Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gier - (vloeibare mest)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gier 2 zn. ‘vloeibare mest’
Mnl. ghier ‘gist of vloeibare mest’ [1343-46; MNW]; nnl. de gier der koeien ‘het mestvocht van de koeien’ [1811; WNT]. In noordelijke dialecten ook in de vormen jier en ier [1871; WNT].
Mnd. gare ‘bemesting, gist’; oe. gyre ‘mest’; ofri. iêre, gêre ‘gier’ (nfri. jarre); nde. gær ‘gist’; < pgm. *jēzō-, een afleiding van de wortel *jes- ‘zieden, gisten’ zoals in → gist. De -r is het gevolg van rotacisme; de verandering van j- in g- is dezelfde als in degene, zie → gene; pgm. werd in het Fries ē en in het West-Fries vaak ie, de vorm gier is dus in het noorden van Holland ontstaan.
Het woord komt voor ten noorden van de grote rivieren en ook in het Fries.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gier2 [vloeibare mest] {1343-1346} < oudfries jier, jerre (fries jarre); zoals ook door de betekenis van middelnederlands gier [most, gier] wordt gesteund, is het woord verwant met gistgeur.

ier [aalt, gier] {ier, yer <1415>} eigenlijk westfriese vormen. Hetzelfde woord als gier2, waarin de g < j.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gier 2 znw. v. ‘vloeibare mest van vee’ (in Holland Z. van IJ, Zeeland, Utrecht, Veluwe, Betuwe en N-Brabant), naast jier, ier, jirre (N. Holland N. van IJ, Groningen) en jarre (Friesland). — Grondvorm *jēzjō: jazjō bij de idg. wt. *i̯es, waarvoor zie: gist.

Het woord is stellig een oud woord van de kusttaal, maar heeft zich uitgebreid ten koste van aalt, dat door homonymie met adel bedreigd werd (Kieft, Homonymie 56-67 en kaart 53 van Leidse Taalatlas). De overgang van j > g komt meer voor, zoals in gene en gij, maar Heeroma Ts. 61, 1942, 45-77 wil in dit geval de g verklaren door het praefix, bijv. *ge-ieren tot gieren (weinig waarschijnlijk). — Naast gier worden in onze dialecten gebruikt beer in Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Brabant; aal(t) in Oost-Nederl., Zuid-Limburg, Zeeuws- en West-Vlaanderen en zeik in Limburg, Brabant, Antwerpen sporadisch; zie A. P. Kieft, Taalatlas afl. 1, 7.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gier II znw., dial. ook jier, ier “draf, met water aangemengde mest van ’t vee, aalt”, reeds mnl. (noordholl.) ier “aalt, koepis”. De ie heeft zich in fri. en noordholl. diall. uit ofri. ê ontwikkeld, deze < germ. êˡ. Ofri. gêre, jêre v. “aalt” = mnd. gâre v. “mest”; hoort bij de bij gist besproken basis ʒē̆r-. Ook fri.-holl. is mnl. ghier m. “gruit, most, gist”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

gier II (mestvocht). In overeenstemming met de beschreven klankontwikkeling is de geogr. verbreiding: het is een speciaal noordndl. woord, met duidelijke concentratie om de noord-holl.-friese hoek. In N.-Br., Limb., Zeel., Vlaams-België zijn synoniemen in gebruik. Martin Teuth. 2,134 vlgg. (met kaart).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gier 2 v. (draf), uit Fri. gére + Mndd. gâre, van denz. wortel als goor en geur (z. goor en geur).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

gier, bn.: kieskeurig bij het eten. Zie gierbek.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

ier II mestvocht (Noord-Holland, Groningen, Drente). Met singuliere uitval v.d. beginmedeklinker naast gier ‘id.’, fri. jarre ‘id.’ ~ gist. ~ hgd. gären ‘gisten’. Oorspr. betekenis: ‘gistend’.
TNZN I krt. 7.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gier (verouderd Fries jier, jerre)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gier vloeibare mest 1343-1346 [MNW] <Fries

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal