Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

echte kamille - (Matricaria chamomilla)

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

kamille
Schijfkamille | Matricaria discoidea DC.
Echte kamille | Matricaria recutita L.
Reukeloze kamille | Matricaria maritima L.
Valse kamille | Anthemis arvensis L.

De bloemen van de meeste Kamille-soorten hebben een aangename geur die aan appels doet denken. Daarmee wordt verklaard dat de naam Kamille komt van Chamaimelon, de Griekse naam voor de plant, die bestaat uit chamai en melon, die respectievelijk op de grond of op de bodem en appel betekenen, zodat gedacht kan worden aan een op de grond groeiende appel. Maar het is ook mogelijk dat gezinspeeld wordt op een plant die voor de bloei mooi ronde bloemhoofdjes draagt die lijken op appeltjes.

In België verplichtte de Duitse bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog de inwoners om in grote hoeveelheden kamillebloemen in te zamelen. Die werden dan gebruikt om kamillethee van te maken, goed voor maag- en darmaandoeningen en andere ziekten waarmee de Duitse soldaten te kampen hadden. De Echte kamille werd in Duitsland als geneeskrachtige plant van het jaar 1987 uitgeroepen.

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Kamille (echte), Matricaria recutita
Matricaria: deze naam is afgeleid van het Latijnse woord ‘mater’, dat ‘moeder’ betekent. Recutita: de plant of een onderdeel van de plant lijkt besneden. In de praktijk is hiervan geen sprake.
Echte kamille: de naam Kamille is een verbastering van het Latijnse chamomilla. De naam is ontstaan omdat echte kamille naar appelen ruikt en laag bij de grond groeit, chamai = op de grond, en melon = appel.

H. Kleijn (1970), Planten en hun naam: Een botanisch lexicon voor de Lage Landen, Amsterdam

Matricária | Matricária chamomílla: Echte kamille
De wetenschappelijke geslachtsnaam is afkomstig van matrix: baarmoeder, dat zelf weer afgeleid is van mater: moeder; en luidt vertaald: Moederkruid. Dit omdat de plant aangewend werd bij baringen en ziekten van het kraambed.
De Latijnse soortnaam is afkomstig van het Griekse woord chamaimelon. Dit woord bestaat uit chamai: klein, nederig, op de bodem, en melon is appel of kwee; dus op de bodem groeiende kleine appel. Waarschijnlijk sloeg dit op de geur als die van een appel en de min of meer ronde vorm van het hartje van de bloem. Vlaamse volksnamen die hierop duiden zijn: Apel, Appellijn en Ep(p)ellijn. Uit dit chamaimelon ontstond de Middellatijnse naam chamomilla, waaruit tenslotte kamille als volksnaam resulteerde. Dit was eveneens in andere landen het geval en zo ontstonden volksnamen als Camomille (Frankrijk), Kamille (Duitsland) en in Engeland Camomile.
Men zou verwacht hebben dat een dergelijk bekend en gewaardeerd plantje vele volksnamen zou hebben, maar dit is allerminst het geval. Wel zijn er vele dialectische en gewestelijke vormen als men het zo wil noemen. We zullen enkele de revue laten passeren: Kamelle in Salland en in het graafschap Zutphen, Karmillen op Overflakkee, Kemillen op verscheidene plaatsen, Kommille in Waterland, Wilde karmel op Texel, en in Friesland is de volksnaam Kremelleblom. Waarschijnlijk niet meer voorkomend zijn Kamillemoederkruid en Moederkruid. Namen die geen nadere toelichting behoeven, gezien het voorgaande.
In oude handschriften uit de vroege middeleeuwen komt men namen tegen als Camilla of Camomilla. Een Oudmiddelnederlandse naam uit de dertiende eeuw was Meghedeblomen, ook Megdeblommen (Maagdebloemen). Deze namen zullen hun oorsprong wel hebben bij Dioscorides, want deze schreef de plant onder meer voor bij menstruatiemoeilijkheden. Vanwege de sterke geur kreeg op Walcheren de plant namen als Stinkende kamille en Stinkers. Waarschijnlijk zijn deze namen ontstaan onder invloed van het nabije België, want daar heet ze Stinkwied (wied: onkruid). De namen Zere-ogenbloem in Waterland, en Kwade-ogenbloem in het Land van Hulst, duiden op het gebruik om oogziekten te genezen. Men kookte de Kamille in melk en legde het papje op de ogen. Men beweerde dat het zeker hielp.
Weinig inheemse geneeskruiden genieten zulk een goed onthaal als de kamille. De geneeskrachtige werking is bij de massa vooral bekend als middel bij ontstoken tandvlees, tand- en kiespijn. We zullen ons onthouden de ziekten en kwalen te vermelden die met dit kruid te genezen zijn. Alleen dit: vóór de tijd dat de kinine in gebruik kwam om koorts te verdrijven, werd de kamille hiervoor veelvuldig aangewend.
De geur van de plant is goed waar te nemen wanneer men haar - vooral de bloemen - tussen de vingers wrijft. Deze geur wordt veroorzaakt door een etherische olie die zij bevat. Voor geneeskundige doeleinden wordt zij ook gekweekt. De eigen kweek is niet zo groot dat aan alle vraag voldaan kan worden en zodoende is men genoodzaakt onder meer uit Hongarije en Joegoslavië het kruid te importeren. In de Nederlandse Farmacopee treft men de plant aan onder het hoofd Flores chamomillae vulgaris of Gewone Kamillen. In het volksgeloof beweerde men dat men de bloemhoofdjes voor 24 juni, Sint Jan, moest plukken, anders gingen de heksen op de plant wateren; elders geloofde men dat na die dag, de plant in de Valse kamille (Ánthemis arvénsis) veranderde. Om het huis vrij van heksen te houden, moest men de plant boven de ingang van het huis of aan de zoldering hangen. Zodra nu een heks binnentrad begonnen de opgehangen planten te bewegen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal