Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bronst - (paardrift)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

bronst zn. ‘paardrift’
Mnl. bronst, brunst ‘hellevuur’ [ca. 1400; MNW], ‘brand, gloed’ [MNHW]; vnnl. brunst ‘gloed, hartstocht, bronst (van varkens)’ [1599; Kil.]; nnl. bronst ‘tochtigheid’ [1729; Halma].
In de hedendaagse betekenis van ‘paardrift’ wrsch. overgenomen uit Duits Brunst ‘id.’ < Oudhoogduits brunst ‘brand’, dat vanaf de Middelhoogduitse periode ook de betekenis ‘paardrift’ krijgt. Deze ontwikkeling gebeurde onder invloed van Middelhoogduits brunft ‘paardrift bij wild; bronsttijd’ (< *brumft), een woord dat samenhangt met het Oudhoogduitse werkwoord breman ‘brullen’, zie → brommen. (De vorm met -f- is hier wrsch. een assimilatie aan de -m- om te vermijden dat de vorm samenviel met brunst ‘brand’. Hetzelfde geldt bijv. ook voor de verhouding tussen Nederlands → komst en Duits -kunft). Pijnenburg neemt echter voor de betekenis ‘paardrift’ een ander woord aan: *brum-sti-, bij een klanknabootsende wortel *brem- ‘brullen’; zie ook → brems, → brommen. Deze vorm zou gevormd zijn met een secundair achtervoegsel *-sti-, ontstaan na werkwoordstammen op -s in combinatie met -ti, zoals bijv. ohd. chust ‘keuze’ bij het werkwoord pgm. *keusan- ‘kiezen’.
Ohd. brunst ‘brand’ (mhd. brunst ‘paardrift’, nhd. Brunst ‘paardrift’) < pgm. *brunsti- ‘gloed, brand; paardrift’. Daarbij ook got. alabrunsts ‘brandoffer’.
Voor de opbouw van pgm. *brunsti- wordt meestal uitgegaan van pgm. *brun-s-ti (bij *brinnan-, zie → branden) met een niet verklaard achtervoegsel *-s- en het abstractmakend achtervoegsel *-ti-.
bronstig bn. ‘verlangend naar paring (krols, loops, berig, hengstig enz.)’. Vnnl. brumstich ‘bronstig’ [1573; Thes.]. Afleiding van bronst met → -ig.
Lit.: W. Pijnenburg (1978) ‘ahd. cumft, mnd. kumpst, anl. cuomst’, in: Niederdeutsches Wort 18, 64-69

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bronst [paartijd] {1599} < hoogduits Brunst [idem], van dezelfde i.-e. stam als branden. Het woord kwam als erfwoord in het middelnl. voor als bronst, brunst [brand, gloed] {1400}.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bronst znw. v., oudnl. bronst, brunst ‘gloed’ (Kiliaen: ‘bronst’), ohd. brunst ‘brand, gloed, jeuk’, got. -brunsts (in alabrunsts ‘brandoffer’), is een afl. van germ. brinnan (zie: branden). Men neemt aan, dat de betekenis ‘bronst’ uit het hd. overgenomen is en hier is zij ontstaan door invloed van het woord mhd. brunft ‘bronst van de herten’, eig. ‘hun geschreeuw in de bronsttijd’, want het is een afl. van ohd. breman (waarvoor zie: brommen).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bronst znw., in de bet. “bronst” sedert Kil., die den vorm brunst opgeeft als “Germ. Sax. Sic.”. In deze bet. uit ’t Duitsch. Mnl. oudnnl. bronst, brunst v. = “gloed”. = ohd. brunst v. “brand, gloed, jeuk” (nhd. brunst), got. -brunsts in alabrunsts v. “brandoffer”; bij brinnan (zie branden). Hiernaast mhd. (nhd.) brunft v. “bronsttijd”, dat men van ohd. brëman “brullen” (zie brommen) afleidt en dat wellicht brunst in de bet. beïnvloed heeft.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

bronst. Bij ohd. brëman, mnl. bremmen ‘brommen, brullen’ zal ook dial. (Flakkee) bremstig ‘bronstig (van paarden)’ behoren.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bronst v., Mnl. id. + Ohd. brunst (Nhd. id.), Go. brunsts, afgel. van denz. stam als ’t meerv. imp. van barnen (z.d.w.).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bronst (Duits Brunst)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bronst ‘paartijd’ -> Deens brunst ‘paartijd’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors brunst ‘paartijd’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds brunst ‘paartijd’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bronst paartijd 1599 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal