Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hummel - (jong kind, dreumes)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

hummel zn. ‘jong kind, dreumes’
Nnl. hummel, hummeltje “liefkozingswoord bij 't aanspreken van kleine kinderen” (Gronings) [1887; Molema], ‘id.’ (Zaans) [1897; WNT].
Herkomst onbekend. Volgens FvW onder verschillende invloeden ontstaan, zoals invloed van → homp ‘iets korts en diks’ en van Latijn homullus ‘klein mens’; deze mogelijkheden lijken niet erg waarschijnlijk. NEW voegt daar nog → hommel aan toe, “wegens de voortdurende babbelende bedrijvigheid van het kleine kind”.
Er bestaat echter een ouder synoniem hummeling, vnnl. humling [1697; WNT], eerder al in de betekenis ‘stumper, stakker’ [1640; WNT]. Hiervan zou hummel een verkorting kunnen zijn. Men kan dan verband zoeken met enkele werkwoorden, zoals vnnl. hommelen ‘een brommend of gonzend geluid maken’ [1599; Kil.], zie → hommel en → hommeles, dialectisch ook hummelen of hommen naast standaardtalig hummen ‘brommen, gedempt kuchen’, ook Duits humme(l)n ‘brommen, zoemen’, Engels hum ‘zoemen, neuriën’, allemaal klanknabootsende werkwoorden.
De overeenkomst met de hummelbeeldjes en -tekeningen, die ook wel hummeltjes worden genoemd, berust op toeval. Deze zijn genoemd naar hun ontwerpster Berta Hummel (1909-1946), haar werk kwam pas in de jaren 1930 in de handel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hummel [jong kind] {1759} een eerst nieuwnl. woord. Etymologie onzeker.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hummel znw. m. eerst nnl. woord voor ‘dreumes’ met een sterk affectief karakter. Hoe het ontstaan is, is moeilijk uit te maken. Men kan denken aan verband met homp en dan wegens de kleine gedrongen gestalte, maar ook aan hommel 1, wegens de voortdurende babbelende bedrijvigheid van het kleine kind. Aan invloed van lat. homulus is zeker niet te denken, daar in de kringen, waar dit kinderwoord ontstond, aan verband met een lat. woord niet te denken valt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hummel znw. Nnl. woord, onomatopoëtisch gevoeld, wsch. onder verschillende invloeden ontstaan. Men denkt wel aan invloed van homp “iets korts en diks”. Invloed van lat. homulus, letterlijk “kleine mensch”, is bij hummel veel aannemelijker dan bij hommeles.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hummel m., bij homp.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hummel jong kind 1887 [WNT] <?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal