Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

sporadisch - (zeldzaam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

sporadisch bn. ‘zeldzaam’
Nnl. sporadisch ‘verspreid voorkomend, zeldzaam’ [1824; Weiland], in sporadische vallende sterren, maar ook ... sterrenregens [1853; WNT ster I], sporadische ziekten ‘niet-epidemische ziekten’ [1864; Calisch], ‘niet vaak, niet in opvallende mate’ in ijzererts wordt hier en daar sporadisch gevonden [1886; WNT].
Ontleend, wrsch. via Duits sporadisch [18e eeuw; Kluge] of Frans sporadique [1620; TLF], aan Grieks sporadikós ‘verstrooid’, een afleiding van sporás (genitief sporádos) ‘uitgestrooid’; dat woord is een afleiding van sporā́ ‘uitzaaiing’, zie → spore.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sporadisch [zelden] {1863} < hoogduits sporadisch, via frans sporadique of direct < grieks sporadikos [verstrooid], sporas (2e nv. sporados) [verstrooid, uiteengejaagd, de Sporadische Eilanden], van spora [het zaaien, zaad], van speirein [zaaien].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

sporadies b.nw.
1. Wat met groot tussenposes voorkom. 2. Tot enkele gevalle van 'n soort siekte beperk.
Uit Ndl. sporadisch (1863 in bet. 1, 1904 in bet. 2).
Ndl. sporadisch uit Hoogduits sporadisch via Fr. sporadique of direk uit Grieks sporadikos 'verstrooid, hier en daar', met lg. van spora 'die handeling van saai, saad' van speirein 'saai'.
Eng. sporadic (1689 in bet. 1, 1847 in bet. 2), It. sporadico, Port. esporádico, Sp. esporádico.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

sporadisch (Duits sporadisch)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

sporadisch ‘zelden’ -> Indonesisch sporadis ‘zelden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

sporadisch zelden 1863 [KKU] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut