Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tevens - (bovendien, ook)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

tevens bw. ‘bovendien, ook’
Mnl. teffens, tevens ‘ineens, tegelijkertijd, in één keer’ in als hy dat hout vercoope wille, zoo zal hy een stapel teffens vercoopen ‘... een stapel tegelijk ...’ [1347; MNW opstapelen], Teffens quamen dese tyene ‘deze tien (personen) kwamen tegelijk aan’ [1390-1400; MNW-R], die van twee kijnderen tevens bevallen was [1444; MNW tevens]; vnnl. teffens ‘tegelijk, tegelijkertijd’ [1599; Kil.], Van hem, die t'effens man en vader zal verstrecken ‘door hem die zowel man als vader zal zijn’ [1618; iWNT], teffens ‘bovendien, ook’ in Hier moet ... t'effens worden neêrgedrukt ‘hier moet het bovendien worden onderdrukt’ [1689; iWNT]; nnl. teffens, tevens ‘id.’ [1708; Sewel NE], in Zynen Neef, die teffens zyn Voogd was [1760; iWNT].
Gevormd uit het voorzetsel → te 1 ‘in’ en het bn.effen ‘gelijk, gelijkmatig’ met bijwoordelijke -s (zie → -s 2). De oorspr. betekenis is zoveel als ‘in het gelijke’. De oudste, en in het Middelnederlands gewone vorm, is teffens. Net als bij even naast effen, en → nevens naast neffens, ontstond ook bij teffens de nevenvorm tevens, die in het Nieuwnederlands geleidelijk de overhand kreeg.
Tot in de 17e eeuw was de enige betekenis ‘ineens, tegelijkertijd’. Het woord stond meestal voor of achter een bepaling van hoeveelheid. Het woord raakte verouderd, maar bleef in de Nieuwnederlandse schrijftaal bewaard in de afgeleide betekenis ‘bovendien, en tegelijkertijd ook’, waarbij het tijdsaspect steeds meer op de achtergrond raakte. Het woord is tegenwoordig synoniem met ‘ook’, maar behoort tot de formele taal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tevens* [daarbij] {tevens 1470} met het bijwoorden vormende achtervoegsel s < te even.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

teffens bijw. mnl. mnd. teffens staat met verscherping van v naast tevens; zie ook: seffens.

tevens bijw., mnl. tevens is gevormd uit te + even + bijw. s vgl. daarnaast met verscherping van v ook teffens en seffens.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

teffens, tevens bijw., mnl. teffens, tēvens. Met adverbiale s uit te effen, te ēven “tegelijk”. = mnd. teffens “id.”. Vgl. seffens.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tevens bijw., met adverb. s, uit te-even.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tewens bw. (deftig)
1. Sowel as, saam. 2. Daarby, tegelyk.
Uit Ndl. tevens (al Mnl.), 'n afleiding met -s van die sametrekking van die voors. te en even 'gelyk'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

tewens: – teffens – , ook, tegelyk; Ndl. tevens, m. byw. -s, naas minder gew. teven, tot 18e eeu was teffens meer in gebr., uit te+ even, eint. “op dies. (ewe) tyd”.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tevens* bijwoord van hoedanigheid: daarbij 1470 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal