Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

augustus - (achtste maand van het jaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

augustus zn. ‘achtste maand van het jaar’
Mnl. oeghstmaent [1278; Claes 1994b], te halven oweste [1277; Moors 1952:25], te jngaende auguste dat naest coemt ‘augustus a.s.’ [1289; CG I, 1378], in Augusto (ablatief) [1386; Moors 1952:13]; vnnl. aust [1509; WNT augustus II], augustus [1556; WNT], ougst [1550-1600; WNT].
Ontleend aan Latijn Augustus. Dit was de toenaam van de eerste Romeinse keizer Gaius Julius Caesar Octavianus (63 v. Chr-14 na Chr.). Hij ontving zijn eretitel in 27 voor Chr. en noemde zich vanaf dat moment Caesar Augustus. In 8 voor Chr. stemde Augustus erin toe dat de maand waarin hij consul was geworden en zijn belangrijkste overwinningen had behaald, naar hem augustus genoemd werd in plaats van sextīlis ‘(de) zesde maand’. Augustus betekent letterlijk ‘gezegend, geheiligd, verheven’ en is afgeleid van het werkwoord augēre ‘vermeerderen’, zie → auteur.
Het woord verdrong de gebruikelijke Germaanse vormen, zoals Middelnederlands arenmaent ‘oogstmaand’ (overkomend met Gotisch asans ‘oogst’, nog bewaard in Duits Ernte ‘oogst’ en verwant met het Engelse werkwoord earn ‘verdienen’). De uit augustus ontstane vormen vertonen gedeeltelijk afslijting en hebben geleid tot het woord → oogst. In het West-Vlaams betekent oest zowel ‘oogst’ als ‘augustus’. Bij Jacob van Maerlant komt een mooi citaat voor, waarin zowel keizer Augustus als het woord oogst (oest) genoemd wordt: Octauiaen die ward al here. Ende maecte rome rike so sere. Dat men der omme augustus hiet. Dat mensen (lees: merser) ofte oest bediet. Noch heten die keisere alle te samen. Augustus na sire namen ‘Octavianus, die werd toen heer. En hij maakte Rome zo rijk, dat men hem daarom Augustus noemde, wat koopman of oogst betekent. Nog steeds heten alle keizers Augustus naar zijn naam’ [1285; CG II, Rijmb.]. Uit het citaat blijkt ook dat (tot ver) in de Middeleeuwen de naam van Caesar Augustus als eretitel aan het keizerschap (in het algemeen) verbonden was.
Later werd in de kanselarijtaal augustus ‘achtste maand’ het gebruikelijke woord, waarna deze vorm steeds algemener werd en de andere varianten verdrong.
Lit.: H. Hogerheijde (1984) ‘Augustus’ in: E. Croonenberg e.a. Wat een taal. De dagen, Amsterdam, 76-77; Philippa 1987; Sanders 1993

EWN: augustus zn. 'achtste maand van het jaar' (1278)
ANTEDATERING: te half oust 'op 15 augustus' [1236; VMNW]
Later: achter augustus 'na augustus (?)' [1351; MNW-P] (EWN: 1386)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

augustus [achtste maand] {auguste 1289} < latijn (mensis) Augustus, mensis [maand], Augustus [van Augustus]. De maand heette oorspronkelijk als 6e maand van het jaar (mensis) Sextilis, van sextus [zesde], van sex [zes], maar werd in 8 v. Chr. vernoemd naar keizer Augustus, o.a. omdat hij in die maand zijn eerste consulaat aanvaard had. De vererende betiteling Augustus kreeg de keizer in 27 v. Chr. toegekend; augustus betekent ‘gewijd, eerwaardig, verheven’ en is verwant met augēre [vermeerderen] → oogst, januari.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

Augustus mnl. oest, oust, oeugst, hoest, hougst, evenals ohd. augusto, agusto, mhd. ougest(e) < lat. Augustus, de maand die naar keizer Augustus genoemd werd. Het woord verdrong de oude germaanse vorm mnl. arenmaent, ohd. aranmanōd ‘oogstmaand’ vgl. got. asans ‘oogst’, ondanks de poging van Karel de Grote de oude germ. namen te herleven. De mnl. vormen vertonen afslijting in de spreektaal en voerden tot het woord oogst. Later werd in de taal der kansalerijen Augustus het gebruikelijke woord en veroverde dan ook de omgangstaal.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

Augustus m., uit Lat. Augustus, zoo genoemd ter eer van keizer Augustus; heette vroeger sextilis, d.i. zesde maand, daar het jaar met Maart begon; — Augustus was alleen een titel van dezen keizer (Octavius) en van al de andere na hem; is afgel. van augere (z. ook).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

Augustus s.nw.
Agste maand van die jaar.
Uit Ndl. augustus (al Mnl.). Eerste optekening in vroeë Afr. op 25 Februarie 1716 in die aanhaling "12en Augustus 1713" (Resolusies van die Politieke Raad, C.36).
Ndl. augustus uit Latyn (mensis) Augustus, met mensis wat 'maand' en Augustus wat 'van Augustus' beteken. In 8 v.C. word die maand na keiser Augustus vernoem, o.a. omdat hy in dié maand sy eerste konsulaat aanvaar het. Die vererende betiteling, nl. Augustus, is in 27 v.C. reeds aan hom toegeken. Vroeër het die maand Sextilis geheet, aangesien dit die sesde maand van die outydse Romeinse jaar was.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

augustus (Latijn (mensis) Augustus)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

augustus. In Vlaanderen komt de bastaardvloek wel grote augustus! voor. Vgl. Mullebrouck (1984). Dit lijkt mij een eufemistische vervanger van wel grote goedheid! De vloek verliest door die eufemisering een belangrijk deel van zijn theatrale geladenheid. De emotionele betekenis stel ik gelijk aan die van wel verdraaid! grote Mozes!

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

augustus, achtste maand
Gaius Octavius werd op 23 september 63 v.Chr. geboren. Hij was het lievelingetje van zijn oudoom Julius Caesar - de man die zijn naam zou verbinden aan de maand juli (z.a.). Toen Caesar in 44 v.Chr. werd vermoord, bleek hij de achttienjarige Octavius zelfs als zijn zoon te hebben geadopteerd.
Octavianus (zoals hij zichzelf noemde) deed een greep naar de macht en zette daarmee een strijd in gang die het Romeinse rijk jarenlang zou verscheuren. In 31 v.Chr. viel de beslissing: Octavianus versloeg zijn belangrijkste rivalen en maakte een einde aan de bloedige burgeroorlogen, waarmee hij in feite de eerste Romeinse keizer werd.
Toen de senaat Octavianus een eretitel wilde geven, had hij de keuze tussen ‘Romulus’ en ‘Augustus’. Romulus was volgens de overlevering de stichter en eerste koning van Rome, Augustus betekende zoveel als ‘gezegend, heilig, eerbiedwaardig’ en werd tot dan toe alleen gebruikt om zaken mee aan te duiden. Octavianus ontving zijn eretitel op 16 januari 27 v.Chr. en noemde zich voortaan Caesar Augustus.
Augustus was buitengewoon geliefd. Hij had een grote persoonlijke uitstraling. Op zijn tijdgenoten maakten vooral zijn heldere ogen veel indruk. Men vond hem knap, hoewel uit een beschrijving van Suetonius blijkt dat zijn kleine, slecht onderhouden tanden ver uit elkaar stonden en zijn wenkbrauwen in elkaar overliepen.
De keizer voerde grote politieke, strategische en economische hervormingen door en begunstigde samen met zijn vriend Maecenas Romeinse dichters en schrijvers. In oude Nederlandse teksten is ‘Augustus’ dan ook te vinden in de betekenis ‘kunstbeschermer’, maar mecenas (z.a.) is hiervoor natuurlijk veel gebruikelijker.
In 8 v.Chr. gaf Augustus toestemming de maand waarin hij tot consul was benoemd en waarin hij zijn belangrijkste overwinningen had behaald, naar hem augustus te noemen. Voorheen heette die maand sextilis (‘de zesde’), aangezien het Romeinse jaar ooit met maart begon.
De nieuwe maandnaam kwam ook in het Germaans terecht.
Daar werd hij eerst verbasterd tot oogst - dus ook het woord oogsten, voor het inzamelen van gewassen, gaat op keizer Augustus terug - maar dit raakte nog voor het einde van de 16de eeuw als maandnaam in onbruik. De vroegste Nederlandse bron voor augustus als maandnaam dateert van 1378. Overigens bleef men nog tot in de 18de eeuw August« of August;)’ schrijven in plaats van augustus.
Keizer Augustus stierf op 19 augustus 14 n.Chr. Zijn stiefzoon en opvolger Tiberius aarzelde aanvankelijk om de eretitel over te nemen, maar accepteerde hem toch. Na Tiberius zouden vrijwel alle Romeinse keizers ‘Augustus’ bij hun naam voegen.

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Augustus (Oogstmaand) heette bij de Romeinen oorspronkelijk Sextilis, d.i. de zesde maand, daar vroeger het jaar met Maart begon; vandaar September = de zevende maand, enz. Doch keizer Augustus, die in Sextilis veel geluk had gehad, gaf daarom deze maand zijn eigen naam.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Oogst, van ’t Lat. Augustus, den naam der maand, aldus genoemd naar keizer Augustus, die in deze maand (voorheen Sextilis = de zesde, geheeten) geboren was. – Augustus komt van den Idg. stam aug = vermeerderen; zoo luidde de titel van den Duitschen keizer: semper augustus: altijd vermeerderaar des Rijks. Zie: Ook. Oogst was oorspr. bij ons de maand Augustus (nog spreken de Vlamingen van bijv.: den 10den Oogst), later als de tijd, waarin de te veld staande gewassen werden binnengehaald, bijv.: „Die zijn oogst (d.i. den oogsttijd) laat voorbijgaan, betreurt zijn dwaasheid”. Vervolgens ook het rijpgeworden te veld staande gewas zelf: den oogst binnenhalen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

augustus ‘achtste maand’ -> Indonesisch Agustus ‘achtste maand’; Chinees-Maleis owkhestes ‘achtste maand’; Madoerees agūstūs ‘achtste maand’; Makassaars agûttusú ‘achtste maand’; Minangkabaus aguih ‘achtste maand’; Nias augustusu ‘achtste maand’; Soendanees Agustus ‘achtste maand’; Singalees agostu ‘achtste maand’ (uit Nederlands of Portugees); Negerhollands august ‘achtste maand’; Papiaments ougùstùs ‘achtste maand’; Sranantongo augustus ‘achtste maand’; Sarnami agast ‘achtste maand’ (uit Nederlands of Engels); Surinaams-Javaans agustus ‘achtste maand’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

augustus achtste maand 1289 [CG I1, 1378] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal