan op die van het bn. recht ‘precies, juist’. De ruimtelijke betekenis ‘tegenover de linkerzijde’ ontstond pas in de 15e eeuw en had aanvankelijk vooral betrekking op rechtshandigheid. Omdat de meeste mensen rechtshandig zijn, werd rechtshandigheid beschouwd als ‘juiste’ eigenschap. Hetzelfde gold al eerder voor het bn. rechter, zie → rechter 2. Zie ook → links. De oorspr. betekenis ‘precies, juist’ is inmiddels verouderd. Voor de politieke betekenis ‘behoudend’ zie → centrum.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

rechts* [aan de rechterzijde] {1477} als bijw. gevormd van recht1 met behulp van het bijw. vormend achtervoegsel -s, vervolgens als bn. gebruikt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

rechtsch bnw. Nnl. adjectief-spelling voor rechts, oorspr. (reeds 1515) alleen als bijw. Evenzoo hd. en Teuth. rechts met bijwoordelijke -s. Zie links.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

regs b.nw.
1. Aan of na die regterkant. 2. Met die regterhand. 3. Konserwatief.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. rechts (al Mnl.), 'n afleiding met -s van recht 'reg' (sien 1reg), en vervolgens as b.nw. gebruik. In Mnl. en in gewestelike en (of) verouderde Ndl. beteken rechts ook o.a. 'in die regte rigting, aan die regte kant'. Bet. 3 is 'n leenbetekenis van Eng. right (1794), so genoem n.a.v. die plasing van lede in die Parlement tydens die Fr. Rewolusie.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

rechts (DB), bw., uitspr. rechs, reks, res(t), reis, renks: juist, precies, nog maar pas, nauwelijks, alleen, uitsluitend. Mnl. rechts, rechs ‘juist, volkomen, geheel en al’, een bijwoordelijke genitief van recht, naast Mnl. bw. rechte ‘juist, precies’. Vroegnnl. rechts oft iuuste ‘droictement, sur le point’ (Lambrecht). De var. reis is via de uitspraak res (< rechs) ontstaan door verwarring met reis = reize (zie i.v.), waarvan de betekenis in de buurt ligt. - Lit: M. Devos - W. Vandeweghe, Res-Reis-vormen in de Zuidnederlandse dialekten. TT 33 (1981), 38-51.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

rechts ‘aan de rechterzijde’ -> Berbice-Nederlands rekti ‘aan de rechterzijde’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

rechts* aan de rechterzijde 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal