Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sonde - (peilstift; buisje voor af- of toevoer van vocht; onbemand ruimtevaartuig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sonde zn. ‘peilstift; buisje voor af- of toevoer van vocht; onbemand ruimtevaartuig’
Nnl. sonde ‘peilstift, buisje’ in een Steen in de Blaaze ... De Sonde diende om ... [1764; Vad.lett., 96], sonde ‘peillood (zeevaart), peilstift (heelkunde)’ [1824; Weiland], Het onderzoek van het trommelvlies ... met de sonde [1850; WNT oorarts], ‘buis voor oppompen van vloeistof’ in Twee sondes ... met een opbrengst van resp. 8 en 7 wagons [ruwe petroleum] per dag [1911; NRC], ‘lucht- of ruimtevaartuig met meetinstrumenten’ in allerlei samenstellingen, zoals in de radio-sonde ... kleine onbemande ballon ... [met een] radiozendapparaat [1934; Gelderlander], de nieuwe Amerikaanse ruimtesonde [1960; Leeuwarder Courant], een grote weersonde van het KNMI [1964; Krantencollectie Ede].
Ontleend aan Frans sonde ‘peillood, om diepte te peilen’ [1175; Rey] (weinig gebruikt tot ca. 1529 [Rey]), later ook ‘instrument om organen of wonden te onderzoeken’ [1575; TLF], en algemener ‘instrument voor onderzoek of meting’ [1694; TLF]. Dat woord is mogelijk een afleiding van het ww. sonder, zie → sonderen, maar de meest wrsch. herkomst is ontlening aan Oudengelse termen als sundgyrd ‘stang voor het meten van de waterdiepte’, sundlīne ‘dieplood’, waarvan Franse zeelui de beklemtoonde eerste lettergreep overnamen; Oudengels sund ‘zee, water, het drijven’ is wrsch. een ablautende vorm van dezelfde wortel als → zwemmen.
Naast oe. sund (ne. sound ‘zee-engte’): mnd. sunt ‘zee-engte (in de Oostzee)’; on. sund ‘het drijven, zee-engte, zee’ (nzw. sund ‘zee-engte’); wrsch. < pgm. *s(w)um(m)da, met wegval van -w- voor -u-.
De Vries (1962) verbindt on. sund wegens de betekenis ‘zeeëngte’, dus ‘doorgang, tussenruimte’ met on. sundr ‘afzonderlijk, uiteen’, zie → zonder; dan betekent sund dus van oorsprong iets als ‘plaats waar een samenhang is verbroken’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sonde [peilstift] {1865, vgl. sonderen [peilen] 1650} < frans sonde, van het ww. sonder [peilen] < laat-latijn subundare [onderduiken], van unda [golf] + sub [onder].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sonde znw. v., eerst nnl. < fra. sonde ‘dieplood’, afl. van het ww. sonder (> sonderen) < lat. subundāre ‘onderduiken’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

sondeeren znw., resp. ww., nog niet bij Kil. Uit fr. sonde, sonder in gelijke bet., oorspr. = “peil-werktuig” resp. “peilen” (gew. uit lat. subundâre verklaard). Ook elders ontleend.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Sonde (Fr.; Scand. sund = zeeëngte; of Lat. sub = onder, + únda = golf, water). Peilinstrument.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sonde peilstift 1865 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut