Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Bong - (geografische naam)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

bonge trommel, bep. visfuik (Noordoost-Overijssel). = mnl. bonge, hgd. bunge ‘trommel’. Klanknabootsend.
WNT III 321, Van Doorn 379, 250.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Bong1 (Peel en Maas, Lb)
1506 Boyck, Boijnct1, 1744 Bodingh1, 1803-1820 in de Bong2, 1838-1857 De Bong3; Het gebruik van het lidwoord wijst op een soortnaam. Op basis van de oude vormen misschien een ing-afleiding van mnl. boede 'huisje, houten gebouwtje, schuur'4.
Lit. 1Kaldenhoven 2007 27, 2krt Tranchot, 3GHAN 4 104, 4Schrijnemakers 2014 794.

Bong2 (Venlo, Lb)
1803-1820 Bonger Heide, Bonger Veld, Bonger Dennen Bosch1, 1913 Bong (De)2; Zie → Bong1.
Lit. 1krt Tranchot, 2Pott 46.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal