Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vaars - (tweejarige koe)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vaars zn. ‘tweejarige koe’
Mnl. verse, veerse ‘jonge koe’ [beide 1240; Bern.], vaerse ‘id.’ in ene coeye ende ene vaerse van 2 jaren ‘een koe en een vaars van twee jaar’ [1330-32; MNW eergetouwe]; vnnl. varse, verse [1599; Kil.].
Ontstaan uit mnl. verse door verandering van kwaliteit en lengte van de klinker voor r + dentaal, zoals in → haard. De huidige vorm met lange -aa- komt voor de 17e eeuw nog slechts sporadisch voor (Kiliaan neemt nog alleen varse en verse op, het Afrikaans heeft vers), maar werd daarna de gewone vorm in de standaardtaal.
Mnd. verse; mhd. verse (nhd. Färse); < pgm. *farsī-, *farsijō- ‘jonge koe’. Daarnaast staan twee vormen met grammatische wisseling, pgm. *farzan- ‘stier, jonge stier’, waaruit: mnl. varre (nnl. dial. in Brabant en Limburg) var, vaar; mnd. var(re); ohd. far, farro (nhd. Farre); oe. fearr; on. farri; en pgm. *ferzinga-, waaruit ofri. fēring. Onl. friskink ‘jong dier’ is niet verwant, zie daarvoor het bn.vers 2.
In elk geval verwant met Grieks póris, pórtis ‘kalf, jonge koe’ en met Latijn parere ‘voortbrengen, ter wereld brengen’; alle afgeleid van de wortel pie. *perh3-, zie verder → paraat. Verwantschap met enkele andere Indo-Europese namen voor jonge dieren is onzeker, bijv. met Armeens ortc ‘kalf’ (< pie. *por-st-?), Sanskrit pṛthuka ‘kalf’, Welsh erthyl ‘miskraam’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vaars* [jonge koe] {ve(e)rse, va(e)rse 1201-1250} middelnederduits, middelhoogduits verse; verwant met var [jonge stier] (vgl. vaar4).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vaars znw. v., mnl. vaerse, veerse, verse ‘jonge koe van ongeveer twee jaar’, mnd. mhd. verse (nhd. färse) v. met grammatische wisseling *farzan: mnl. mnd. varre, var, ohd. far, farro (nhd. farre), oe. fearr, on. farri m. ‘jonge stier’, vgl. ofr. fēring (< ferring?) m. ‘var, stier’ (zaans verouderd vēring ‘springstier’, dial. varing); met dehnstufe: mnd. vōr, oe. fōr ‘jong varken’ (Holthausen IF 32, 1913, 334). — gr. póris, pórtis, pórtaks ‘kalf, jonge koe’, oi. pṛthuka ‘kalf, koe’, arm. ortc‘kalf van rund of hert’, kymr. erthyl ‘abortus’, van de idg. wt. *per ‘baren’, vgl. lat. pario ‘baren’, lit. periù, pereti ‘broeden’ (IEW818).

K. Heeroma. Taalatlas van Oost-Nederland kaart Nr. 5 geeft de verbreiding van veers aan (ZO-Groningen, Drente, NW-Overijsel, Noord-Veluwe en Oostel. Utrecht); daarnaast måålkalf in ZO-Gelderl. en Noord-Limburg. O-Brabant.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vaars znw., mnl. vaerse, ve(e)rse v. = mhd. mnd. verse (nhd. färse) v. “vaars”. Met gramm. wechsel (rz > rr) ohd. far (rr), farro (nhd. farre), mnd. mnl. var(re) (nnl. var), ags. fearr, on. farri m. “(jonge) stier”. Met één r ofri. fering m. “var, stier”, Zaansch (verouderd) vering “bul, springstier”, dial. ndl. varing “var”. Verwant met kymr. erthyl “te vroeg geboren dierjong”, gr. póris, pórtis, pórtax “kalf”, čech. s-pratek “ontijdig geboren kalf”, arm. ortʿ “kalf”, (ook oi. pṛthuka- “kalf, jong van een dier, kind”?). Al deze woorden komen van den wortel van lat. pario “ik breng voort”, lit. periù “ik broed”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vaars. Bij de vormen met één r ook ndl. varekoe, vaarkoe, mnl. vāre, vaer m. ‘vaars’. Hierbij met abl. ags. fôr, mnd. vôr m. ‘varkentje, big’ (Holthausen IF. 32, 334)?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vaars v., Mnl. verse + Mhd. ferse (Nhd. färse): z. var.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2vers s.nw.
Vroulike kalf of jong koei wat nog nie gekalf het nie.
Uit Ndl. vers (1559), 'n wisselvorm van vaars (Mnl. verse, veerse). Eerste optekeninge in Afr. by Kern (1890) in die vorm verse en by Mansvelt (1884) in die vorm vêrs.
D. Färse (15de eeu).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vaars ‘tweejarig vrouwelijk rund’ -> Duits Färse ‘rund dat nog niet gekalfd heeft’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vaars* tweejarig vrouwelijk rund 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut