Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bietsen - (bedelen, klaplopen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bietsen ww. ‘bedelen, klaplopen’
Nnl. (Bargoens) bietsjen ‘bedelen’ [1919; Meere 1947], bietsen ‘klaplopen’ [voor 1947; Meere 1947]; ook: op de biets lopen ‘schooien, bedelen’ [1937; WNT Supp. afbranden].
Afgeleid van het zn. bietsjer ‘zeeman die geen schip kan krijgen en gaat schooien’ > bietser ‘schooier, bedelaar’ [1927; Moormann 1934]) dat een verbastering is van Amerikaans-Engels beachcomber ‘leegloper, berooide kolonist op Zuidzee-eiland’, letterlijk ‘iemand die is aangespoeld’, gevormd uit beach ‘strand’, wrsch. verwant met → beek en comber ‘roller, grote golf’, een afleiding van comb ‘kam, hoge krul’, zie → kam. Een oudere vernederlandste vorm is bietskommer.
Lit.: A. de Meere (1947) ‘Over bietsen’, in: NTg 40, 226

EWN: bietsen ww. 'bedelen, klaplopen'; de betekenis 'klaplopen' (voor 1947)
ANTEDATERING: we bietsen wel een beetje mee, als het om shag gaat [1944; Het nieuws (KB) 28/12]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bietsen [bedelen] {na 1950} van bietser {1927} < engels beachcomber [ongeveer strandjutter, iem. die stranden en werven afschuimt]; in het barg. komt ook voor bietskommer [iem. die schooit], van beach [strand] + to comb [(uit)kammen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bietsen ww., ‘klaplopen, bedelen’ (slangwoord in de taal der havens) is een zeemanswoord < ne. beachcomber ‘zeeman, die geen schip kan krijgen en nu met schooieren in zijn levensonderhoud moet voorzien’ (misschien eig. die het strand naar schepen afkamt?); zie F. G. Hesmerg NT 40, 1947, 92 en C. Dubelaar ibid. 226.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

bietskommer, zn.: landloper, zwerver, leegloper. E. beachcomber ‘strandzwerver, leegloper’.

bi(t)skoemer, zn.: onhandig man, sul, excentriekeling. Met verschoven bet. uit E. beachcomber ‘strandjutter’ (Diddens).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bietsen (van Engels beachcomber)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bietsen bedelen 1950 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal