Meehelpen? Ga naar etymologieWiki
Jaarwoordgenerator
Vul hier een jaartal in (vanaf 1800) en ontdek welke woorden er in dat jaar aan het Nederlands werden toegevoegd.
|
appelsien - (sinaasappel)Etymologische (standaard)werken
M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdamappelsien zn. (BN) ‘sinaasappel’ EWN: appelsien zn. (BN) 'sinaasappel' (1676) P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpenappelsien [zuidvrucht] {appel sina 1676, appelsina 1685} hetzelfde woord als sinaasappel. J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gentappelsien v., naar het Ofra. pomme de Sine, d.i. p. d. Chine = appel uit China, daar de boom uit het zuiden van Azië herkomstig is. De Vla. vorm appelsene of seenappel wijst echter niet op China, maar op Messina in Siciliën, van waar de beste in den handel komen. Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands
F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastrichtappeleseen (zn.) sinaasappel; Nuinederlands appel Sina <1676>. F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolleappel(e)sien, appeltsien, appeleseen, zn.: sinaasappel. Ook Vlaams en Brabants, naast Wvl. appelsina, sijnappel. 1695 Appel-Sina oft Lisbonse Oranie-boom, 1714 citroenen ende appelen van China, Gent (LC), 1798 applecien, Gent. Vertaling van Fr. pomme de Sine ‘pomme de Chine’. Het woord werd uit het Ndl. ontleend door Ndd. appelsina, appelsine, D. Apfelsine, Zw. apelsin, De. appelsin. Maar Snellaert (als eerste) en Vercoullie verklaarden het woord als Messina-appel, naar Messina in Sicilië, de aanvoerhaven van sinaasappels. Deze verklaring wordt wel niet meer aangenomen, maar ze maakt wel de verklaring van de Kortrijkse gijnappel als Genua-appel aannemelijk. - Bibl.: J. Grauls, Oranje, appelsien en lemoen. Isidoor Teirlinck Album, Leuven, 1931, 173-190; Id., Hoe het werd en hoe het moet zijn, Leuven, 1957, 287-306. - H. Hogerheijde, Onderzoek naar regionale namen voor citrusvruchten. TT 31 (1979), 24-40. - F. Debrabandere, Kortrijks ‘gijnappel’ contra sijnappel’. Biekorf 66 (1965), 409-411. F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolleappelsien, -seen, zn.: sinaasappel. Ook Vlaams, naast Wvl. appelsina, sijnappel. 1695 Appel-Sina oft Lisbonse Oranie-boom, 1714 citroenen ende appelen van China, Gent (LC), 1798 applecien, Gent. Vertaling van Fr. pomme de Sine ‘pomme de Chine’. Het woord werd uit het Ndl. ontleend door Ndd. appelsina, appelsine, D. Apfelsine, Zw. apelsin, De. appelsin. Maar Snellaert (als eerste) en Vercoullie verklaarden het woord als Messina-appel, naar Messina in Sicilië, de aanvoerhaven van sinaasappels. Deze verklaring wordt wel niet meer aangenomen, maar ze maakt wel de verklaring van de Kortrijkse gijnappel als Genua-appel aannemelijk. - Bibl.: J. Grauls, Oranje, appelsien en lemoen. Isidoor Teirlinck Album, Leuven, 1931, 173-190; Id., Hoe het werd en hoe het moet zijn, Leuven, 1957, 287-306. - H. Hogerheijde, Onderzoek naar regionale namen voor citrusvruchten. TT 31 (1979), 24-40. - F. Debrabandere, Kortrijks ‘gijnappel’ contra sijnappel’. Biekorf 66 (1965), 409-411. F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdamkokkesien zn. m.: sinaasappel. Variant van appelsien, door contaminatie met kokkesienhane. appelsien zn. m.: sinaasappel. Vgl. Wvl. en Ovl. appelsijn, appelsina, sijnappel, appelsien (Debrabandere 2002, 2005). 1695 Appel-Sina oft Lisbonse Oranie-boom, 1714 citroenen ende appelen van China, Gent (LC), 1798 applecien, Gent. Vertaling van Fr. pomme de Sine ‘pomme de Chine’. Het woord werd uit het Ndl. ontleend door Ndd. appelsina, appelsine, D. Apfelsine, Zw. apelsin, De. appelsin. Maar Snellaert (als eerste) en Vercoullie verklaarden het woord als Messina-appel, naar Messina in Sicilië, de aanvoerhaven van sinaasappels. Deze verklaring wordt wel niet meer aangenomen, maar ze maakt wel de verklaring van de Kortrijkse gijnappel als Genua-appel aannemelijk. - Bibl.: J. Grauls, Oranje, appelsien en lemoen. Isidoor Teirlinck Album, Leuven, 1931, 173-190; Id., Hoe het werd en hoe het moet zijn, Leuven, 1957, 287-306. - H. Hogerheijde, Onderzoek naar regionale namen voor citrusvruchten. TT 31 (1979), 24-40. - F. Debrabandere, Kortrijks ‘gijnappel’ contra sijnappel’. Biekorf 66 (1965), 409-411. F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdamappelsien (G, W, ZO, ZV), zn. m.: sinaasappel. Vgl. Wvl. appelsijn, appelsina, sijnappel (WVEW). 1695 Appel-Sina oft Lisbonse Oranie-boom, 1714 citroenen ende appelen van China, Gent (LC), 1798 applecien, Gent. Vertaling van Fr. pomme de Sine 'pomme de Chine'. Het woord werd uit het Ndl. ontleend door Ndd. appelsina, appelsine, D. Apfelsine, Zw. apelsin, De. appelsin. Maar Snellaert (als eerste) en Vercoullie verklaarden het woord als Messina-appel, naar Messina in Sicilië, de aanvoerhaven van sinaasappels. Deze verklaring wordt wel niet meer aangenomen, maar ze maakt wel de verklaring van de Kortrijkse gijnappel als Genua-appel aannemelijk. - Bibl.: J. Grauls, Oranje, appelsien en lemoen. Isidoor Teirlinck Album, Leuven, 1931, 173-190; Id., Hoe het werd en hoe het moet zijn, Leuven, 1957, 287-306. - H. Hogerheijde, Onderzoek naar regionale namen voor citrusvruchten. TT 31 (1979), 24-40. - F. Debrabandere, Kortrijks 'gijnappel' contra sijnappel'. Biekorf 66 (1965), 409-411. F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdamappelsijn, appelsina (B), sijnappel, seenappel (O, Westkerke, Koekelare, Esen, Pervijze, Wulpen), zn. m.: sinaasappel. 1676 appel Sina, 1682 Chinas-appel, 1685 appel Chinaas, appelsina, 1693 Sinaas-appel, 1798 applecien, Gent. Vertaling van Fr. pomme de Sine. Uit het Ndl. ontleend: Ndd. appelsina, appelsine, D. Apfelsine, Zw. apelsin, De. appelsin. Maar Snellaert (als eerste) en Vercoullie verklaarden het woord als Messina-appel, naar Messina in Sicilië, de aanvoerhaven van de sinaasappels. Deze verklaring wordt wel niet meer aangenomen, maar ze maakt wel de verklaring van gijnappel (K) als Genua-appel aannemelijk (zie i.v.). - Lit: J. Grauls, Oranje, appelsien en lemoen. Isidoor Teirlinck Album, Leuven, 1931,173-190; id., Hoe het werd en hoe het moet zijn, Leuven, 1957, 287-306. - H. Hogerheijde, Onderzoek naar regionale namen van citrusvruchten. TT 31 (1979), 24-40. Thematische woordenboeken
N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboekappelsien (vert. van Frans pomme de Sine)
E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdamsinaasappel (1676, uit het Frans) bekende zuidvrucht met oranje schil De geschiedenis van de sinaasappel is nooit uitputtend beschreven. Er bestaan wel verschillende boeken over citrusvruchten in het algemeen, maar een doorwrochte monografie over de sinaasappel in historisch, sociaal-cultureel en pomologisch perspectief — helaas, we kunnen er slechts naar uitzien. Terwijl er toch zulke boeiende hoofdstukken te verwachten zouden zijn. Zoals: De sinaasappel als luxe-artikel, De sinaasappel als volksfruit, De oranjerie, Sinaasappels als grondstof voor parfum, marmelade en likeur, ‘Jongens van de sinaasappelkleur’: de sinaasappel als verzetssymbool in de Tweede Wereldoorlog, De uitvinding van de navel, De sinaasappelhuid, Kwiksinaasappels als politiek pressiemiddel, enzovoorts. Engels orange (14de eeuw orenge, 17de eeuw China orange); Duits Apfelsine (begin 18de eeuw o.a. Apel de Sina, Appelsina, Chinaapfel); Frans orange (1200 pume orenge, ±1700 pomme de Sine). SINAASAPPEL: Nieuwenhuis Aanhangsel 4 (1838) 756; WNT II1 (1898) 566; TNTL 28 (1909) 206; Franck & Wijk Etym. wdb. (19122) 609; WNT III2 (1916) 2012-2013; Vercoullie Etym. wdb. (19253) 14 ; J. Grauls, ‘Oranje, appelsien en lemoen’, in: Isidoor Teirlinck Album (1931); Haeringen Suppl. etym. wdb. (1936) 151; WNT XIV (1936) 1366-1367; TNTL 62 (1942) 215-216; WNT Suppl. I (1956) 1412; F. Debrabandere ‘Kortrijks Gijnappel contra Sijnappel’, in: Biekorf 66 (1965) 409-411; Vries Ned. etym. wdb. (1971) 641; H. Hogerheijde, ‘Onderzoek naar regionale namen van citrusvruchten’, in: Taal en Tongval 31 (1979) 24-40. E. Paque (1896), De Vlaamsche volksnamen der planten van België, Fransch-Vlaanderen en Zuid-Nederland, BrusselAppelsien, — Te Berg, Bloir, Brecht, Coninxheim, Esschen (grenzen), Genoels-Elderen, Herderen, Mall, Membruggen, Millen, Nederheim, Neer-IJssche, O.-L.-V.-Thielt, Oostham, Sluizen, Tongeren, enz. — Verb. van Appelsina. In ’t vl. zegt men ook, met omkeering der woorden, Sinaasappel of Chinaasappel, om te beduiden den zoeten oranjeappel of oranjeappel van China. — Vrucht van den Appelsieneboom. (z. dit woord); fr. orange; eng. orange; d. Pomeranze; it. melarancia; sp. naranja; port. laranja. Uitleenwoordenboeken
N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015appelsien ‘sinaasappel’ -> Duits Apfelsine ‘sinaasappel’; Deens appelsin ‘sinaasappel’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors appelsin ‘sinaasappel’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds appelsin ‘sinaasappel’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins appelsiini ‘sinaasappel’ <via Zweeds>; Russisch apel'sín ‘sinaasappel; (Bargoens) handgranaat’; Oekraïens apel'sín ‘sinaasappel’ <via Russisch>; Wit-Russisch apel'sín ‘sinaasappel’ <via Russisch>; Litouws apelsinas ‘sinaasappel’; Negerhollands aposin, apelsina ‘sinaasappel’; Papiaments apelsina, apusina (ouder: appelsina) ‘sinaasappel’; Sranantongo apresina, apersina ‘sinaasappel’; Saramakkaans apeesína ‘zuidvrucht’ <via Sranantongo>; Arowaks apresjina ‘sinaasappel’ <via Sranantongo>; Karaïbisch apelisina ‘sinaasappel’ <via Sranantongo>; Tiriyó aperisina ‘zuidvrucht’; Sarnami parsina ‘zuidvrucht’ <via Sranantongo>; Surinaams-Javaans jeruk prasinah ‘sinaasappel’ <via Sranantongo>; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † apelsina ‘sinaasappel’ <via Negerhollands>. Dateringen of neologismen
N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdamappelsien zuidvrucht 1676 [Sanders 1995] Overige werken
Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW. |